Ruim 3,5 jaar gewacht met gerechtelijke stappen tegen Bigbagstore.eu

25-10-2025 Print this page
IEPT20251021, Rb Midden-Nederland, BIGBAGSTORE.NL v Rugo Bags
(Met dank aan Willem Timmers , Burst Legal )

Bigbagstore.nl en het Duitse Rugo (BIGBAGSTORE.EU) verkopen beide FIBC’s, pallets en zakken. Bigbagstore.nl stelt dat Rugo inbreuk maakt op haar handelsnaam en eist staking daarvan. De rechter wijst dit af wegens gebrek aan spoedeisend belang: Bigbagstore.nl wachtte ruim 3,5 jaar na ontdekking in 2022 met gerechtelijke stappen. Er waren geen schikkingsonderhandelingen en afname of toename van verwarring maakt dit niet spoedeisend.

 

GEEN SPOEDEISEND BELANG

 

Bigbarstore.nl en Rugo zijn allebei bedrijven die FIBC’s (Big Bags), pallets, (afval)zakken en accessoires verkopen. Het Duitse Rugo gebruikt de handelsnaam BIGBAGSTORE.EU en is actief in Nederland. Bigbagstore.nl vindt dat Rugo handelsnaaminbreuk pleegt en verzoekt dat deze te laten stoppen. Vorderingen afgewezen vanwege gebrek aan spoedeisend belang: 3,5 jaar tot gerechtelijke stappen werden genomen.


Voor toewijzing van de vordering moet er een voldoende spoedeisend belang zijn dat zij de uitkomst van een bodemzaak niet kan afwachten.

 

In de dagvaarding heeft bigbagstore.nl gezegd dat zij op 29 april 2022 gebruik van de handelsnaam door Rugo ontdekte. Op 21 juni 2023 is sommatie gestuurd en pas 18 december 2024 is er opnieuw gesommeerd. Eiser heeft ruim 3,5 jaar gewacht met het nemen van gerechtelijke stappen, terwijl de verwarring al in 2022 ontdekt werd. Dat er schikkingsonderhandelingen liepen, blijkt niet. Ook dat het aantal gevallen van verwarring afnam na de eerste sommatie en in 2024 weer toenam, is evenmin een valide argument.

4.5 Uit deze gang van zaken volgt dat [eisende partij] ruim 3,5 jaar heeft gewacht met het nemen van gerechtelijke stappen, terwijl de gestelde verwarring al in 2022 ontdekt werd. [eisende partij] geeft twee redenen voor dit tijdsverloop. Ten eerste geeft [eisende partij] aan dat het zo lang heeft geduurd doordat er schikkingsonderhandelingen liepen. Rugo betwist dat en uit de overgelegde stukken blijkt niet van dergelijke onderhandelingen. Daarnaast heeft [eisende partij] uitgelegd dat het aantal gevallen van verwarring na de sommatie in 2023 afnam en in 2024 weer toenam, waardoor er nu spoedeisend belang zou bestaan. Dit argument slaagt ook niet. Rugo heeft terecht gewezen op het door [eisende partij] overgelegde klachtenoverzicht uit productie 5 waaruit blijkt dat in 2024 uitsluitend klachten van buitenlandse partijen zijn ontvangen. In 2025 zijn er slechts twee klachten van verwarring geweest. Een toename van verwarring in Nederland (in 2024 en/of 2025) is daarmee niet aannemelijk geworden.


Proceskosten van €12.557 aan advocaatkosten en €818,82 aan tolkkosten worden toegewezen.

 

ECLI:NL:RBMNE:2025:5464