Koper kweekrechten moet toch ook laboratoriakosten opgekweekte plantjes betalen
06-08-2025 Print this page
FlorXL verkocht plantmateriaal met kwekersrechten aan HPP, waaronder ook plantjes bij laboratoria. Hoewel HPP dacht dat alleen moederstock geleverd zou worden, werd zij eigenaar van alle aanwezige plantjes, inclusief opgekweekte. FlorXL betaalde €64.300 aan laboratoriumkosten en vorderde dit van HPP. De rechtbank oordeelt dat weliswaar sprake was van non-conformiteit, maar dat HPP’s keuze om de plantjes te vernietigen de schade heeft veroorzaakt. Omdat de plantjes economische waarde hadden en HPP geen alternatief zocht, is zij ongerechtvaardigd verrijkt. HPP moet de kosten alsnog betalen, inclusief incassokosten en proceskosten.
FlorXL hield zich bezig het telen, kweken, ontwikkelen en vermeerderen van planten en bloemen, waaronder ook de Afrikaanse lelie (Agapanthus). Ze was in het bezig van Europese kwekersrechten van twee Agapanthus-rassen: Agapanthus ‘Whitney’ en ‘Agapanthus ‘Bluety’. Partijen zijn een prijs overeengekomen voor overname plantmateriaal inclusief kwekersrechten. HPP heeft een deel van het plantmateriaal bij FlorXL opgehaald en een deel is vernietigd. HPP heeft aan de laboratoria kenbaar gemaakt dat het aldaar aanwezige plantmateriaal kon worden vernietigd. De laboratoria laten weten dat de kosten die zij al hadden gemaakt om plantmateriaal op te kweken nog wel moest worden betaald. Daartoe werd een bedrag in rekening gebracht van in totaal € 64.300,00. Directeur van FlorXL heeft deze betaald en vordert deze betaling van HPP.
Was voortzetten kweek uitgangspunt bij sluiten overeenkomst?
Uit de tekst van de overeenkomst blijkt niet dat partijen zijn overeengekomen dat de kweek werd voortgezet. Om die reden mocht FlorXL er niet van uitgaan dat HPP de kweek na het sluiten van de overeenkomst zou voortzetten en had zij er ook rekening mee moeten houden dat HPP andere plannen had, zoals het beëindigen van de kweek. Dat uitgangspunt niet was dat de kweek zou worden voortgezet, betekent overigens niet dat dus uitgangspunt was dat de kweek zou worden beëindigd. Noch voortzetting noch beëindiging van de kweek was uitgangspunt van de overeenkomst.
Zijn de bij de laboratoria opgekweekte plantjes onderdeel van de overeenkomst?
Door de toevoeging “eventuele” is duidelijk dat partijen niet wisten of en zo ja hoeveel materiaal zich in de laboratoria bevond, maar dat het wel de bedoeling was dat al het zich bij de laboratoria bevindende materiaal deel zou uitmaken van de overeenkomst. De onduidelijkheid over welk plantmateriaal zich precies bij de laboratoria bevond stond er dus niet aan in de weg dat de overeenkomst betrekking had op al het plantmateriaal dat zich bij de laboratoria bevond – dus ook op reeds opgekweekte plantjes. De conclusie is dan ook dat op grond van de overeenkomst HPP eigenaar is geworden van alle plantmateriaal dat zich bij de laboratoria bevond, dus ook van de door de laboratoria reeds opgekweekte plantjes.
Wie is gehouden de facturen van de laboratoria te betalen?
Voor zover FlorXL die facturen heeft voldaan heeft zij strikt genomen de schuld van HPP jegens de laboratoria voldaan als bedoeld in artikel 6:30 van het Burgerlijk Wetboek (BW). Om die reden heeft FlorXL in beginsel op grond van artikel 6:212 BW (ongerechtvaardigde verrijking) de mogelijkheid van regres jegens HPP.
Echter, HPP slaagt in haar beroep op non-conformiteit: zij mocht verwachten dat alleen moederstock bij de laboratoria aanwezig was, niet reeds opgekweekte plantjes. Door mededelingen van FlorXL werd die verwachting gewekt, terwijl FlorXL aan HPP geen toegang gaf tot de laboratoria om dit te verifiëren. Het geleverde beantwoordde daardoor niet aan de overeenkomst, en HPP hoefde de extra kosten niet te vergoeden.
Is FlorXL gehouden om de kosten van de laboratoria zelf te dragen?
Hoewel er sprake was van non-conformiteit (HPP kreeg meer plantjes geleverd dan zij mocht verwachten), oordeelt de rechtbank dat de keuze van HPP om alle plantjes te vernietigen, in plaats van een oplossing met opbrengst (zoals verkoop of verder opkweken), de directe oorzaak is van de schade. Daardoor ontbreekt het vereiste causaal verband met de non-conformiteit.
De rechtbank stelt vast dat de opgekweekte plantjes objectieve economische waarde hadden en dat HPP dus ongerechtvaardigd is verrijkt. De vernietiging was een eigen keuze van HPP, terwijl alternatieven beschikbaar waren. Omdat HPP ook geen onderbouwing gaf waarom verkoop onmogelijk zou zijn geweest, moet zij de kosten van de laboratoria dragen.
HPP dient de laboratoriumkosten van FlorXL te betalen en wordt veroordeeld in de buitengerechtelijke incassokosten (€1.715,78) en proceskosten (€5.413,40).