Artiestenovereenkomst Ronnie Flex niet vernietigd, wel geëindigd in 2019

05-08-2025 Print this page
IEPT20250805, Hof Amsterdam, Ronnie Flex v Top Notch

Ronnie Flex is een Nederlandse artiest met verschillende nummer 1-hits. Top Notch exploiteert de naburige rechten. Zij hebben in 2012 een exclusieve artiestenovereenkomst getekend waardoor Top Notch exclusieve exploitatie kreeg in ruil voor een aandeel in de opbrengsten. In 2015 is er een addendum gemaakt voor 11 geluids en beeldopname, ook is er nadien gesproken over aanpassing van de financiële voorwaarden, zoals royaltyvergoeding. De manager heeft nog bericht over de looptijd van de overeenkomst tot 22 september 2019. Ten gunste van de artiest zijn nog wijzigingen doorgevoerd, zodat [appellant] vanaf de ingangsdatum van de Overeenkomst een royaltyvergoeding van 20% (als artiest) en 5% (als producer) krijgt.


De rechtbank IEPT20240117 wees de vorderingen af. Het Hof vernietigt het bestreden vonnis uitsluitend voor zover daarbij de gevorderde verklaring voor recht over het eindigen van de Overeenkomst is afgewezen, en verklaart voor recht dat de Overeenkomst is geëindigd op 22 september 2019.

 

ARTIESTENOVEREENKOMST - NABURIGE RECHTEN



Vernietiging Overeenkomst

Ronnie Flex voert aan dat hij een verkeerde voorstelling van zaken heeft gehad en dat hij bij een juiste voorstelling van zaken de Overeenkomst niet zou zijn aangegaan. Hij wijst op onduidelijkheid over de looptijd van de exclusieve samenwerking, de exploitatie van zijn naburige rechten en oneerlijke kostenverdelingen. Volgens hem heeft Top Notch haar mededelingsplicht geschonden. Het hof oordeelt echter dat de bepalingen in de overeenkomst duidelijk zijn en dat Ronnie Flex, bijgestaan door een ervaren manager, de inhoud had kunnen begrijpen. Top Notch hoefde hem daarom niet te waarschuwen of juridisch advies aan te bevelen. Grief I wordt verworpen.

 

Looptijd
Het hof oordeelt in deze zaak dat de artikelen 2 en 3 van de overeenkomst tussen [appellant] en Top Notch niet vernietigbaar zijn op grond van artikel 25f Auteurswet of artikel 2b Wet op de naburige rechten. Volgens het hof is de looptijd van de overeenkomst weliswaar afhankelijk van toekomstige gebeurtenissen, maar toch voldoende bepaalbaar: Top Notch kan maximaal vier albums uitbrengen, met telkens achttien maanden tussen elke verlenging. Daarmee is de periode waarbinnen Top Notch aanspraak kan maken op toekomstige werken duidelijk begrensd. Ook heeft [appellant] invloed op de looptijd doordat hij de muziek aanlevert.


Het hof verwerpt het argument dat de looptijd onredelijk lang of bezwarend is. In de muziekindustrie zijn meerjarige samenwerkingen met beginnende artiesten gebruikelijk, mede ter bescherming van investeringen van de platenmaatschappij. De mogelijkheid van eeuwigdurende exploitatie van bestaande opnamen is ook niet bezwarend, omdat het aantal werken beperkt is en [appellant] mede profiteert via royalty's.


Ten slotte wijst het hof het beroep op dat de looptijd naar redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is, af. [Appellant] heeft onvoldoende onderbouwd dat hij financieel verlies heeft geleden. Bovendien zijn de bepalingen over billijke vergoeding niet van toepassing op de overeenkomst van vóór 1 juli 2015. Ook de verschuiving naar digitale exploitatie wordt niet als onvoorziene omstandigheid gezien. De grieven van [appellant] falen.


Einde overeenkomst
De overeenkomst tussen partijen eindigde op 22 september 2019, 18 maanden na de release van het laatste album in 2018. Het hof verwerpt eerdere einddata zoals 15 januari of 17 juli 2016. Aangeleverde opnames of onderhandelingen na 2017 wijzigen de einddatum niet. Grief III slaagt deels.


(Financiële) gevolgen einde Overeenkomst
[Appellant]’s vorderingen over kosten en opbrengsten na die datum zijn ongegrond. Top Notch mocht gemaakte kosten deels verrekenen; één bedrag (€59.450,90) wordt gecorrigeerd. De overige verrekende bedragen voor liveoptredens en sponsoring zijn gerechtvaardigd. De gevraagde verklaringen voor recht worden afgewezen.


Overdracht rechten/exploitatie
De artikelen over overdracht en exploitatie van rechten zijn volgens het hof duidelijk en niet tegenstrijdig. Ronnie Flex kan zich niet beroepen op het contra-proferentembeginsel en heeft geen opzegbaar licentierecht. De eeuwigdurende exploitatie is niet onredelijk of onaanvaardbaar. Er zijn geen concrete feiten aangevoerd. Grief V wordt verworpen.


Fonogrammenproducent
Ronnie Flex stelt dat hij (deels) als fonogrammenproducent moet worden aangemerkt, omdat hij het initiatief nam bij opnamen, deze (mede) produceerde en financieel bijdroeg. Het hof oordeelt echter dat volgens de overeenkomst Top Notch verantwoordelijk was voor het vervaardigen van de opnamen, zowel organisatorisch als financieel. De producers werden door Top Notch ingeschakeld en droegen hun rechten aan haar over. Ook blijkt uit documentatie dat Top Notch aanzienlijke kosten heeft gedragen voor studiohuur, producers, mixing en mastering. Ronnie Flex heeft zijn stellingen onvoldoende onderbouwd met concrete feiten. De investering in apparatuur en tijd duidt op betrokkenheid als maker, maar toont geen volledige productie- of financiële verantwoordelijkheid aan. Daarom is Ronnie Flex niet aan te merken als fonogrammenproducent van de opnamen die onder de overeenkomst zijn uitgebracht. Grief VI faalt.

 

Het Hof vernietigt het bestreden vonnis uitsluitend voor zover daarbij de gevorderde verklaring voor recht over het eindigen van de Overeenkomst is afgewezen, en verklaart voor recht dat de Overeenkomst is geëindigd op 22 september 2019.

 

IEPT-versie volgt later
ECLI:NL:GHAMS:2025:2089