Partijen werkten samen aan Numéro Netherlands tot voorjaar 2024. Na beëindiging van de licentie door Numéro Presse kon TIC de najaarseditie niet uitgeven. Het ontbreken van toegang tot social media accounts was doorslaggevend, maar [gedaagde] kan dit niet worden verweten; hij had geen duidelijke opdracht en bevond zich tussen twee vuren. Zijn zorgplicht verandert hier niets aan. Vorderingen van TIC en tegenvordering van [gedaagde] worden afgewezen.
Partijen hebben tot en met het voorjaar van 2024 samengewerkt in het kader van het uitgeven van Numéro Netherlands, een tijdschrift dat draait om fashion en lifestyle. PBQ was licentiehouder om Numéro uit te geven in Nederland en Vlaanderen, TIC uitgever en [gedaagde] was als editor-in-chief verantwoordelijk voor (kort gezegd) de sales en inhoudelijke invulling van het tijdschrift. Gedaagde voerde zijn werkzaamheden als ZZP’er uit in opdracht van TIC. Aan de samenwerking is abrupt een einde gekomen toen de Franse licentiegever medio juli 2024 aan PBQ te kennen gaf de licentieovereenkomst te willen beëindigen. Aan Numéro Presse is gevraagd te laten weten of zij wil meewerken aan afwikkeling, te laten weten of zij de relatie wil voortzetten of wil overleggen over de schade van PBQ. Reactie op deze brief is uitgebleven.
TIC heeft de najaarseditie van Numéro niet meer uitgegeven. Volgens hen is gedaagde tekortgeschoten in de nakoming van zijn verplichtingen jegens hen en heeft hij inbreuk gemaakt op de exclusieve licentie van PBQ. Daarnaast stellen TIC c.s. dat [gedaagde] inbreuk heeft gemaakt op de exclusieve licentie van TIC c.s. door zelf (de najaarseditie van) het tijdschrift Numéro uit te gaan geven.
Het ontbreken van toegang tot de social media accounts was de doorslaggevende reden dat TIC de najaarseditie 2024 niet kon uitgeven, dat kan gedaagde niet worden verweten. TIC kon geen duidelijke opdracht overleggen voor ontwikkelen van sociale media accounts en ondernam geen stappen richting Numéro Presse om de blokkade op te heffen. Gedaagde bevond zich tussen twee vuren en kon niet handelen zonder risico op aansprakelijkheid. Het niet-uitgeven van de najaarseditie is het gevolg van Numéro Presse en de eigen opstelling van TIC.
Ook de algemene zorgplicht van gedaagde ex 7:400 BW als opdrachtnemer maakt dit niet anders. Hoewel gedaagde zich verstandiger had kunnen opstellen bij vervolguitgaven, betekent dit niet dat hij verantwoordelijk is voor het uitblijven van de najaarseditie.
Gedaagde heeft zelf het idee van de uitgifte van Numéro bij TIC aangebracht en heeft als ZZP’er in de jaren waarin hij met de ontwikkeling van het tijdschrift bezig is geweest niet of nauwelijks rechten opgebouwd. Hij richtte zich na het mislukken van de relatie met Numéro Presse op zijn eigen belangen. De rechtbank acht niet aannemelijk dat een andere houding van gedaagde tot uitgifte door PBQ had geleid.
De verklaring voor recht dat gedaagde is tekort geschoten om de nakoming van de tussen partijen geldende (mondelinge) overeenkomst, althans onrechtmatig handelen, zal worden afgewezen.
De tegenvordering van opdrachtnemer ten aanzien van betaling van het restant van een factuur wordt afgewezen, omdat het verrekenverweer van opdrachtgever slaagt. Opdrachtnemer moet nog een deel van de verzamelfactuur van opdrachtgever betalen.