Het Gerecht van de EU (zaak T-331/24) heeft het beroep verworpen van de houder van een geregistreerd EU-model voor een snelheidsvariator voor motorfietsen. De centrale kwestie was de zichtbaarheid van dit component van een complex product tijdens 'normaal gebruik' (Art. 4(2)/(3) GVO). Het Gerecht EU oordeelde dat externe montage zonder beschermkap niet als 'normaal gebruik' werd bewezen.
Cruciaal was het standpunt van het Gerecht EU dat gedeeltelijke zichtbaarheid van een component in principe volstaat: enkel de zichtbare kenmerken moeten voldoen aan de vereisten voor bescherming. Desondanks werd het beroep verworpen omdat de gedeeltelijk zichtbare delen, bij interne montage, niet voldoende duidelijk en onderscheidend waren. Ze gingen volledig op in het totale product en creëerden geen afzonderlijke visuele indruk. Hierdoor kon de individuele aard van het model niet worden beoordeeld. Het ontwerp werd daarom nietig verklaard wegens gebrek aan individueel karakter.
Lees meer op: IPKAT, T-331/24, ECLI:EU:T:2025:824