Onrechtmatige uitlatingen jegens bestuurders, medewerkers en organen Ouderenzorglocaties
12-01-2026 Print this page
Gedaagde plaatst regelmatig berichten, foto’s en video’s op diverse websites en Facebookpagina’s over wat hij aanduidt als ‘wantoestanden in de ouderenzorg’. Hij verwijst daarbij onder meer naar de Stichting en zorglocatie en plaatst daarbij soms ook foto’s van personeelsleden en bestuursleden en video’s waarin hij naar bepaalde werknemers verwijst en/of hun naam noemt. De Stichting wil dat hij alle berichten, foto’s en video’s verwijdert en dat het hem verboden wordt om nieuwe berichten te posten. De Stichting wil ook dat aan [gedaagde] een dwangsom (geldboete) wordt opgelegd als hij zich niet houdt aan het vonnis en -als dat nodig mocht blijken- ook lijfsdwang (gevangenhouding).
ONRECHTMATIGE PUBLICATIE - PUBLICATIE
De voorzieningenrechter oordeelt dat de uitlatingen van [gedaagde] onrechtmatig zijn, omdat zij verder gaan dan toelaatbare kritiek op de ouderenzorg. De uitingen bevatten ernstige beledigingen, beschuldigingen, verdachtmakingen en zelfs bedreigende en opruiende teksten, gericht tegen de Stichting, haar medewerkers en bestuurders. Daarmee is de grens van de vrijheid van meningsuiting overschreden. Het belang van de Stichting en haar betrokkenen bij bescherming van hun eer, veiligheid en privacy weegt zwaarder dan het recht van [gedaagde] om zich op deze wijze publiekelijk uit te laten.
De gedaagde moet binnen 24 uur alle onrechtmatige uitlatingen over de Stichting en ParaGo van zijn sociale media verwijderen. Daarnaast mag hij bestuurders en medewerkers niet meer benaderen, geen opnames van hen maken en zich op sociale media niet meer op een vergelijkbare negatieve of intimiderende manier over hen uitlaten, noch anderen daartoe aanzetten.
Bij overtreding verbeurt hij een dwangsom van € 1.500 per dag of per overtreding, tot een maximum van € 30.000. Als hij de verboden blijft overtreden en binnen een jaar herhaaldelijk dwangsommen verbeurt, kan het vonnis worden afgedwongen met gijzeling (lijfsdwang), telkens maximaal zeven dagen en in totaal maximaal één jaar. Tijdens toepassing van lijfsdwang vervallen de dwangsommen.