Bezwaar tegen hoogte van aanvankelijk elk een voorschot voor de deskundigen van € 580.800,- inclusief btw. De rechtbank heeft de deskundigen nadere uitleg gegeven over de bedoeling van het onderzoek en hen gevraagd hun voorschot substantieel lager te begroten. Dat wordt gedaan. De rechtbank stelt vast dat de deskundigen de aanvankelijke begroting van in totaal € 1.742.400 hebben teruggebracht tot € 676.813,50 (beide bedragen incplusief btw).
Zij zullen een gezamenlijk deskundigenbericht uitbrengen en waar mogelijk taken verdelen. De herziene voorschotnota’s zijn “zeer substantieel lager”, of het aantal uren nog steeds te hoog is, zal moeten blijken. Het gaat hier om een soort onderzoek waarmee weinig tot geen ervaring is, zodat een vergelijking met soortgelijke onderzoeken niet opgaat. De deskundigen zullen de werkelijk bestede uren moeten declareren en dit kan betekenen dat de kosten lager uitvallen dan het voorschot. In die zin is het voorschot van betrekkelijke betekenis.
De rechtbank verwerpt de bezwaren tegen de aldus nader begrote voorschotten en stelt deze vast zoals door de deskundigen verzocht.
De rechtbank bepaalt de voorschotten op de door de deskundigen te maken kosten als volgt:
- Constantinou € 243.028,50 inclusief btw,
- Van Otterloo € 190.756,50 inclusief btw,
- Van Wijk € 243.028,50 inclusief btw.