Geïntimeerde mag gedurende een jaar niets op socials zeggen met ‘mijn ex’ of ‘de moeder van mijn kinderen’

13-11-2025 Print this page
IEPT20251021, Hof Arnhem-Leeuwarden, uitingsverbod socials

Het hof oordeelt dat een contact- en locatieverbod voor [geïntimeerde] niet langer nodig is, omdat onvoldoende blijkt dat hij nog een ernstige inbreuk zal maken op de privacy van [appellante] en de kinderen. Wel blijft het verbod gelden om berichten over hen te plaatsen op sociale media. [geïntimeerde] mag een jaar lang geen informatie of meningen over [appellante] of de kinderen openbaar maken, op straffe van €1.000 per overtreding met een maximum van €50.000.

 

PUBLICATIE

 

Bij verstekvonnis van 19 mei 2025 kreeg [appellante] in kort geding gelijk: [geïntimeerde] mocht een jaar lang geen contact opnemen met haar, geen berichten over haar of de kinderen online plaatsen, bestaande berichten moest hij verwijderen en hij mocht zich niet binnen 50 meter van haar woning, familie en plekken van de kinderen ophouden. Het hof is van oordeel dat in dit kort geding onvoldoende feiten en omstandigheden aannemelijk zijn geworden op basis waarvan een contact- en locatieverbod ten laste van [geïntimeerde] nu nog noodzakelijk is.


In het bijzonder het bevel tot verlenging gevangenhouding, is het naar het oordeel van het hof niet langer aannemelijk dat geïntimeerde ernstig inbreuk zal plegen op de persoonlijke levenssfeer van appellante en de kinderen, door zich op te houden of zich te begeven naar de genoemde adressen/locaties en [appellante] lastig zal vallen via mail.


Verwijderen berichten op sociale media
Het verzetvonnis heeft volgens [appellante] geleid tot grote onduidelijkheid. Zij vreest dat [geïntimeerde] nu vindt dat hij heeft gewonnen en dus zal blijven doorgaan met online beschuldigingen. Alle berichten die nu nog over [appellante] en de kinderen op internet zijn te vinden, zijn door volgers van [geïntimeerde] gedeeld of gekopieerd. Hier kan [geïntimeerde] niets aan doen en hij kan deze berichten ook niet verwijderen.


Dat volgers van [geïntimeerde] op een eerder moment de berichten van hem hebben geliket en/of gedeeld, waardoor deze berichten nog zichtbaar zijn, ligt niet binnen de invloedssfeer van [geïntimeerde] en kan hem dus niet worden verweten. Daarbij neemt het hof bovendien in aanmerking dat aan [geïntimeerde] met ingang van vandaag een uitingsverbod van berichten op sociale media wordt opgelegd.


Het Hof verbiedt geïntimeerde, gedurende één jaar berichten en meningen over [appellante] en/of beide kinderen openbaar te maken via elk bekend openbaar elektronisch medium. Waarbij [geïntimeerde] tevens is verboden om overeenkomstig informatie, meningen en berichten over en gericht tegen [appellante] openbaar te maken, waarbij [geïntimeerde] haar noemt bij haar eigen naam, ‘mijn ex’ of ‘de moeder van mijn kinderen’ of op elke andere wijze waaruit de verwijzing naar [appellante] kennelijk volgt, op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 1.000 per overtreding, met een maximum van € 50.000.

 


ECLI:NL:GHARL:2025:6566