Regenboog Apotheek en een patiëntenvereniging uiten sinds 2020 felle kritiek op het TEMPO-onderzoek naar afbouw van antidepressiva. Hoewel stevige kritiek op wetenschappelijk onderzoek is toegestaan, acht de rechter sommige uitlatingen – zoals beschuldigingen van suïcide, cold turkey-afbouw, eigen gewin, tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen en valsheid in geschrifte – onvoldoende onderbouwd en onrechtmatig. Deze aantijgingen kunnen de reputatie van onderzoekers ernstig schaden en het verloop van het onderzoek beïnvloeden. De voorzieningenrechter verbiedt de gewraakte uitlatingen op straffe van een dwangsom en beveelt verwijdering van publicaties van websites en sociale media.
Regenboog Apotheek biedt Taperingstrips aan voor het verantwoord afbouwen van antidepressiva en pleit voor vergoeding ervan. Het TEMPO-onderzoek, uitgevoerd door Amsterdam UMC, onderzoekt hoe antidepressiva veilig kunnen worden afgebouwd via een wetenschappelijke methode.
Een patiëntenvereniging en Regenboog Apotheek hebben zich sinds 2020 publiekelijk negatief uitgelaten over het onderzoek. Ze noemen het overbodig, onethisch en weggegooid geld, en stellen dat deelnemende artsen tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen. Ook wordt het onderzoek gelinkt aan een eerdere suïcide en beschuldigd van het verzwijgen van risico’s. In nieuwsbrieven beweert de apotheek dat het TEMPO-onderzoek bedoeld is om vergoeding van Taperingstrips te blokkeren, en een onderzoeker wordt beschuldigd van valsheid in geschrifte.
Het belang van gedaagden is er met name in gelegen dat zij zich in het openbaar kritisch, informerend, opiniërend en waarschuwend moet kunnen uitlaten over onderwerpen van publiek belang (10 EVRM). Het belang van Amsterdam UMC en Radboud UMC – en daarbij dat van [naam 1] en [naam 2] – is er met name in gelegen dat zij niet lichtvaardig worden blootgesteld aan verdachtmakingen (6:162 BW) en dat hun privacy niet onnodig wordt geschonden.
Kritiek op wetenschappelijk onderzoek, zoals het TEMPO-onderzoek, is toegestaan – ook felle kritiek. De rechter beoordeelt niet de wetenschappelijke discussie over beste wijze van afbouwen, maar wel of uitlatingen van gedaagden de grenzen van het betamelijke overschrijden. In het wetenschappelijk debat is kritiek, felle kritiek, mogelijk, en dat mag ook stevig.
Beoordeling
Ten aanzien van deze uitlatingen geldt namelijk dat de aard en de inkleding daarvan bijzonder negatief en ernstig is. De in algemene bewoordingen geuite beschuldigingen van ‘cold turkey’ afkicken en (een risico op) suïcide zijn bijzonder ernstig en vinden bovendien geen of onvoldoende steun in het beschikbare feitenmateriaal.
De term ‘cold turkey’ lijkt te berusten op een verschil in definitie. Zelfs als het laatste afbouwstapje zo genoemd zou mogen worden, rechtvaardigt dat niet de algemene, scherpe beschuldigingen van gedaagden.
De suïcidebeschuldiging verwijst naar een ander onderzoek uit 2018. Daar is slechts vastgesteld dat een verband met snelle afbouw niet kon worden uitgesloten, wat onvoldoende is om zo’n zwaar verwijt te ondersteunen. Het vermeende suïciderisico binnen het TEMPO-onderzoek is enkel gebaseerd op een gerucht. Dat is onvoldoende basis voor de stelling dat deelnemers gevaar lopen.
De beschuldiging van eigen gewin steunt enkel op de aanname dat onderzoekers mogelijk betaalde lezingen gaan geven. Dat is een te magere onderbouwing.
Ook de beschuldiging van tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen is ongegrond en slecht onderbouwd met algemene stellingen over onverantwoord behandelen. De beschuldiging van valsheid in geschrifte tegen [naam 1] is strafrechtelijk van aard en gebaseerd op de aanname dat zijn belangenverklaring niet oprecht zou zijn. Dit is onvoldoende om zulke zware publieke aantijgingen te doen.
Tot slot geldt dat de te verwachten gevolgen voor Amsterdam UMC en Radboud UMC en [naam 1] en [naam 2] in dit geval bijzonder ernstig zijn. De wetenschappelijke reputatie van de onderzoekers wordt op deze manier te grabbel gegooid en dat [naam 1] en [naam 2] hier ook daadwerkelijk last van hebben, hebben eiseressen voldoende aannemelijk gemaakt. Dat geldt ook voor de negatieve impact op het verdere verloop van het TEMPO-onderzoek, wat een onderzoek is waar meerdere (publieke) organisaties belang bij hebben.
De voorzieningenrechter verbiedt bepaalde uitlatingen met dwangsom van €2.500 per keer, gebiedt verwijdering van de websites en verwijzingen op social media.