Deurwaarder constateert gelijkenis met ontwerpopdracht huisstijl, maar werk niet ingebracht
12-02-2026 Print this page
OPDRACHT - AUTEURSRECHT - MAKERSCHAP AANGENOMEN
Partijen hebben begin 2023 een overeenkomst gesloten voor ontwerpen huisstijl, webdesign voor Moo-software een product van gedaagde. De live-gang in septem 2023 werd uitgesteld en in mei 2024 werd de overeenkomst beëindigd. Gedaagde was niet tevreden over ideeën en heeft dit zelf gemaakt en creatieve inbreng geleverd. De lange duur en dat zij een derde heeft ingeschakeld om website af te bouwen die - volgens [eiseres] bijna volledig overeenkomt met haar ontwerp.
Partijen verschillen van mening over de vraag wie auteursrechthebbende is op de nieuwe huisstijl en webdesign voor de (door [gedaagde] verhandelde) MOO-software.
Hoewel de deurwaarder in het proces-verbaal schrijft dat de beelden op deze website sterke gelijkenis vertonen met de ontwerpen die door [eiseres] zijn gemaakt, is dit niet voldoende. De rechtbank moet deze beoordeling tenslotte zelf maken en niet de deurwaarder. Kopieën van het door [eiseres] gemaakte werk zijn niet ingebracht in deze procedure. Bovendien doet [gedaagde] terecht een beroep op artikel 8 Aw. Er is een opdrachtovereenkomst tot ontwikkeling van een grafische vormgeving waarmee [gedaagde] naar buiten treedt, dan is [gedaagde] auteursrechthebbende en mag dit werk blijven gebruiken, ook nadat de overeenkomst (tussentijds) is beëindigd. Tenzij iets anders overeengekomen.
Met [eiseres] is de rechtbank van oordeel dat deze e-mail moet worden uitgelegd als een opzegging van de overeenkomst en geen ontbinding. Voor de overeenkomst van opdracht geldt als uitgangspunt dat de opdrachtgever de overeenkomst te allen tijde kan opzeggen (artikel 4:408 lid 1 BW). Daar is geen tekortkoming of verzuim voor nodig. De overeengekomen opleverdatum van 1 september 2023 niet het karakter van een fatale termijn. Van een ondubbelzinnige mededeling van [eiseres] dat zij niet voornemens is de verbintenis na te komen, is geen sprake. [gedaagde] heeft dan ook geen recht op (gedeeltelijke) terugbetaling.
Vorderingen worden over en weer afgewezen. Eiseres wordt veroordeeld in de proceskosten in conventie van €4.037; gedaagde in de proceskosten in reconventie van €1.220.