Eiser verkoopt sinds 2019 saffraan via bol.com en gebruikt daarvoor merkloze EAN-codes per gewichtsklasse. Gedaagde verkocht sinds 2025 ook saffraan en maakte enige tijd gebruik van deze EAN-codes. Eiser stelt dat dit oneerlijke handelspraktijken, merkinbreuk en onrechtmatig handelen oplevert. De voorzieningenrechter komt echter niet toe aan een inhoudelijke beoordeling, omdat voor toewijzing in kort geding een spoedeisend belang vereist is. Gedaagde haalde zijn aanbod in februari 2026 offline, beloofde de EAN-codes niet meer te gebruiken, bood een onthoudingsverklaring met boete aan en gaf inzage in zijn verkopen. Eiser onderbouwde onvoldoende waarom ondanks deze toezeggingen nog een spoedmaatregel nodig was, waardoor de vorderingen worden afgewezen.
Eiser verkoopt sinds eind 2019 via zijn eenmanszaak [handelsnaam Saman Saffraan] blikjes saffraan via bol.com. Voor de verkoop is per gewichtsklasse een merkloze EAN-code aangemaakt. EAN-codes zijn unieke productcodes die worden gekoppeld aan productinformatie zoals productfoto’s, -specificaties, en eventuele merkinformatie. Ook [gedaagde] verkoopt sinds september 2025 blikjes saffraan via bol.com en heeft enige tijd EAN-codes van eisers gebruik gemaakt.
Eiser stelt [gedaagde] zich schuldig maakt aan oneerlijke handelspraktijken, inbreuk maakt op het merk en ook anderszins onrechtmatig heeft gehandeld door gebruik te maken van zijn EAN-codes.
Hoezeer de voorzieningenrechter een inhoudelijk oordeel had willen geven over wat partijen verdeeld houdt en de aannemelijkheid van de toewijzing van de vorderingen in een bodemprocedure had willen bespreken, komt de voorzieningenrechter niet toe aan een dergelijk oordeel.
Voor de toewijzing van iedere vordering in een kort geding is namelijk een spoedeisend belang nodig bij een ordemaatregel en dat heeft [eisende partij] niet.
Hoewel eiser gedaagde eerder had gesommeerd, heeft gedaagde vanaf februari 2026 zijn aanbod via de EAN-codes van eiser offline gehaald en toegezegd dit ook in de toekomst niet meer te doen. Hij bood bovendien aan een onthoudingsverklaring met boetebeding te ondertekenen en gaf inzage in zijn verkopen. Eiser onderbouwde onvoldoende waarom ondanks deze toezeggingen nog een spoedmaatregel nodig was.
Hierdoor worden de vorderingen afgewezen.