Auteursrecht geen bezwaar afgifte archeologische vondsten en opgravingsdocumentatie aan Provincies

20-02-2026 Print this page
IEPT20260121, Rb Midden-Nederland, Provincies v Archeologen

Archeologische vondsten die door eerdere bedrijven van [gedaagde sub 1] zijn gedaan, zijn eigendom van de provincie waar ze zijn gevonden en hadden moeten worden overgedragen. De rechtbank oordeelt dat ook opgravingsdocumentatie onderdeel is van de opgraving en aan de provincie toekomt. Het beroep op auteursrecht wordt verworpen: eigendom en auteursrecht kunnen gescheiden zijn en [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] zijn niet aannemelijk auteursrechthebbenden. De rechtbank beveelt overdracht van alle vondsten en documentatie op straffe van een dwangsom.

 

AUTEURSRECHT - GOEDEREN

 

Eerdere archeologische bedrijven van [gedaagde sub 1] hebben bij archeologische onderzoeken vondsten aangetroffen. De provincie op wiens grondgebied de archeologische vondst is gedaan is eigenaar van de vondst. Op de eerdere archeologische bedrijven van [gedaagde sub 1] rustte daarom de verplichting de vondsten over te dragen.


Voordat in Nederland gebouwd mag worden, kan een archeologisch onderzoek verplicht zijn op grond van het omgevingsplan. Archeologische bedrijven moeten vondsten conserveren en binnen twee jaar overdragen aan de rechthebbende (vaak een provincie).


Archeoloog [gedaagde1] richtte meerdere archeologische bedrijven op die opgravingen uitvoerden. Omdat opdrachtgevers vaak niet betaalden, kwam zijn bedrijfsvoering onder druk te staan. In 2016 kondigde één van zijn bedrijven aan vondsten niet over te dragen, maar te verkopen of te vernietigen om betaling af te dwingen. Provincies legden daarop beslag op de vondsten en startten een procedure. Kort daarna gingen twee bedrijven failliet; een curator droeg de vondsten alsnog over aan de provincies. [Gedaagde1] richtte vervolgens een nieuwe vennootschap op: Gedaagde2 en kreeg vorderingen op opdrachtgevers overgedragen, maar die bleken grotendeels oninbaar. In 2021 meldde [gedaagde sub 2] dat zij nog vondsten en documentatie in bezit had en vroeg overleg over overdracht, maar eiste een financiële vergoeding. Over de teruggave en voorwaarden werd geen overeenstemming bereikt.

 

Provincies is ook eigenaar van opgravingsdocumentatie

De rechtbank volgt de Provincies in het standpunt dat opgravingsdocumentatie die hoort bij een concrete opgraving (archeologische vondst) naar verkeersopvatting onderdeel uitmaakt van die opgraving (artikel 3:3 BW). Opgravingsdocumentatie vormt namelijk een zo essentieel deel van de archeologische opgraving, dat zonder dit deel de opgraving niet aan haar economische of maatschappelijke bestemming kan beantwoorden. Zonder bijbehorende documentatie is de opgraving dus incompleet.

 

Het beroep van [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] op het auteursrecht verzet zich niet tegen afgifte van de opgravingsdocumentatie. Gedaagden verzetten zich tegen de afgifte van opgravingsdocumentatie met een beroep op auteursrecht. Op grond van artikel 55 Monumentenwet 1988 wordt dit verweer wordt verworpen. De rechtbank oordeelt dat eigendom van de documentatie en het auteursrecht daarop bij verschillende partijen kunnen liggen. De provincie is eigenaar van de archeologische vondsten en documentatie en kan daarom afgifte eisen, ook zonder auteursrechthebbende te zijn.


Daarnaast is niet aannemelijk dat [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] zelf auteursrechthebbenden zijn. De opgravingen en documentatie zijn opgesteld door hun voormalige archeologische bedrijven, die de benodigde vergunningen hadden. Auteursrechtsoverdracht moet via een akte gebeuren, en daarvan is niets gebleken. Bovendien beschikken [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] niet over de vereiste vergunningen of certificering, waardoor zij geen opgravingswerkzaamheden mogen uitvoeren en dus geen auteursrecht op die documentatie hebben.


De Provincies hebben voldoende concreet bepaald en hoeven niet nader op te geven van welke concrete opgravingen zij afgifte van vondsten en documentatie willen.


De problematiek van de niet-betalende opdrachtgevers verzet zich ook niet tegen afgifte van de archeologische vondsten en de daarmee samenhangende documentatie.

 

De rechtbank gebiedt gedaagden om alle archeologische vondsten, analoge en digitale archeologische opgravingsdocumentatie over te dragen aan de provincie in wier grondgebied de opgraving is geschiedt. Op straffen van een dwangsom van €2.500 per dag tot een maximum van 250.000.

 

ECLI:NL:RBMNE:2026:424