Aanhouding afgewezen nu Stokke Duitsland en Italië hebben uitgesloten van vorderingen wegens procedures daar

27-02-2026 Print this page
IEPT20260225, Rb Gelderland, Stokke v Babypark/Cybex
(Met dank aan Tobias Cohen Jehoram, Robert van Hattum, Florence Haverhals en Selmer Bergsma, De Brauw Blackstone Westbroek N.V.)

In dit incident is de vraag of aanhouding op grond van artikel 29 Brussel I-bis nodig is wegens procedures in Frankfurt en Rome. Na eiswijziging hebben Stokke c.s. Duitsland en Italië volledig uitgesloten van hun vorderingen. Daardoor is geen sprake meer van hetzelfde onderwerp of samenhangende vorderingen. De rechtbank wijst de aanhouding af. Stokke c.s. worden veroordeeld in de proceskosten van het incident (€ 653). De hoofdzaak wordt voortgezet.

 

EISWIJZIGING - INCIDENT


In dit incident ligt de vraag voor of de procedure op grond van artikel 29 Brussel I-bis moet worden aangehouden totdat de door Cybex c.s. in Frankfurt en Rome aangezochte rechters over hun bevoegdheid hebben beslist. Volgens Cybex c.s. was aan alle voorwaarden voor toewijzing van de gevorderde aanhouding voldaan. Stokke c.s. hebben daarop hun vorderingen gewijzigd, in die zin dat aan diverse (verbods)vorderingen telkens de zinsnede “met uitzondering van het grondgebied van Duitsland en Italië” is toegevoegd. Nadien is de eisvermindering verduidelijkt door ook in andere onderdelen van het petitum expliciet op te nemen dat deze zien op het grondgebied van de Europese Unie, met uitzondering van Duitsland en Italië, en door enkele vorderingen te beperken, onder meer tot Nederlandse websites. Daarmee hebben Stokke c.s. willen bewerkstelligen dat Duitsland en Italië volledig van de vorderingen worden uitgesloten.


Volgens Stokke c.s. heeft dit tot gevolg dat de procedures in Duitsland en Italië niet langer hetzelfde onderwerp hebben in de zin van artikel 29 Brussel I-bis en evenmin sprake is van samenhangende vorderingen in de zin van artikel 30, zodat geen noodzaak tot aanhouding meer bestaat. Cybex c.s. hebben zich op het standpunt gesteld dat na de eiswijziging geen sprake meer is van samenhang tussen de procedures en dat deze een andere rechtsgrond en feitelijke situatie betreffen. De vordering tot aanhouding is echter niet ingetrokken.


De rechtbank overweegt dat artikel 29 ertoe strekt parallelle procedures en tegenstrijdige beslissingen te voorkomen, teneinde wederzijdse erkenning van beslissingen mogelijk te maken. Nu de vorderingen in deze zaak niet langer zien op het grondgebied van Duitsland en Italië, is de samenhang met de procedures aldaar komen te vervallen. Daarmee is niet langer voldaan aan de vereisten van artikel 29 Brussel I-bis en ontbreekt de noodzaak tot aanhouding. Ook voor ambtshalve aanhouding op grond van artikel 30 bestaat geen aanleiding. De vordering wordt afgewezen.


Wel worden Stokke c.s. veroordeeld in de kosten van het incident, nu de afwijzing rechtstreeks gevolg is van hun eiswijziging en Cybex c.s. de vordering met recht hebben ingesteld. De kosten worden begroot op € 653,00 aan salaris advocaat. De zaak wordt in de hoofdzaak verwezen naar de rol van 8 april 2026 voor conclusie van antwoord door Cybex c.s., met aanhouding van iedere verdere beslissing.

Lees hier kopie oorspronkelijke uitspraak