Gedaagde heeft slechts handelsnaam restaurant toegestaan, maar is niet exploitant
22-08-2025 Print this page
Buma/Sena vorderen licentievergoedingen van gadaagde. Gedaagde stelt niet de exploitant te zijn van de horeca-onderneming, maar heeft slechts haar handelsnaam voor gebruik van het restaurant (om niet) toegestaan. Het verweer is onvoldoende onderbouwd. Gedaagde wordt in de gelegenheid gesteld tegenbewijs bij te brengen.
Buma/Sena vorderen om aan Buma een bedrag te betalen van € 2.146,87 en om aan Sena een bedrag te betalen van € 3.353,36, alsmede [gedaagde] te verbieden om muziek te gehore te brengen in het restaurant, voor zover [gedaagde] daartoe geen licentie is verkregen.
De kantonrechter moet beoordelen of [gedaagde] of [B.V.] de exploitant is van het restaurant. [Gedaagde] stelt dat alleen [B.V.] het restaurant drijft en hij enkel de handelsnaam heeft afgestaan, verwijzend naar de jaarrekening, een huurovereenkomst en correspondentie. Buma/Sena houden echter [gedaagde] verantwoordelijk, omdat hij als ondernemer in het Handelsregister staat ingeschreven.
De rechter oordeelt dat de jaarrekening en huurovereenkomst onvoldoende aantonen dat [B.V.] de exploitant is. Ook de e-mails en betalingen geven daarover geen duidelijkheid. Daarom wordt voorlopig aangenomen dat [gedaagde] exploitant is, maar hij krijgt de kans tegenbewijs te leveren.
De kantonrechter stelt [gedaagde] in de gelegenheid tegenbewijs te leveren van de voorshands bewezen geachte stelling dat hij de exploitant is van het restaurant. Als gedaagde geen getuigen wil laten horen, maar wel bewijsstukken wil overleggen dient hij deze direct in het geding te brengen.