Geen letterlijke of equivalente inbreuk soft close-mechanisme telescopische ladder

22-10-2025 Print this page
IEPT20251010, Rb Den Haag, eiseres v Vonroc

Eiseres, houder van octrooi EP3374589B1 voor een inklapbare ladder met een soft close-mechanisme, stelt dat Vonroc met haar telescopische ladders inbreuk maakt. De voorzieningenrechter oordeelt voorlopig dat de Vonroc-ladders niet letterlijk voldoen aan kenmerk 1.5.2 van conclusie 1, omdat de vereiste opening in de staanderwand en de corresponderende luchtopening in het smalle cilindrische deel ontbreken. Ook is geen sprake van inbreuk door equivalentie. De vorderingen worden afgewezen en eiseres wordt veroordeeld in de proceskosten van maximaal €40.892.
 

OCTROOIRECHT

 

Eiseres is houder van EP3374589B1 voor een inklapbare ladder. EP 589 heeft betrekking op het sluitingsmechanisme van telescopische ladders. Het claimt een soft close mechanisme, waarbij de delen minder snel in elkaar schuiven. Vonroc is een Nederlandse onderneming in ijzer- en metaalwaren, zij produceert en verkoopt onder eigen merk ook telescopische ladders.


Eiseres vordert inbreukverbod. Voor zover geen sprake zou zijn van een letterlijke inbreuk, dan is er sprake van een inbreuk vanwege van equivalentie, omdat de afdekking in de kolommen van de Vonroc ladders dezelfde soft close functie vervult als de afdekking volgens EP589. 


De Vonroc-ladders voldoen niet letterlijk aan kenmerk 1.5.2 van conclusie 1. Dit kenmerk bepaalt dat er een opening in het onderste wanddeel van de staander moet zijn die overeenkomt met een eerste luchtopening in de bedekking. Uit de beschrijving en tekeningen van het octrooi blijkt dat deze eerste luchtopening zich bevindt in het smalle cilindrische deel van de bedekking, dat in de staander is opgenomen, en dat deze opening overeenstemt met een opening in de wand van die staander. In de Vonroc-ladders is weliswaar sprake van een smaller cilindrisch deel van de afdekking dat in de bodemopening van de staander past, maar de staander zelf heeft geen opening zoals in het kenmerk. Bovendien bevindt de luchtopening in de Vonroc-ladders zich niet in het smalle cilindrische deel, maar in het grotere cilindrische deel van de afdekking, onder de wand van de staander. Uit de vergelijking tussen de door eiseres overgelegde illustratie van de Vonroc-ladder en figuur 2a van EP 589 blijkt duidelijk dat opening (36) in de staanderwand ontbreekt en dat de eerste luchtopening (31) zich niet in het smalle cilindrische deel bevindt. Daarom voldoen de staanders en de bedekking van de Vonroc-ladders niet aan kenmerk 1.5.2 van het octrooi.


Er is ook geen inbreuk op (afhankelijke) volgconclusies.


Vorderingen worden afgewezen en eiseres wordt veroordeeld in de proceskosten gemaximeerd op €40.892 volgens indicatietarief normaal kort geding, griffierecht en nakosten.

IEPT-versie volgt later

ECLI:NL:RBDHA:2025:18844