Gezamenlijk IG-account bevatte onrechtmatige content

13-04-2026 Print this page
IEPT20260226, Rb Rotterdam, IG Tandartspraktijk

Het gezamenlijke Instagram-account van [eiser sub 1] en [gedaagde] bevatte eind 2025 korte tijd onrechtmatige content, bestaande uit foto’s en video’s van de echtgenote en minderjarige dochters van [eiser sub 1] met seksueel expliciete en beledigende teksten. Deze content is inmiddels verwijderd en herhaling is niet aannemelijk. De zaak ziet niet op auteursrecht- of portretrechtinbreuk, maar op onrechtmatig handelen. Overdracht van het account wordt afgewezen, maar [gedaagde] moet wel de inloggegevens verstrekken, op straffe van een dwangsom.

 

PUBLICATIE

 

[eiser sub 1] en [gedaagde] hebben gezamenlijk het Instagram-account aangemaakt ten behoeve van hun tandartspraktijk. Dit account is openbaar toegankelijk. Dat betekent dat zowel de ‘@handle’ en de ‘bio’, als de op het account geplaatste foto’s en video’s voor iedereen zichtbaar zijn. Tussen [eiser sub 1] en [gedaagde] is in 2025 een zakelijk geschil ontstaan over de tandartspraktijk.


[eiser sub 1] heeft geen toegang meer tot het betreffende Instagram-account. Op 30 december 2025 zijn via dit account stories geplaatst met foto’s en video’s van zijn echtgenote en hun minderjarige dochters. Deze beelden gingen vergezeld van seksueel expliciete, beledigende en beschuldigende teksten, waaronder uitingen over overspel, seksuele prestaties en (gedwongen) prostitutie. Een deel van deze content, met name de foto’s, is vervolgens opgeslagen in de highlights van het account, waardoor deze langdurig zichtbaar bleef.


Eisers vorderen de overdracht van IG-account en verbod om content waarin eisers (herkenbaar) zijn afgebeeld te plaatsen op enig social media platform. De voorzieningenrechter acht voldoende aannemelijk dat [gedaagde] toegang heeft tot het account en betrokken was bij het verwijderen van foto’s en video’s en het wijzigen van accountnaam en gebruikersomschrijving. Nu partijen beiden gezamenlijk eigenaar zijn van de tandartspraktijk en het account, gaat overdracht te ver en wordt deze afgewezen. De subsidiaire vordering wordt toegewezen, met een dwangsom van €5.000 ineens en €500 per dag (max. €25.000).

 

Niet is in geschil dat de betreffende foto’s en video’s zijn verwijderd en dat de gebruikersnaam en accountomschrijving zijn aangepast, zodat er op dit moment geen sprake is van de gestelde onrechtmatige handelingen. Bovendien hebben de gestelde onrechtmatige publicaties en uitlatingen maximaal twee dagen geduurd (van 31 december 2025 tot 2 januari 2026), waren zij al verwijderd voordat het kort geding is aangevraagd en is, ook al omdat er sinds 2 januari 2026 niets meer is gepubliceerd, een reële dreiging van herhaling (daarom) niet aannemelijk.


Het afgeven van een onthoudingsverklaring kan in IE-zaken een rol spelen. Echter deze zaak gaat niet over een dreigende inbreuk op een portretrecht of auteursrecht, maar in de kern om (een verbod op) onrechtmatig handelen, wat wezenlijk anders is.


De voorzieningenrechter gebiedt [gedaagde] om binnen 48 uur na betekening alle inloggegevens en toegangscodes van het Instagram-account aan [eiser sub 1] te verstrekken.


ECLI:NL:RBROT:2026:2593