Geen tussenkomst betonnen Lego-blokken om precedentwerking te voorkomen

15-10-2025 Print this page
IEPT20251001, Rb Den Haag, Lego v Boon Beton (FraVin & Thijssen-Den Brok)

Boon Beton bood stapelblokken aan met de termen “legoblokken van beton”, “betonnen legoblokken” en “Lego”. Na sommatie verwijderde zij de verwijzingen. FraVin en Thijssen-Den Brok vroegen tussenkomst in de hoofdzaak om eigen vorderingen in te dienen, stellend dat een toewijzend vonnis een nadelig precedent zou scheppen. Volgens Lego ondervinden zij geen rechts- of feitelijk nadeel, nu het verbod enkel Boon Beton raakt en precedentwerking geen beschermd belang is onder art. 217 Rv. De rechtbank volgt dit en wijst de incidentele vordering af.

 

TUSSENKOMST

 

Boon Beton heeft bij het aanbieden van stapelblokken op haar website onder meer gebruik gemaakt van de tekens "legoblokken van beton", "betonnen legoblokken", en "Lego". Lego vordert staking en na sommatie zijn de verwijzing naar LEGO verwijderd.


In dit incident vorderen FraVin en Thijssen-Den Brok tussenkomst in de hoofdzaak teneinde gezamenlijk of afzonderlijk conclusies te nemen en zelfstandige vorderingen in te dienen. Zij heeft een eigen en rechtstreeks belang omdat een toewijzend vonnis in de hoofdzaak een precedent schept ten nadele van FraVin en Thijssen-Den Brok, hetgeen afbreuk doet aan hun rechten.


Voor tussenkomst op grond van artikel 217 Rv is vereist dat de derde partij belang heeft zich in de hoofdzaak te mengen, bijvoorbeeld ter voorkoming van benadeling of verlies van een recht door de uitspraak.


Lego voert aan dat FraVin en Thijssen-Den Brok geen nadeel ondervinden van een eventueel verbod jegens Boon Beton, omdat dat verbod enkel op Boon Beton ziet, en dat het voorkomen van precedentwerking geen beschermd belang is onder artikel 217 Rv.


De rechtbank oordeelt dat FraVin en Thijssen-Den Brok geen rechtstreeks nadeel kunnen lijden door het vonnis tussen Lego en Boon Beton. De incidentele vordering wordt afgewezen.


Omdat de inhoud van het incident niet valt onder 14 Handhavingsrichtlijn, is de proceskostenveroordeling op basis van liquidatietarieven civiel €614 en €178 aan nakosten.


ECLI:NL:RBDHA:2025:18118