Rectificatie: Voor persoonlijke betrokkenheid van zakenmannen bij genocide is onvoldoende steun in feiten

08-09-2025 Print this page
IEPT20250902, Rb Den Haag, eisers v St. Onderzoek Multinationale Ondernemingen

In een artikel (link) van SOMO worden drie Nederlandse zakenmannen in verband gebracht met genocide wegens het vervullen van een sleutelrol bij de levering van belangrijke elektronische componenten aan Israëlische wapenfabrikanten. Voor persoonlijke betrokkenheid of een sleutelrol bestaat onvoldoende steun in de feiten. De stukken tonen dat de documenten geen aangiften waren, maar overzichten met ‘trade details’, en dat zelfs de overleden vader van [eiser 3] als contactpersoon werd vermeld. SOMO verwees naar een strafrechtgeleerde maar voegde eigen observaties toe. De rechter oordeelt dat de verdenking daardoor niet enkel op de expert berust en dat ook het citeren van zo’n opinie terughoudendheid vergt. Rectificatie bevolen.
 

PUBLICATIE

 

SOMO is een NGO die wereldwijd onderzoek doet naar de macht van multinationals en daarover publiceert, ook in het conflict in Gaza. Samen met andere organisaties is een rechtszaak gestart tegen de Staat, met de oproep om actie te ondernemen tegen de betrokkenheid van bedrijven bij schending van mensenrechten door Israël. SOMO deed onderzoek naar leveringen van onderdelen aan Israëlische wapenfabrikanten en stuurde in november 2024 en mei 2025 brieven voor wederhoor.
 

Op 22 mei publiceerde SOMO op haar website: “Nieuw onderzoek van SOMO onthult de rol van drie Nederlandse zakenmannen, [eiser 1], [eiser 2] en [eiser 3], via hun in India gevestigde elektrotechnisch bedrijf [bedrijfsnaam 3], bij het leveren van belangrijke elektronische componenten aan vier grote Israëlische wapenfabrikanten, wiens wapens worden gebruikt bij de Israëlische leger in genocide en oorlogsmisdaden in Gaza. Het onderzoek is gebaseerd op honderden pagina’s douaneaangiften en bedrijfsdocumenten uit India en Nederland.”


Op 18 juni 2025 heeft SOMO het artikel gewijzigd in die zin dat de namen van eisers zijn aangepast naar Mr. X, Mr. Y. en Mr. Z.


Na publicatie bleek dat de door SOMO genoemde douaneaangiften in werkelijkheid door Globalwits samengestelde informatie betrof. Dat eisers als contactpersonen op aangiften van leveringen aan Israëlische bedrijven stonden, bleek onjuist.
 

De voorzieningenrechter oordeelt dat SOMO de vergaande suggestie over persoonlijke betrokkenheid van eisers niet op deze wijze naar buiten had mogen brengen. De stukken tonen dat de documenten geen aangiften waren, maar overzichten met ‘trade details’, en dat zelfs de overleden vader van [eiser 3] als contactpersoon werd vermeld.
 

SOMO had met eenvoudige controle kunnen weten dat de Globalwits-informatie niet accuraat was en had terughoudendheid moeten betrachten bij het toeschrijven van een ‘sleutelrol’ aan eisers. Voor persoonlijke betrokkenheid of een sleutelrol bestaat onvoldoende steun in de feiten.
 

Eisers zijn in het artikel direct met genocide in verband gebracht. SOMO stelt slechts de vraag naar medeplichtigheid te hebben opgeworpen en verwijst naar strafrechtgeleerde dr. [naam 2], die op basis van door SOMO aangedragen feiten verklaarde dat de zakenmannen zich bewust konden zijn van het risico dat hun hulp bijdroeg aan genocide of oorlogsmisdaden. De voorzieningenrechter oordeelt dat SOMO dit mengde met eigen observaties door te schrijven dat eisers niet kunnen beweren onwetend te zijn. Daardoor kan SOMO niet stellen dat de verdenking enkel op de deskundige visie berust; bovendien vereist ook het citeren van zo’n opinie terughoudendheid.


De voorzieningenrechter gebiedt SOMO om te rectificeren op zowel de Nederlandstalige als de Engelstalige versie van de website, en op sociale media gedurende twee weken.

 

ECLI:NL:RBDHA:2025:16353