Onrechtmatige publicaties op X, IG en LinkedIn

02-04-2026 Print this page
IEPT20260331, Hof Den Bosch, Adviseurs op X, IG, LinkedIn
(Met dank aan Femmetje de Wind, ABC legal)

Appellant is een juridisch (belasting)adviesbureau en geïntimeerde een groothandel. In 2018 schakelden zij [X] in tegen vooruitbetaling; later ontstonden twijfels door uitblijvende voortgang en negatieve media. Na herhaald contact liet geïntimeerde voicemails achter, die door appellant als bedreigend werden gezien en deels online werden geplaatst met vermelding van zijn identiteit. Het hof oordeelt dat het voicemailbericht onvolledig en misleidend is weergegeven, waardoor een dreigende strekking ontstond. De aangevoerde omstandigheden rechtvaardigen de publicaties niet en bieden onvoldoende feitelijke steun. Geïntimeerde was bovendien eenvoudig identificeerbaar en ondervond schadelijke gevolgen. De publicaties zijn onrechtmatig; verwijdering en rectificatie blijven in stand.
 


PUBLICATIE - ONRECHTMATIGE PUBLICATIE AANGENOMEN


Appelant is een juridisch (belasting)adviesbureau. Geïntimeerde is een groothandel in ferro-materialen, halffabricaten en verhuurder van machines en werktuigen. 
In 2018 wenden [geïntimeerde] en [-] zich tot [X] om de belangen van [-] te behartigen; een honorarium van €400.000 (ex btw) werd vooruit betaald. [geïntimeerde] bleef via cc op de hoogte. In 2019 verleende hij medewerking aan een leenconstructie van €100.000 voor een cliënte van [X]. Door uitblijvende voortgang en negatieve media ging hij twijfelen en zocht herhaaldelijk contact. Voicemails van 13 september 2024 werden door [appellant] als bedreigend gezien en deels online geplaatst, met vermelding van zijn identiteit. Dit leidde tot vele reacties. [geïntimeerde] deed aangifte van smaad/laster.


In eerste aanleg werd aangegeven dat bepaalde posts moesten worden verwijderd van de online dienste, platforms en media en rectificatie te plaatsen.

 

Het hof oordeelt dat [appellant sub 1] het voicemailbericht van [geïntimeerde sub 1] onvolledig en daarmee misleidend heeft weergegeven. Door de zinsnede “en kom ik het uitpraten met je” weg te laten en alleen te publiceren “als je dat niet doet, kom ik je opzoeken”, heeft hij aan het bericht een dreigende strekking gegeven die het in zijn geheel niet had. Dit terwijl [geïntimeerde sub 1] op 13 september 2024 al had toegelicht dat geen sprake was van een dreigement, maar van een poging om een afspraak te maken.


De door [appellanten] gestelde omstandigheden rechtvaardigen de publicaties niet. De melding van “stalkende telefoontjes” (circa 15 in een maand) is niet buitensporig en onvoldoende concreet onderbouwd; irritatie is bovendien verklaarbaar nu [appellanten] contact weigerden. De verklaring van de telefonistes is vaag en niet verifieerbaar. De stelling dat [geïntimeerde] vuurwapengevaarlijk zou zijn, berust op een anonieme verklaring en kan niet worden getoetst. Ook de gestelde uitlating over “van het dak afgooien” ziet op een latere datum en kan de eerdere publicaties niet rechtvaardigen. Deze omstandigheden bieden dus onvoldoende feitelijke steun.


Daarnaast was [geïntimeerde] via de posts eenvoudig identificeerbaar, onder meer via de vermelding van [Y] B.V., wat ook blijkt uit reacties. De posts leidden tot talrijke beledigende en dreigende reacties en concrete schadelijke gevolgen, waaronder bedreigingen en veiligheidsmaatregelen.


Het hof acht de publicaties daarom onrechtmatig en bekrachtigt de veroordelingen tot verwijdering en rectificatie. De dwangsommen (maximaal € 250.000,-) zijn niet disproportioneel en blijven in stand. Voor een veroordeling in de werkelijke proceskosten bestaat geen grond, nu geen sprake is van misbruik van procesrecht.


Het hof bekrachtigt het vonnis.


ECLI:NL:GHSHE:2026:855