Afwijzing kantonrechterverwijzing, maximale vordering MaMa Vase >€25.000

28-08-2025 Print this page
IEPT20250806, Rb Den Haag, MaMa Vase v Betsy Vaas

[Partij 1] ontwierp in 1998 de MaMa Vase, geproduceerd door [partij 3] onder licentie; [partij 2] B.V. is auteursrechthebbende. [Partij 4] biedt sinds 2021 de Betsy vaas aan en later - ondanks een onthoudingsverklaring - weer. Zij vordert verwijzing naar de kantonrechter voor vorderingen van max. €10.536,68. Dit wordt betwist: verkoop van minstens 141 vazen in 2023-2024 kan vordering >€25.000 maken. Incidentele vordering afgewezen; hoofdzaak aangehouden.
 

INCIDENTEN


[Partij 1] heeft in 1998 de MaMa Vase ontworpen, die op basis van een exclusieve licentie in verschillende kleuren wordt geproduceerd en verkocht door atelier [partij 3]. [partij 2] B.V. is de auteursrechthebbende. Partij 4 biedt sinds 2021 de vaas Betsy aan, na tekenen van onthoudingsverklaring heeft zij opnieuw Betsy vazen aangeboden.
 

In dit incident vordert partij 4 verwijzing naar kantonrechter omdat de vorderingen ingesteld van onbepaalde waarde zijn en geen hogere waarde vertegenwoordigen dan € 25.000. Volgens artikel 93 sub b Rv is niet de civiele kamer, maar de kantonrechter bevoegd. [Partij 4] stelt dat zij slechts €5.000 aan verbeurde dwangsommen en €5.536,68 aan winst heeft behaald met de verkoop. Dus voor maximaal € 10.536,68.


De opgave is gemotiveerd betwist en daarmee kan de vordering meer dan €25.000 bedragen. Partij 4 biedt de Betsy vazen al sinds 2021 aan en in de correspondentie tussen partijen is gesproken over een bestelling van 260 vazen die zou zijn geannuleerd, terwijl uit het overzicht blijkt dat [partij 4] in 2023 en 2024 ten minste 141 vazen heeft verhandeld.


De incidentele vordering wordt afgewezen en in de hoofdzaak wordt iedere beslissing aangehouden.


ECLI:NL:RBDHA:2025:14910