Voormalig minister moet uitlating over kandidaat-voorzitter deels rectificeren
31-10-2025 Print this page
[eiser] werd door de minister van Financiën van Sint Maarten gevraagd zich kandidaat te stellen als voorzitter van de Raad van Toezicht van de Centrale Bank. Toen dit openbaar werd, ontstond politieke en mediacontroverse. Na een radio-interview van [eiser] reageerde [gedaagde] in een radio-uitzending en in The Peoples Tribune. Het Gerecht oordeelt dat [gedaagde] alleen verantwoordelijk is voor zijn eigen uitspraken. De beweringen over hoge declaraties van [eiser]s kantoor zijn feitelijk, maar de passage over zijn “savior attitude” en “desperation” is onnodig grievend. [gedaagde] moet deze uitlatingen deels rectificeren.
[eiser] is door de minister van financiën van Sint Maarten benaderd met de vraag of hij zich kandidaat wilde stellen voor de functie van voorzitter van de Raad van Toezicht van de Centrale Bank van Curaçao en Sint Maarten. [eiser] heeft daar uiteindelijk positief op geantwoord. Dat is op een gegeven moment in de openbaarheid gekomen met de mededeling dat de kandidatuur van [eiser] definitief was. Daarover ontstond ophef in de politiek en in de media. [eiser] heeft vervolgens een radio-interview gegeven aan Lady Grace. Daarop heeft [gedaagde] op enig moment gereageerd in eveneens een radio-interview en een interview met The Peoples Tribune. Partijen verwijten elkaar over en weer onrechtmatige uitlatingen en vorderen rectificatie.
De vordering van [eiser] ziet op de uitlatingen vanaf “A Troubling Track Record”. Allereerst is het Gerecht – met [gedaagde] – van oordeel dat [gedaagde] alleen verantwoordelijk is voor wat hij zelf heeft gezegd en niet de samenvatting ervan of de ‘kopjes’, die The Peoples Tribune heeft gemaakt.
De beweringen over de hoge declaraties van [eiser]s advocatenkantoor bij GEBE zijn feitelijk onderbouwd en niet onnodig grievend; ook dat [eiser] in een open brief erkende dat zijn kantoor direct was gecontracteerd en facturen snel werden goedgekeurd, is juist. De opmerkingen over interne kritiek binnen GEBE zijn niet persoonlijk verwijtend.
De passage waarin [gedaagde] stelt dat [eiser] zich met een “savior attitude” presenteerde en uit “desperation” handelde, acht het Gerecht daarentegen onnodig grievend en deels lasterlijk. Daarom worden de vorderingen van [eiser] gedeeltelijk toegewezen: [gedaagde] moet zijn uitlatingen deels rectificeren. Het Gerecht benadrukt dat een parlementslid terughoudend moet zijn in persoonlijke aanvallen; de uitspraken zijn bezwarend voor [eiser], wiens betrouwbaarheid essentieel is voor zijn functie.
Vertrouwen is een sleutel bij die functie en de publiekelijk gedane aantijgingen zijn zeer bezwarend en belastend voor de kandidaat.
De vorderingen van [eiser] worden gedeeltelijk toegewezen.