Bevrijdend betaald na cessie merkinbreukschadevordering: geen terugvordering mogelijk
10-04-2026 Print this page
[eiser 1] maakte in de jaren 90 inbreuk op merkrechten van Jack Daniel’s, waarvoor zij in 2017 werd veroordeeld tot €1,3 mln schade. In 2019 betaalde zij na beslaglegging het bedrag. In hoger beroep oordeelde het hof dat Pitts Bay geen vordering meer had (cessie) en terug moest betalen. Cessie II werd ongeldig geacht omdat al bevrijdend was betaald. De rechtbank wijst terugbetaling grotendeels af: geen onverschuldigde betaling of onrechtmatige daad. Alleen proceskosten (€10.664,78) moeten terug.
[eiser 1] is een onderneming die voorheen handelde in onder andere (alcoholische) dranken. [eiser 2] was een groothandel in onder andere dranken en is ontbonden in oktober 2021. Jack Daniel's is houdster van het gelijknamige merkrecht. Pitts Bay was van 1996 tot 2007 distributeur voor Nederland. Bacardi en Longnorth hebben alle activa via een cessie overgenomen.
In de jaren 90 heeft onder andere [eiser 1] . inbreuk gemaakt op de merkrechten van Jack Daniel's en Brown-Forman door zonder toestemming Jack Daniel's-producten te verkopen in de EER. In 2017 is in een tussenvonnis geoordeeld dat eiser aansprakelijk is voor de schade en proceskosten, bij eindvonnis bepaald op € 1,3 miljoen.
In maart 2019 werd op verzoek van Jack Daniel’s, Brown-Forman en Pitts Bay beslag gelegd ten laste van [eiser 1] en moest zij het volledige schadebedrag betalen, wat zij op 20 maart 2019 deed via de deurwaarder.
In hoger beroep vorderde [eiser 1] vernietiging en terugbetaling. Het hof oordeelde (tussenarrest 2022) dat Pitts Bay geen vordering meer had wegens cessie aan Longnorth en Bacardi en veroordeelde Pitts Bay tot terugbetaling. Ook was schadevergoeding ten onrechte zonder onderscheid toegewezen.
Daarna volgde cessie II aan Jack Daniel’s en Brown-Forman, maar het hof oordeelde in 2023 dat deze ongeldig was, omdat [eiser 1] al bevrijdend had betaald. Zij mocht vertrouwen op de bevoegdheid van de ontvanger. Terugvordering kan in beginsel alleen van de rechtsopvolgers van Pitts Bay.
In deze procedure stelt [eiser 1] dat sprake is van onverschuldigde betaling en onrechtmatige daad. De rechtbank wijst dit grotendeels af: [gedaagde 5] handelde niet onrechtmatig als advocaat, en Longnorth en Bacardi zijn niet gebonden aan de veroordeling van Pitts Bay. Ook is de betaling van de Pitts Bay-vordering niet onverschuldigd, omdat niet is betwist dat de vordering materieel bestond.
Alleen de proceskosten (€ 10.664,78) moeten worden terugbetaald, omdat daarvoor de rechtsgrond is vervallen. De overige vorderingen worden afgewezen en [eiser 1] wordt veroordeeld in de proceskosten.