Verbod op bepaalde uitlatingen jurist-blogger over jeugdzorgactivist

13-02-2026 Print this page
IEPT20260203, Hof Amsterdam, jeugdzorgactivist v jurist-blogger

Het hof oordeelt in hoger beroep over uitlatingen van [geïntimeerde] over [appellant] en het gebruik van een audiobestand en persoonsgegevens. Verwijdering van het audiobestand en persoonsgegevens wordt afgewezen wegens gebrek aan vertrouwelijkheidsverplichtingen en bewijs van bezit. Diverse beschuldigingen (o.a. sabotage, bedreigingen) worden als onrechtmatig aangemerkt. Het hof legt een verbod op dergelijke uitlatingen, beveelt rectificatie, kent €500 immateriële schadevergoeding toe en veroordeelt [geïntimeerde] in de proceskosten.

 

PUBLICATIE
 

Een conflict tussen [appellant], een jeugdzorgactivist en voorzitter van een stichting, en [geïntimeerde], een jurist en blogger. Het geschil draait om publicaties en uitlatingen van [geïntimeerde] over [appellant], en om de verspreiding van een audiobestand en persoonsgegevens die [appellant] aan hem had verstrekt. [appellant] stelde dat [geïntimeerde] onrechtmatig handelde en vorderde onder meer verwijdering van gegevens, een verbod op bepaalde uitlatingen, rectificatie en immateriële schadevergoeding. De kantonrechter wees de vorderingen gedeeltelijk toe; [appellant] ging in hoger beroep.


Het hof oordeelt dat de vorderingen tot vernietiging of verwijdering van het audiobestand en persoonsgegevens terecht zijn afgewezen. Er bestond geen vertrouwelijkheidsverplichting of verwerkingsovereenkomst, en het audiobestand was door [appellant] zelf al openbaar gemaakt. Ook is niet aannemelijk dat [geïntimeerde] nog persoonsgegevens van [appellant] bezit.


Ten aanzien van de uitlatingen over [appellant] maakt het hof een belangenafweging tussen vrijheid van meningsuiting en bescherming van eer en goede naam. Het hof acht verschillende uitlatingen onrechtmatig, met name beschuldigingen dat [appellant] de documentaire had willen saboteren, procedures had gestart om andere zaken te dwarsbomen, slachtoffers zou saboteren en bedreigingen zou hebben geuit of aangezet. Andere uitlatingen acht het hof niet onrechtmatig of onvoldoende onderbouwd.


Het hof breidt het verbod op dergelijke uitlatingen uit en beveelt een uitgebreide rectificatie op sociale media en de website van [geïntimeerde]. Daarnaast kent het hof [appellant] €500 immateriële schadevergoeding toe wegens aantasting van haar eer en goede naam. De proceskosten in hoger beroep worden ten laste van [geïntimeerde] gebracht.


Het vonnis van de kantonrechter wordt gedeeltelijk vernietigd en voor het overige bekrachtigd.

 

ECLI:NL:GHAMS:2026:272