Geen voorbehoud op handelsnaam Palliaterm bij onderbrenging zorgactiviteiten in CSZ
08-01-2026 Print this pageConstructie met licentievergoeding voor handelsnaam dient om Wnt-norm te omzeilen. De bestempeling van een deel van de managementvergoeding als licentievergoeding diende slechts om te ontkomen aan de maximum bezoldigingsregels van de Wet normering topinkomens (Wnt). De bestuurder heeft ernstig verwijtbaar gehandeld door via deze constructie een hogere bezoldiging te laten betalen dan volgens de Wnt-norm was toegestaan. Een intern besluit van de coöperatie kan het omzeilen van een wettelijke norm niet sauveren. Het teveel betaalde bedrag (€704.555,54) is onverschuldigd betaald. De bestuurder en Managementfocus zijn daarvoor ieder hoofdelijk aansprakelijk. De coöperatie maakte vanaf 2016 rechtmatig gebruik van de handelsnaam Palliaterm.
CSZ is een coöperatie die werkzaam is in de zorg. Bestuurder was tot 2022 bestuurder van CSZ. CSZ vordert € 875.000 vanwege onbehoorlijk bestuur, onrechtmatige onttrekkingen en verbod op gebruik handelsnaam en domeinnaam "Palliaterm". Partijen zijn op 2 juli 2028 een management en licentieovereenkomst overeengekomen, inhoudende het recht om gedurende de looptijd van tien jaar de naam Palliaterm als handelsnaam en domeinnaam te voeren.
In het tussenvonnis ECLI:NL:RBGEL:2023:4156 werd het gebruik handelsnaam/domeinnaam door (voormalig) bestuurder niet toegestaan. Dat is in het eindvonnis ECLI:NL:RBGEL:2023:6507 bevestigd.
Het hof oordeelt dat CSZ vanaf 2016 rechtmatig gebruik maakte van de handelsnaam Palliaterm, nadat de zorgactiviteiten van bestuurder daarin waren ondergebracht. Voorbehoud van rechten door de bestuurder is niet gebleken. De licentieovereenkomst uit 2018 diende enkel om Wnt-regels te omzeilen. De rechtbank heeft daarom terecht het staken van gebruik door geïntimeerden en een dwangsom toegewezen.
Het spreekt voor zichzelf dat, als de handelsnaam Palliaterm voor de activiteiten zouden voeren, bij het publiek verwarring tussen de ondernemingen van partijen te duchten is ex artikel 5 Handelsnaamwet.
Het vonnis wordt bekrachtigd en de vorderingen van geïntimeerden afgewezen.
CSZ heeft betrekking op de proceskosten in reconventie in eerste aanleg. Zij heeft geen indicatie gegeven welk deel van de gevorderde kosten moet worden toegerekend aan het deel van de procedure dat onder het bereik van artikel 14 van de Handhavingsrichtlijn valt.
IEPT20251202, Hof Arnhem-Leeuwarden, Coöperatie Samen Zorgzaam v bestuurder/Managementfocus