Verzet tegen een in kort geding gewezen verstekvonnis (IEPT20241112). Opposant heeft in eerste instantie een advocaat gesteld, maar die advocaat heeft zich onttrokken. Tijdens de mondelinge behandeling is namens eiser/opposant niemand verschenen, geen nieuwe advocaat gesteld. Op grond van art. 79 lid 2 jo. 255 en 259 Rv moet eiser/opposant vertegenwoordigd worden door een advocaat. Gedaagde wordt van de instantie ontslagen op grond van artikel 123 Rv. Proceskosten 50% van maximumtarief.
Gezien het voorgaande zal de voorzieningenrechter Athom NL ontslaan van instantie op grond van artikel 123 Rv. De voorzieningenrechter ziet geen aanleiding om Athom Tech nog een termijn aan te bieden na de mondelinge behandeling om dit verzuim te herstellen, om de volgende redenen. Ten eerste verzet het karakter van een kortgedingprocedure zich tegen die mogelijkheid. Ten tweede heeft de rechtbank Athom Tech vóór de mondelinge behandeling, te weten direct na de onttrekking van haar advocaat, verzocht te berichten of een andere advocaat de zaak overneemt of dat zij de zaak intrekt, zonder reactie. Ten derde heeft Athom Tech, vanaf het moment van onttrekking van haar advocaat, twee weken de tijd gehad tot de datum van de mondelinge behandeling om een nieuwe advocaat te stellen en heeft zij dit niet gedaan, waardoor de voorzieningenrechter het er voorlopig voor houdt dat Athom Tech geen nieuwe advocaat wil(de) aanstellen.
Athom NL heeft een volledige proceskostenveroordeling ex 1019h Rv gevorderd en gespecificeerd tot €28.576,44. Dit geding valt echter onder een ‘normaal kort geding’ met een maximumtarief van €15.000, voor een volledige procedure. Athom NL heeft in de onderhavige (verzet)procedure geen inhoudelijk processtuk heeft genomen en er is geen inhoudelijke mondelinge behandeling geweest. De voorzieningenrechter ziet dus aanleiding een korting van 50% op het maximumtarief toe te passen.
Voorzieningenrechter ontslaat Athom NL van instantie en veroordeelt Athom Tech in proceskosten: €7.678.