Via WhatsApp delen van handelsnaam in een brainstormsessie is geen openbaarmaking

31-07-2025 Print this page
IEPT20250718, Rb Midden-Nederland, eiser v gedaagde

Eiser is een advies- en onderzoeksbureau dat zich bezig houdt met het versterken van compliance-, risico en integriteitsmanagement binnen organisaties. Ze werd bestuurd door gedaagden die de samenwerking met A niet meer wil voorzetten, ontslag als middellijk bestuurder is bevestigd. Bij de opzegging heeft gedaagde meegedeeld dat het merk, de domeinnamen, content en auteursrechten zijn eigendom blijven. Eiser moet haar naam wijzigen en het merk niet meer gebruiken. De IE-rechten zijn van gedaagde sub 2 naar sub 1 gegaan en de wachtwoorden zijn gewijzigd voor website, domeinnaam en mail. Gedaagde heeft geen recht heeft op de handelsnamen, moet medewerking geven aan tenaamstelling domeinnamen en beheer over de websites overdragen.

 

HANDELSNAAMRECHT

 

De rechter acht het aannemelijk dat drie geregistreerde handelsnamen geen “werken” zijn in de zin van de Auteurswet. Bovendien komt [gedaagde c.s.] geen auteursrecht toe, omdat zij – zelfs als het wél om werken zou gaan – deze niet als eerste openbaar hebben gemaakt; dat heeft de onderneming gedaan door inschrijving in het handelsregister. De door gedaagde via WhatsApp gedeelde naam in een brainstormsessie met [A] geldt niet als openbaarmaking, omdat dat geen bekendmaking aan het publiek is. Daarom kan [gedaagde c.s.] zich niet beroepen op auteursrechtelijke bescherming van de handelsnamen.


Omdat deze handelsnamen toebehoren aan de onderneming van eiser mogen die niet door een ander en dus ook niet door gedaagde worden gebruikt.


Domeinnaam is geen IE-recht, maar van een handelsnaam afgeleid. Deze zelfde naam stond met de extensies .net, .org, .eu, .info en .com ook op naam van [gedaagde sub 1] . Deze domeinnamen zijn echter ten behoeve van de onderneming [eiser] geregistreerd en gebruikt. Er ontbreekt een juridische grondslag voor overdracht van een domeinnaam, maar medewerking wordt bevolen voor de wijziging van de tenaamstelling.


Na een conflict in mei 2025 hebben zowel [gedaagde sub 2] als [eiser] het woord- en beeldmerk [eiser] ingeschreven bij het BOIP. Het woordmerk is geweigerd; het beeldmerk voldeed op absolute gronden, wat alleen betekent dat het aan formele eisen voldoet. Een definitieve registratie volgt pas na de oppositieperiode, die ten tijde van de zitting nog liep. Beide partijen betwisten elkaars merkrecht. Uit de stellingen van [gedaagde c.s.] blijkt niet dat [gedaagde sub 2] rechthebbende is. Gedaagde mogen het beeldmerk niet gebruiken. De rechter wijst het verbod op gebruik van het beeldmerk [eiser], [handelsnaam 2] en [handelsnaam 3] toe.


Staking handelsnaam, medewerking tenaamstelling domeinnaam en afgifte bepaalde wachtwoordgegeven bevolen. Verbod op inhoudelijk aanpassen van website vóór tenaamstelling en beheer. Procekostenveroordeling: €6.837,16.


ECLI:NL:RBMNE:2025:3542