Toegestaan artikel over strafzaak seksuele uitbuiting met vermelding beroep

10-02-2026 Print this page
IEPT20251217, Rb Amsterdam, eiser v NRC

NRC heeft een artikel op haar website geplaatst over een strafzaak tegen eiser, waarbij eiser is veroordeeld tot een (deels voorwaardelijke) gevangenisstraf wegens seksuele uitbuiting van twee minderjarige meisjes. Partijen twisten over de vraag of de vermelding van de voornaam, de leeftijd en het beroep van eiser in het artikel onrechtmatig is en in strijd is met de AVG en/of de UAVG. De rechtbank dient een belangenafweging te maken tussen het recht op bescherming van de eer, goede naam en persoonlijke levenssfeer van eiser (artikel 8 EVRM) en het recht op vrijheid van meningsuiting van NRC (artikel 10 EVRM) en komt tot de conclusie dat in dit geval het recht op vrijheid van meningsuiting van NRC zwaarder weegt. De publicatie van het artikel is dan ook niet onrechtmatig. Ook is geen sprake van een schending van de AVG en/of de UAVG.

 

PUBLICATIE - ONRECHTMATIGE PUBLICATIE


[eiser] is een procedure tegen NRC gestart omdat hij wil dat NRC een artikel dat zij in april 2022 op haar website heeft gepubliceerd, aanpast. Het Artikel gaat over een strafzaak tegen [eiser] die op 31 maart 2022 op zitting is behandeld, waarna hij twee weken later door de rechtbank Zeeland-West-Brabant is veroordeeld tot een (deels voorwaardelijke) gevangenisstraf wegens seksuele uitbuiting van twee minderjarige meisjes. In het Artikel staan, naast de bewezenverklaring en de straf, de voornaam, de leeftijd en het beroep van [eiser] vermeld. Volgens [eiser] is dit onrechtmatig jegens hem, omdat het Artikel zijn eer en goede naam aantast en in strijd is met de Algemene Verordening Gegevensbescherming (hierna: AVG). Hij vordert daarom in deze procedure dat de rechtbank NRC beveelt om het Artikel aan te passen door daaruit alle (strafrechtelijke) persoonsgegevens te verwijderen, op straffe van een dwangsom, en om een schadevergoeding aan hem te betalen.


NRC bestrijdt dat het Artikel onrechtmatig is. Zij wijst erop dat het een fundamenteel uitgangspunt van onze rechtstaat is dat ernstige misstanden publiekelijk besproken mogen worden. NRC heeft verslag gedaan van wat er op de openbare terechtzitting is besproken en welke straf is opgelegd. De wijze van verslaglegging, met het achterwege laten van de achternaam (en zelfs geen voorletter van de achternaam) en ook het weglaten van diverse persoonlijke details en omstandigheden die in de zaak naar voren zijn gekomen, valt ruim binnen de grenzen van het toelaatbare en is beschermd door de uitingsvrijheid. Ook is er geen sprake van strijd met de AVG, aldus NRC.


De rechtbank oordeelt dat het NRC-artikel voldoende steun vindt in de feiten, omdat het uitsluitend informatie bevat die tijdens de strafzitting of in het strafvonnis is vermeld. Het onderwerp – seksuele uitbuiting van minderjarigen – is van groot maatschappelijk belang en draagt bij aan het publieke debat, wat publicatie rechtvaardigt. Het noemen van de voornaam, leeftijd en beroep van [eiser] valt onder de journalistieke vrijheid en is relevant voor context, geloofwaardigheid en het uitsluiten van verwarring met anderen, terwijl NRC ook privacybelangen heeft ontzien door andere persoonlijke details niet te publiceren. Hoewel [eiser] nadelige gevolgen ervaart, weegt dit minder zwaar dan het publieke belang, aangezien reputatieschade een voorzienbaar gevolg is van zijn strafbaar handelen. De belangenafweging valt daarom uit in het voordeel van NRC: de publicatie is niet onrechtmatig. Ook is geen sprake van schending van de AVG/UAVG, omdat de verwerking van strafrechtelijke persoonsgegevens onder de journalistieke exceptie valt en noodzakelijk is voor de vrijheid van meningsuiting.


ECLI:NL:RBAMS:2025:10200