Software-implementaties zijn octrooieerbaar, inventiviteitsaanval onvoldoende onderbouwd
10-02-2026 Print this page
Squeezely vorderde nietigverklaring van het Nederlandse deel van EP500 van Insite wegens gebrek aan nieuwheid en inventiviteit; de vorderingen zijn afgewezen. De rechtbank oordeelt dat software-implementaties met technisch karakter octrooieerbaar zijn en dat Squeezely haar inventiviteitsaanval onvoldoende heeft onderbouwd. AWS en BES zijn logische, niet noodzakelijk fysiek gescheiden entiteiten met functioneel onderscheiden rollen. Aangevoerde stand van de techniek (US 784, OpenX, US 366, US 488) tast de nieuwheid niet aan. Squeezely wordt veroordeeld tot €78.051 proceskosten.
Squeezely, IT-bedrijf dat oplossingen biedt voor het optimaal benaderen van klanten via digitale kanalen, klantprofielen worden opgebouwd en gepersonaliseerde webpagina's worden getoond. Insite houdt zich bezig met ontwikkelen, beheren en exploiteren van IE en knowhow rondom computerprogrammatuur. Insite is houdster van octrooi EP2997500B1 voor een “System and method for processing web-browsing information”. Squeezely vordert nietig verklaring van het Nederlandse deel van EP500 vanwege gebrek aan nieuwheid/inventiviteit.
Artikel 52 lid 3 EOV zegt dat computerprogramma's zijn uitgesloten, echter bestaat de uitvinding uit implementatie van software in een hardwaretoepassing, dan is er wel sprake van een technisch karakter en wordt de uitvinding niet uitgezonderd van octrooieerbaarheid. Zelfs wanneer de niet-technische elementen domineren. Squeezely heeft in haar inventiviteitsaanval uitgaande van specifieke stand van de techniek onvoldoende uitgewerkt op grond waarvan verschilkenmerken kunnen worden geïdentificeerd waarvan de technische bijdrage kan worden beoordeeld.
Centraal staat de vraag of de auxiliary web server (AWS) en back-end server (BES) gescheiden moeten zijn. Volgens de rechtbank zijn dit logische entiteiten die niet fysiek gescheiden hoeven te zijn en zelfs in één proces op één server kunnen draaien. Wel hebben zij functioneel onderscheiden rollen; de vakpersoon zal de in de conclusies beschreven stappen niet als betekenisloos beschouwen.
Bij de nieuwheid beoordeelt de rechtbank verschillende stand-van-de-techniekdocumenten. Het beroep op US 784 wordt afgewezen wegens strijd met de goede procesorde (te laat aangevoerd).
Voor OpenX (Revive Adserver) oordeelt de rechtbank dat Squeezely onvoldoende heeft aangetoond dat een relevante configuratie vóór de prioriteitsdatum daadwerkelijk openbaar was toegepast. US 366 openbaart volgens de rechtbank niet de in het octrooi vereiste AWS- en BES-functionaliteiten, met name omdat geen code request wordt ontvangen en onbewerkt doorgestuurd. US 488 openbaart evenmin het vereiste doorgeven van een code request tussen entiteiten en is daarom niet nieuwheidsschadelijk.
De aangevoerde stand van de techniek tast de nieuwheid van het octrooi niet aan. De vorderingen worden afgewezen, Squeezely wordt veroordeeld in de proceskosten: € 78.051.
IEPT-versie volgt later