Comforta stelt dat haar auteursrechten zijn geschonden in Duitsland en Zwitserland, maar er is geen bewijs voor inbreuk in Nederland. De buitenlandse websites zijn niet op Nederland gericht, en levering in Nederland is niet voldoende onderbouwd. De rechter wijst een grensoverschrijdend verbod af wegens onvoldoende onderbouwing van relevante buitenlandse feiten. Ook acht de rechter het onaannemelijk dat Comforta’s pantoffels een eigen gezicht op de markt hebben, vanwege het bestaan van veel vergelijkbare modellen en een gebrek aan onderscheidende kenmerken.
Comforta drijft een onderneming die zich bezighoudt met groothandel in schoeisel, waaronder schoenen, pantoffels en schoenfournituren. Comforta heeft geconstateerd dat op de websites en in fysieke winkels van het Duitse Eco Schuhe (www.eco-schuhe.de) en het Zwitserse Tschümperlin (www.tschuemperlin-schuhe.ch) sloffen aanboden. Zij vordert verboden over de grens.
Volgens lex loci protectionis dient voorzieningenrechter per land te onderzoeken of aldaar auteursrecht op die 4 modellen rust, of Comforta aldaar kan worden aangemerkt als de auteursrechthebbende en of sprake is van inbreuk.
Comforta stelt dat haar auteursrechten zijn geschonden in Duitsland (door Eco Shuhe) en Zwitserland (door Tschümperlin), maar er is onvoldoende bewijs dat er ook in Nederland inbreuk is gepleegd. De betrokken buitenlandse websites zijn niet op Nederland gericht en er is geen bewijs dat Nederlandse consumenten de pantoffels hebben gekocht. De suggestie dat Heson in Nederland pantoffels aanbiedt betreft een ander model. Ook de stelling dat inbreukmakende pantoffels in Nederland geleverd zijn, is betwist en niet voldoende onderbouwd. Zelfs als levering aannemelijk zou zijn, is dat zonder nadere toelichting onvoldoende om auteursrechtinbreuk in Nederland aan te nemen. De voorzieningenrechter ziet daarom geen aanwijzingen voor (dreigende) inbreuk in Nederland.
Voor zover Comforta op grond van het auteursrecht een extraterritoriaal verbod vordert, wijst de voorzieningenrechter dit af omdat zij de voor de toepassing van Duits c.q. Zwitsers (dan wel ander buitenlands) recht relevante feiten en omstandigheden onvoldoende heeft onderbouwd om een auteursrechtinbreuk naar het aldaar geldende recht te (kunnen) beoordelen.
De voorzieningenrechter oordeelt dat onvoldoende aannemelijk is gemaakt dat de pantoffels van Comforta een eigen gezicht op de markt hebben, wat vereist is voor een geslaagd beroep op slaafse nabootsing. Uit voorbeelden van bestaande ontwerpen blijkt dat er al veel soortgelijke pantoffels op de markt zijn, ook vóórdat Shoes4all haar modellen introduceerde. De kenmerken waarop Comforta zich beroept (vorm, materiaal, decoratie) komen – in verschillende combinaties – ook voor bij andere producten. Omdat het om gangbare modellen gaat binnen een bekende stijl, ligt de lat voor onderscheidend vermogen hoog. Comforta heeft niet voldoende onderbouwd hoe haar pantoffels zich werkelijk onderscheiden van het bestaande aanbod. Ook is onvoldoende weersproken dat de merknamen (zoals SuperCracks) geen eigen identiteit of bekendheid hebben die het onderscheidend vermogen zouden versterken. Daarom acht de rechter het voorshands onaannemelijk dat Comforta's modellen een eigen gezicht op de markt hebben.
Vorderingen worden afgewezen.