Inbreuk op auteursrechtsrechtelijk beschermde foto’s van DCI door publicatie op website door gedaagde. Schadevergoeding toegewezen gebaseerd op door eiseres gebruikelijk berekende licentievergoeding. De persexceptie van artikel 15 Aw is op foto’s niet van toepassing. Beroep op schending persoonlijkheidsrechten gaat niet overal op nu de vermelding van de maker/rechthebbende onderdeel uitmaakt van de gepubliceerde foto. Het is in dat geval niet nodig dat gedaagde ook zelf bij de foto nog de maker/rechthebbende vermeldt. 1019h Rv proceskosten.
DCI is een mediabedrijf gespecialiseerd in fotografie. Voor het gebruik van nieuwsfoto's uit hun fotoarchief-databank is een account vereist en moet een licentievergoeding worden betaald.
Een onderneming, een eenmanszaak en tijdelijk overgedragen aan zijn dochter, houdt zich bezig met communicatie, grafisch ontwerp en media-activiteiten. Zij exploiteert een website gericht op amateurvoetbal, waarop ook foto’s worden geplaatst. Begin maart 2024 ontdekte DCI dat zonder toestemming 21 van haar foto's op de website waren geplaatst. Na sommatie werden de foto's binnen 2 dagen verwijderd. DCI vordert gemiste licentievergoedingen (een bedrag van € 26.071,-) en opslag van 25% voor niet respecteren persoonlijkheidsrechten.
Toegegeven geven de foto's geen blijk van opvallende of uitzonderlijke artistieke keuzes. Echter volgens DCI is er steeds bewust gekozen van wie er een foto werd gemaakt, vanuit welke hoek, welke camerapositie werd gebruikt voor een mooie lichtinval en met welke instellingen en op welk moment de foto werd afgedrukt. Dit is onvoldoende gemotiveerd weersproken.
De foto's in het kader van interviews met (oud-)spelers en trainers heeft gedaagde van geïnterviewden gekregen, zij konden daar kennelijk vrijelijk over beschikken. Echter daarmee vervalt nog niet het auteursrecht van DCI. Betreft foto 8 is er een discrepantie tussen bewijsmaterialen en getuigen; deze foto blijft buiten beschouwing.
Ggedaagde heeft in haar verweer een beroep gedaan op artikel 15 Aw - de pers-exceptie. Deze heeft echter geen betrekking op foto’s. Bovendien heeft gedaagde bij meerdere foto’s niet duidelijk de bron – waaronder de naam van de maker – vermeld, wat wel noodzakelijk is.
Gedaagde heeft de genoemde licentie-vergoedingen, berekeningswijzen (waarbij een licentie alleen per heel jaar wordt verstrekt) en de verhoging van 25% bij schending persoonlijkheidsrechten niet betwist. Zodoende komt de rechtbank tot berekening van De rechtbank van de schadevergoeding tot: € 16.642. Bij enkele foto's is de maker/rechthebbende wel zichtbaar op de foto's. Voor de andere foto's komt daar nog 25% verhoging bij van 1.996,75. Daarbij komt € 11.183,29 aan proceskosten.