Deurwaarder constateert gelijkenis met ontwerpopdracht huisstijl, maar werk niet ingebracht

12-02-2026 Print this page
IEPT20260114, Rb Midden-Nederland, Huisstijl in Moo-software

Begin 2023 sloten partijen een opdrachtovereenkomst voor het ontwerpen van een huisstijl en webdesign voor Moo-software. De livegang werd uitgesteld en in mei 2024 beëindigde [gedaagde] de overeenkomst. Partijen verschillen van mening over het auteursrecht. Hoewel de deurwaarder sterke gelijkenis constateerde, kan de rechtbank geen auteursrechtinbreuk vaststellen omdat [eiseres] haar werk niet in de procedure heeft ingebracht. Bovendien geldt op grond van artikel 8 Aw dat bij een opdrachtovereenkomst voor grafische vormgeving [gedaagde] als auteursrechthebbende geldt. De beëindiging wordt aangemerkt als opzegging en niet als ontbinding; er was geen fatale termijn of verzuim. Vorderingen worden afgewezen en proceskosten verdeeld.


OPDRACHT - AUTEURSRECHT - MAKERSCHAP AANGENOMEN 

 

Partijen hebben begin 2023 een overeenkomst gesloten voor ontwerpen huisstijl, webdesign voor Moo-software een product van gedaagde. De live-gang in septem 2023 werd uitgesteld en in mei 2024 werd de overeenkomst beëindigd. Gedaagde was niet tevreden over ideeën en heeft dit zelf gemaakt en creatieve inbreng geleverd. De lange duur en dat zij een derde heeft ingeschakeld om website af te bouwen die - volgens [eiseres] bijna volledig overeenkomt met haar ontwerp.


Partijen verschillen van mening over de vraag wie auteursrechthebbende is op de nieuwe huisstijl en webdesign voor de (door [gedaagde] verhandelde) MOO-software.


Hoewel de deurwaarder in het proces-verbaal schrijft dat de beelden op deze website sterke gelijkenis vertonen met de ontwerpen die door [eiseres] zijn gemaakt, is dit niet voldoende. De rechtbank moet deze beoordeling tenslotte zelf maken en niet de deurwaarder. Kopieën van het door [eiseres] gemaakte werk zijn niet ingebracht in deze procedure. Bovendien doet [gedaagde] terecht een beroep op artikel 8 Aw. Er is een opdrachtovereenkomst tot ontwikkeling van een grafische vormgeving waarmee [gedaagde] naar buiten treedt, dan is [gedaagde] auteursrechthebbende en mag dit werk blijven gebruiken, ook nadat de overeenkomst (tussentijds) is beëindigd. Tenzij iets anders overeengekomen.

 

Met [eiseres] is de rechtbank van oordeel dat deze e-mail moet worden uitgelegd als een opzegging van de overeenkomst en geen ontbinding. Voor de overeenkomst van opdracht geldt als uitgangspunt dat de opdrachtgever de overeenkomst te allen tijde kan opzeggen (artikel 4:408 lid 1 BW). Daar is geen tekortkoming of verzuim voor nodig. De overeengekomen opleverdatum van 1 september 2023 niet het karakter van een fatale termijn. Van een ondubbelzinnige mededeling van [eiseres] dat zij niet voornemens is de verbintenis na te komen, is geen sprake. [gedaagde] heeft dan ook geen recht op (gedeeltelijke) terugbetaling.


Vorderingen worden over en weer afgewezen. Eiseres wordt veroordeeld in de proceskosten in conventie van €4.037; gedaagde in de proceskosten in reconventie van €1.220.


ECLI:NL:RBMNE:2026:385