HR: Geen temporele afbakening na bewarende maatregel van bewijsbeslag

30-03-2026 Print this page
IEPT20260313, HR, Aprisco

De Hoge Raad oordeelt over de reikwijdte van een inzageverzoek ex art. 843a (oud) Rv na bewijsbeslag. Het hof had het inzagerecht ten onrechte beperkt door te eisen dat dit in het verlengde moest liggen van het bewijsbeslag en door een tijdsgrens (vanaf 2010) te hanteren. De Hoge Raad verduidelijkt dat bewijsbeslag slechts een bewarende maatregel is en het inzagerecht niet beperkt tot die bescheiden. Ook kan inzage worden gevraagd in andere stukken. Hoewel sommige klachten niet tot cassatie leiden wegens zelfstandige dragende gronden (zoals de tweeconclusieregel), slagen belangrijke klachten over de temporele beperking en motivering. Daarnaast oordeelt de Hoge Raad dat het hof onvoldoende rekening hield met een lastgeving en onduidelijk was over privé-e-mail. De uitspraak van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt verwezen.

 

EXHIBITIE BEWIJSMATERIAAL - BESLAG

 

In deze zaak staat het inzagerecht van art. 843a (oud) Rv centraal, met name na het leggen van bewijsbeslag. Tussen partijen bestond een geschil over een vaststellingsovereenkomst (VSO) inzake financiële aanspraken rond het Nativa-project. Na bewijsbeslag vorderde Aprisco c.s. inzage in uitgebreide administratieve en correspondentiestukken van [verweerder].

 

De rechtbank wees een ruime inzage toe, maar het hof beperkte deze aanzienlijk, zowel inhoudelijk (tot specifieke stukken) als temporeel (vanaf 1 januari 2010). Ook oordeelde het hof dat een inzageverzoek na bewijsbeslag in het verlengde moet liggen van dat beslag.

 

De Hoge Raad corrigeert dit uitgangspunt: art. 843a (oud) Rv stelt niet de eis dat het inzageverzoek moet aansluiten bij de grondslag of omvang van het bewijsbeslag. Het beslag dient slechts ter bewaring en beperkt het inzagerecht niet. Ook kan inzage betrekking hebben op andere stukken dan waarop beslag ligt.

 

Toch leidt dit niet volledig tot cassatie, omdat het hof zijn beperking mede baseerde op procesrechtelijke gronden, met name de tweeconclusieregel: Aprisco c.s. hadden hun verzoek zelf beperkt en konden dit later niet uitbreiden.

 

Verder bevestigt de Hoge Raad dat bij inzage in de eigen administratie het rechtmatig belang en de bepaaldheid in beginsel gegeven zijn (Belba-lijn), en dat het hof dit niet heeft miskend.

 

Belangrijk is dat de Hoge Raad de temporele beperking tot 2010 onjuist acht. Het hof had zelf aanwijzingen erkend voor mogelijke onregelmatigheden vóór 2010, waardoor het ontbreken van rechtmatig belang voor die periode onbegrijpelijk is. Daarmee vervalt ook de motivering dat het verzoek te onbepaald zou zijn.

 

Daarnaast slaagt een klacht over het negeren van een lastgeving: Aprisco trad mede namens Missy op, wat het hof had moeten betrekken. Ook is het oordeel over privé-e-mailadressen onvoldoende duidelijk gemotiveerd.

 

De Hoge Raad vernietigt daarom de beschikkingen van het hof en verwijst de zaak naar het gerechtshof ’s-Hertogenbosch voor verdere behandeling.

 

IEPT-versie volgt later
ECLI:NL:HR:2026:413