[Appellant] plaatste na een factuurconflict een lasterlijke review over zijn advocaat en startte kansloze (tucht)procedures tegen hem en betrokkenen. De rechter verbood hem zulke uitlatingen en procedures op straffe van dwangsommen (€1.000 per overtreding, max. €50.000). Het hof bevestigt dit verbod als proportioneel en noodzakelijk ter bescherming van [geïntimeerde]. Ook werd een procedeerverbod wegens misbruik van procesrecht gegeven.
PUBLICATIES
Advocaat [geïntimeerde] heeft [appellant] bijgestaan bij het instellen van twee hoger beroepsprocedures. Nadat onenigheid is ontstaan over de betaling van facturen, heeft [appellant] een negatieve beoordeling over advocaat online geplaatst. Hij is daarnaast diverse (tucht)procedures begonnen niet alleen tegen de advocaten die hem hebben bijgestaan maar ook tegen andere bij zijn voormalig advocaat betrokken personen. Voormalig advocaat vordert diverse voorzieningen tegen [appellant], waaronder een verbod zich lasterlijk over hem uit te laten en een verbod om te procederen tegen bedoelde andere bij hem betrokken personen.
De voorzieningenrechter heeft voorzieningen grotendeels toegewezen. Appellant gaat in hoger beroep. Advocaat niet verschenen. Het hof beoordeelt de vorderingen opnieuw.
De voorzieningenrechter heeft geoordeeld dat de aangepaste versie van de review niet onrechtmatig. De inhoud van die review was lasterlijk en beledigend voor [geïntimeerde] vanwege de ongefundeerde beschuldigingen van strafbare feiten en het gebruik van woorden zoals ‘chantage’, ‘leugenachtig’, ‘onprofessioneel’ en ‘onbetrouwbaar’ en levert voor [geïntimeerde] imagoschade op. Van dergelijke bewoordingen moet [appellant] zich in het vervolg onthouden.
[appellant] heeft nog erop gewezen dat ook andere klanten van [geïntimeerde] negatieve reviews op de bedrijvenpagina van Google hebben geplaatst, maar hij heeft niet toegelicht dat en waarom het bij deze reviews om ongefundeerde beschuldigingen gaat die de grenzen van het toelaatbare overschrijden, terwijl dit voor de eerste recensie door [appellant] in hoger beroep vaststaat.
Naar het oordeel van het hof is de opgelegde dwangsom (€1.000 per overtreding tot maximum van €50.000) een adequate prikkel tot nakoming en is een prikkel tot nakoming in dit geval ook opportuun.
Het hof bevestigt dat [appellant] geen procedures mag starten of doorzetten tegen de secretaresse en aandeelhouders van [geïntimeerde], omdat die vorderingen evident kansloos en ongefundeerd zijn. Het verbod is bedoeld om emotionele belasting, tijdverlies en schade voor het personeel van [geïntimeerde] te voorkomen. Het gebod om reeds ingestelde kansloze procedures in te trekken is daarom terecht en beperkt de toegang tot de rechter niet.