Geen auteursrecht op bedrijfswageninrichting

23-09-2025 Print this page
IEPT20250916, Rb Den Haag, PMC v RME

PMC ontwerpt en verkoopt bedrijfswageninrichtingen; RME maakt sinds 2023 werkplaats- en bedrijfswageninrichtingen. De voorzieningenrechter oordeelt dat geen sprake is van auteursrechtinbreuk: de door PMC genoemde keuzes (indeling, frames, belijningen, materialen, systainers) zijn grotendeels technisch bepaald, afhankelijk van standaardmaten of klantwensen, en dragen niet bij aan een oorspronkelijk werk. Ook van slaafse nabootsing is geen sprake: de markt kent veel gelijksoortige, functioneel bepaalde oplossingen, waardoor geen ‘eigen gezicht’ aannemelijk is. Ten slotte is geen sprake van merk- of handelsnaamgebruik van ‘Transportainer’; de Google-resultaten zijn door algoritmes bepaald. Alle vorderingen worden afgewezen; PMC betaalt €10.156,80 proceskosten.
 

AUTEURSRECHT

 

PMC houdt zich bezig met het ontwerpen, ontwikkelen en verhandelen van bedrijfswageninrichtingen. RME is in mei 2023 opgericht en houdt zich bezig met het vervaardigen van werkplaatsinrichtingen en het vervaardigen van de inrichting van bedrijfswagens.
 

Auteursrecht

PMC heeft gesteld dat haar bedrijfswageninrichtingen een eigen oorspronkelijk karakter hebben en het persoonlijk stempel van de maker dragen, onder meer door keuzes in indeling, samenstelling, marges, afkaderingen, afwerking en kleurstellingen. Tijdens de mondelinge behandeling heeft zij dit nader toegelicht met een opsomming van creatieve keuzes, zoals horizontale doorlopende frames, dubbele belijningen, specifieke maatvoering en indeling, combinatie van materialen en integratie van ‘systainers’.


De rechter acht deze stellingen echter onvoldoende. Veel keuzes zijn technisch bepaald, afhankelijk van standaardmaatvoering of de wensen van de klant (die uit 1.250 modulaire mogelijkheden kan kiezen). De gebruikte systainers en lades zijn bovendien van derden. Ook de door PMC benadrukte combinatie van aluminium profielen met kunststof platen wordt als triviaal of technisch bepaald aangemerkt.


Daarmee heeft PMC onvoldoende gesteld welke vrije en creatieve keuzes aan haar ‘look and feel’ ten grondslag liggen. De afzonderlijke elementen komen niet voor auteursrechtelijke bescherming in aanmerking en PMC heeft evenmin onderbouwd waaruit het persoonlijk stempel van de maker in de verzameling zou bestaan.


Kort en goed wordt de keuze voor een combinatie van de aluminium frames (die – naar RME onweersproken heeft gesteld – standaard in de markt zijn) met de kunststof plaat daartussen voorshands oordelend niet aangemerkt als een vrije creatieve keuze in auteursrechtelijke zin. De voorzieningenrechter oordeelt dat geen sprake is van (inbreuk op) auteursrecht.

 

Slaafse nabootsing

PMC stelt dat haar bedrijfswageninrichtingen afwijken van andere aanbieders en dat de ‘look and feel’ wordt bepaald door aluminium frames met inkepingen en kunststof platen. RME stelt dat er zijn veel aanbieders met gelijksoortige basisvormen en kleurschema’s, grotendeels functioneel bepaald. De rechter oordeelt dat PMC dit onvoldoende heeft onderbouwd of aannemelijk gemaakt.


Geen handelsnaamgebruik

PMC stelt dat RME inbreuk maakt door gebruik te maken van het teken ‘Transportainer’, omdat RME verschijnt in de zoekresultaten van Google onder gesponsorde links bij een zoekopdracht op dit teken.
 

RME betwist dit gemotiveerd en stelt dat zij het teken niet als zoekwoord heeft gekocht. Volgens haar bepaalt Google zelf, via algoritmes, welke advertenties worden getoond van aanbieders in dezelfde categorie. PMC heeft deze betwisting niet nader onderbouwd.


Vorderingen worden afgewezen en PMC wordt veroordeeld in de proceskosten van €10.156,80.
 

ECLI:NL:RBDHA:2025:17010