[verzoeker], vastgoedondernemer, vroeg Google een URL te verwijderen naar een artikel in De Limburger waarin staat dat hij is veroordeeld voor opiumdelicten en hypotheekfraude en verdacht was van witwassen. Hij stelde dat het artikel meerdere onjuistheden bevatte. Google betwistte dit. De rechtbank oordeelde dat [verzoeker] geen bewijs leverde van kennelijke onjuistheden: de passages zijn gebaseerd op rechterlijke uitspraken. Omdat het artikel bijdraagt aan een debat van algemeen belang, weegt het recht op informatie zwaarder. Het verzoek wordt afgewezen.
Verzoeker is Nederlandse vastgoedondernemer. Wanneer in de zoekmachine van Google de zoekopdracht verzoekers voornaam wordt ingevoerd, verschijnen onder meer URLs die linken naar een artikel in Dagblad De Limburger.
In het artikel, met als kop “Topman miljoenenfonds provincie steekt eigen geld in omstreden vakantiepark [vakantiepark] in [plaats 1] : gouverneur start onderzoek”, gaat het over [X] , beheerder van het Limburgs Energie Fonds, een investeringsfonds van de provincie Limburg, die ‘kwetsbaar’ of zelfs chantabel zou zijn doordat hij ruim een miljoen euro eigen geld heeft geïnvesteerd in het omstreden vakantiepark.
Eigenaresse en bestuurder van dit vakantiepark is de moeder van [verzoeker] . In het artikel wordt over [verzoeker] onder meer vermeld dat hij strafrechtelijke veroordelingen op zijn naam heeft staan voor opiumwetdelicten en hypotheekfraude en in het verleden is verdacht van witwassen.
[verzoeker] verzocht om verwijdering van een URL omdat het daarin opgenomen artikel volgens hem meerdere onjuistheden bevatte. Hij wees op zes punten (a–f): de vermelding van twee opiumveroordelingen (volgens hem was dat er één), het ontbreken van legaal inkomen en een verdenking van witwassen, een vermeende inbeslagname van administratie van een vakantiepark, een veroordeling voor hypotheekfraude in verband met witwasverdenking, geïnde dwangsommen van €125.000 en een strafrechtelijk onderzoek wegens onttrekking van gelden aan een holding.
De exploitant van een zoekmachine is niet verantwoordelijk voor het feit dat persoonsgegevens op een door een derde gepubliceerde website staan, maar voor het feit dat een link naar die site wordt getoond in de lijst met zoekresultaten die internetgebruikers te zien krijgen na een zoekopdracht op de naam van een natuurlijke persoon.
Wanneer de betrokkene optreedt tegen de exploitant van de zoekmachine, komen de betrokken rechten, belangen en beperkingen dus niet noodzakelijkerwijs overeen met die bij een vordering tegen een aanbieder van inhoud. Dat betekent dat voor de toetsing van een verzoek tot verwijdering van links op grond van artikel 17 AVG een specifieke afweging van het recht op eerbiediging van het privéleven en het recht op vrijheid van meningsuiting en van informatie noodzakelijk is.
Google betwistte dat deze passages onjuist waren en stelde dat eventuele fouten onbeduidend waren. De rechtbank benadrukte dat geen buitensporige bewijslast mag worden opgelegd, maar dat [verzoeker] wel aannemelijk moet maken dat een niet-onbeduidend deel van de informatie kennelijk onjuist is.
Volgens de rechtbank is hij daarin niet geslaagd. Uit de Justitiële Documentatie blijkt dat hij in 2000 is veroordeeld voor twee opiumdelicten binnen één veroordeling; de onnauwkeurigheid hierover is onbeduidend. De passages over het ontbreken van legaal inkomen, de verdenking van witwassen en de hypotheekfraude zijn ontleend aan rechterlijke uitspraken uit 2015 en 2016. Ook de melding van een strafrechtelijk onderzoek wegens onttrekking van gelden is gebaseerd op een beschikking van de Ondernemingskamer van 2014. Ten aanzien van de dwangsommen en de administratie van het vakantiepark is evenmin sprake van kennelijke onjuistheden.
Daarmee heeft [verzoeker] geen bewijs geleverd dat het artikel feitelijke fouten bevat die relevant zijn voor de publicatie. Vervolgens weegt de rechtbank de belangen af: omdat geen onjuistheden zijn aangetoond, mag Google zich beroepen op de vrijheid van informatie. De in het artikel vermelde strafrechtelijke gegevens betreffen ernstige misdrijven (hypotheekfraude en opiumdelicten) die samenhangen met zijn professionele integriteit als vastgoedondernemer. Deze informatie blijft van publiek belang, ook al dateren de veroordelingen van jaren geleden.
De rechtbank oordeelt dat het artikel bijdraagt aan een debat van algemeen belang — de integriteit van het openbaar bestuur — en dat het recht op vrije meningsuiting en informatievrijheid van Google en derden zwaarder weegt dan het privacybelang van [verzoeker]. Het verzoek tot verwijdering van de URL wordt daarom afgewezen.