B: "Noordkaap had niet fatsoen om voor wederhoor met mij aan tafel te zitten"
01-12-2025 Print this page
Afgewezen vorderingen. Een geplande uitzending van Noordkaap over B, met beschuldigingen rond schulden, fraude en een Frans hotelproject. B stelt dat wederhoor ontbrak en dat verklaringen onjuist zijn, en vraagt een uitzendverbod en anonimisering. Noordkaap heeft verklaringen van zeven gedupeerden; B stelt dat de kerngetuige introk en dat bewijs wordt genegeerd. Noordkaap had het fatsoen moeten hebben om aan de tafel te zitten voor wederhoor. De rechter kan de waarheid niet vaststellen maar acht mogelijke reputatieschade aannemelijk. Noordkaap beroept zich op journalistieke vrijheid. De rechter ziet geen grond voor een verbod. De achternaam wordt wel ingekort tot B en hij zal onherkenbaar gemaakt worden. De gevraagde voorzieningen worden afgewezen.
GEEN ONRECHTMATIGE PUBLICITEIT
In december 2024 heeft een confrontatie plaatsgevonden tussen cameraploeg van Noordkaap en B. over schulden bij derden, fraude, taakstraf en een hotelproject in Frankrijk. B heeft nadien toelichting(en) gegeven. Daarop zijn nog vragen per mail gestuurd en beantwoord. De voorgenomen uitzending is in het najaar van 2025. B vordert verbod op uitzending totdat deugdelijk wederhoor heeft plaatsgevonden en verzoekt tevens dat B onherkenbaar in beeld komt.
Noordkaap heeft 7 verklaringen van gedupeerden. B stelt dat de kerngetuige A.M. alle verklaringen heeft ingetrokken en had een valse aangifte gedaan. Noordkaap negeert concrete bewijsstukken die de onjuistheid aantonen. Omdat de uitzending zware beschuldigingen aan het adres van B bevat had Noordkaap het fatsoen moeten hebben met met B aan de tafel te gaan zitten voor wederhoor.
Omdat pas na herhaald verzoek door Noordkaap op vragen is gereageerd en dan ook nog eens uiterst summier, maakt niet dat er geen kans is geweest op wederhoor. Deze wijze van dit onderzoek valt onder de journalistieke vrijheid.
In dit kort geding kan niet worden vastgesteld wat echter daadwerkelijk waar is van de stevige beschuldigingen, terwijl aannemelijk is dat beschuldigingen in combinatie met het herkenbaar in beeld brengen van B tot aanzienlijke schade van eer en goede naam leidt. B moet in de uitzending en promo's onherkenbaar gemaakt worden en zal de achternaam tot B worden ingekort.
De voorzieningenrechter weigert de voorzieningen.
Lees kopie oorspronkelijke afschrift