De oud-werknemer van VCT Holding B.V. (Van Caem) trad in 2021 in dienst als trader. In haar arbeidsovereenkomst waren onder meer een concurrentie-, relatie- en boetebeding opgenomen. Na het einde van het dienstverband heeft ze nog enkele dagen voor Van Caem gewerkt. Daarna ging zij werken bij Bickery en later bij Boost. De kantonrechter oordeelt dat het concurrentiebeding geldig is en dat de werknemer daaraan tot 1 april 2025 gebonden was. Echter Bickery wordt door de kantonrechter niet als concurrent gezien.
Tussen VCT Holding B.V. (Van Caem) en een voormalig werknemer staat centraal of de werknemer gebonden is aan een concurrentiebeding en of zij contractuele boetes moet betalen wegens het werken bij andere bedrijven na haar vertrek. Van Caem maakt deel uit van de Van Caem Klerks Group en houdt zich bezig met internationale parallelhandel in onder meer parfum, alcoholische dranken en fast moving consumer goods (FMCG). De werknemer trad op 1 maart 2021 bij Van Caem in dienst als trader op basis van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd. In de arbeidsovereenkomst waren onder meer een geheimhoudingsbeding, een concurrentiebeding, een relatiebeding en een boetebeding opgenomen. Ook was in de overeenkomst gemotiveerd welk zwaarwegend bedrijfsbelang het concurrentiebeding rechtvaardigde.
Na het einde van haar dienstverband trad de werknemer in dienst bij Bickery en later bij Boost. Volgens Van Caem zijn dit (indirecte) concurrenten en heeft de werknemer daarmee het concurrentiebeding overtreden. Van Caem vordert daarom betaling van contractuele boetes. De werknemer betwist dat zij aan het concurrentiebeding gebonden is en voert aan dat het beding haar onredelijk beperkt in haar mogelijkheden om elders te werken.
De kantonrechter oordeelt dat het concurrentiebeding rechtsgeldig is overeengekomen en dat Van Caem voldoende heeft gemotiveerd welk zwaarwegend bedrijfsbelang zij bij het beding heeft. Na een belangenafweging concludeert de kantonrechter dat de werknemer tot 1 april 2025 aan het concurrentiebeding gebonden was. Dat [gedaagde] na 1 april 2024 nog een aantal dagen voor Van Caem gewerkt heeft maakt dat niet anders. De arbeidsovereenkomst was op dat moment namelijk al afgelopen.
Voor de periode dat [gedaagde] bij Bickery heeft gewerkt hoeft zij geen boete te betalen, omdat Bickery niet als concurrent van Van Caem wordt beschouwd. Ook voor de periode dat [gedaagde] bij Boost heeft gewerkt hoeft zij geen boete te betalen.