Eisers zijn actief in de defensiesector en betrokken bij grote deals met Defensie. Een nieuwswebsite wil hierover publiceren en [eiser sub 2] bij naam noemen. De rechter oordeelt dat niet is aangetoond dat dit tot levensgevaar of onherstelbare schade leidt. Bezwaren zijn onvoldoende onderbouwd en informatie is deels al openbaar. Het onderwerp is van groot publiek belang en persvrijheid weegt zwaar. Ook van gebrekkig wederhoor is niet gebleken. Eventuele schade is niet onherstelbaar. De publicatie mag doorgaan.
Gedaagde is van plan om over eisers een artikel op haar website te publiceren. Eisers vorderen dat het wordt verboden de naam en andere tot de persoon van eiser te herleiden gegevens te publiceren. Volgens eisers zal publicatie van het artikel eiser en zijn familie blootstellen aan reële veiligheidsrisico’s en een ernstige en ook een ongerechtvaardigde inbreuk op zijn persoonlijke levenssfeer vormen. Om die redenen wil eisers ook dat gedaagde het conceptartikel voor publicatie aan haar ter beoordeling voorlegt. Bij bezwaar tegen de inhoud kan eisers dan het artikel aan de rechter voorleggen.
Eisers bewegen zich in de defensie- en justitie-industrie en zijn betrokken bij miljoenendeals die met het Ministerie van Defensie zijn afgesloten. [gedaagde] is een onafhankelijke nieuwswebsite dat zich richt op onderzoeksjournalistiek. In dossier Veiligheid en Defensie wordt onder meer geschreven over de miljarden die geïnvesteerd worden in nieuwe wapens en personeel.
De voorzieningenrechter oordeelt dat niet aannemelijk is gemaakt dat publicatie van de naam van [eiser sub 2] (of de aanduiding [naam]) leidt tot acuut en reëel levensgevaar voor hem en zijn familie. Hoewel [eisers c.s] bezwaar maakt tegen naamsvermelding vanwege veiligheidsrisico’s, ontbreekt een concrete onderbouwing. Eerdere verzoeken tot geheimhouding zijn afgewezen wegens gebrek aan bewijs. Ook tijdens de zitting zijn geen specifieke feiten aangedragen; verwijzingen naar nationale veiligheid en de “Russische Staat” zijn onvoldoende toegelicht. Bovendien kan via openbare registers eenvoudig worden achterhaald wie bij [eiser sub 1] betrokken is. Daarnaast blijkt uit gedrag van [eiser sub 2] zelf dat hij publiciteit niet schuwt, wat zijn beroep op anonimiteit ondermijnt.
De voorzieningenrechter oordeelt dat ook de overige gestelde schade door naamsvermelding van [eiser sub 2] geen grond vormt om de publicatie te verbieden. Het artikel gaat over mogelijke misstanden rond wapenhandel en samenwerking met Defensie en raakt daarmee een onderwerp van groot publiek belang. Journalistieke vrijheid omvat in beginsel ook het noemen van namen, zeker ter bevordering van transparantie en controleerbaarheid.
De stelling dat sprake is van vooringenomenheid en gebrekkig wederhoor wordt niet gevolgd; uit contactmomenten blijkt dat [gedaagde] [eiser sub 2] voldoende gelegenheid heeft gegeven te reageren. Bovendien is aannemelijk dat Defensie, ook zonder naamsvermelding, via openbare informatie kan achterhalen dat het om [eiser sub 2] gaat, waardoor het gestelde risico op verlies van opdrachten niet wordt weggenomen.
Verder stelt [eisers c.s] zelf dat de beschuldigingen onjuist en weerlegbaar zijn en dat Defensie al bekend is met de achtergrond van [eiser sub 2]. Eventuele schade is daarom onvoldoende aannemelijk gemaakt en bovendien niet onherstelbaar, aangezien die via schadevergoeding kan worden gecompenseerd.
Al het vorenstaande leidt ertoe dat er voor de door [gedaagde] voorgenomen publicatie over [eisers c.s] geen noodzaak bestaat om de vrijheid van meningsuiting en persvrijheid te beperken. De vorderingen komen dan ook niet voor toewijzing in aanmerking.