Noemen naam, strafrechtverleden en relaties met geliquideerde broer niet onrechtmatig
24-04-2026 Print this page
Het noemen van naam en toenaam, strafrechtelijke antecedenten en relaties met geliquideerde broer en vastgoedondernemer is, in de context van de artikelen, niet onrechtmatig. De publicaties zien op kwesties van publiek belang (integriteit bestuur en Bibob-toets). [eiser] is relevant vanwege zijn betrokkenheid bij het vakantiepark en de screening als Bibob-relatie. Zijn verleden blijft daarbij relevant; tijdsverloop is niet doorslaggevend. Ook het gebruik van zijn volledige naam is gerechtvaardigd. Vorderingen afgewezen; proceskosten (€2.101) voor [eiser].
[eiser] investeert in vastgoed. Mediahuis is uitgever van o.a. dagblad De Limburger waarin twee artikelen zijn gepubliceerd over het vakantiepark van familie [eiser].
De relevantie om ook [eiser] in dit artikel aan te halen heeft Mediahuis voldoende toegelicht. Ten eerste is dit vakantiepark eigendom van de familie [eiser] . Het verwijt van [eiser] dat al deze feiten zich in het verleden hebben afgespeeld doet er hier niet toe. Enkel tijdsverloop speelt geen doorslaggevende rol. Het gaat erom of het publiek recht heeft op kennis over de strafrechtelijke informatie en gebeurtenissen uit het verleden, met name wanneer deze relevant blijven voor kwesties die in de publieke belangstelling staan en dat heeft Mediahuis in het kader van 2022-artikel voldoende toegelicht. Bovendien is de informatie die in het 2022-artikel is verwerkt opnieuw relevant geworden door de ontwikkelingen die zich in 2026 (zie hierna over het 2026-artikel) hebben voorgedaan.
[eiser] betwist de juistheid van de feiten niet – zoals zijn veroordelingen voor opiumwetdelicten en hypotheekfraude, een verdenking van witwassen, de liquidatie van zijn broer en zijn zakelijke banden – maar stelt dat het onrechtmatig is deze feiten in deze context te publiceren. De rechtbank beoordeelt dit per artikel.
Het 2022-artikel gaat over de integriteit van het openbaar bestuur en de mogelijke chantabiliteit van een fondsbeheerder die investeerde in het vakantiepark. De rol van [eiser] is volgens de rechtbank relevant, omdat hij betrokken is bij de eigendomsstructuur en door de fondsbeheerder zelf wordt genoemd. Zijn achtergrond en strafrechtelijke antecedenten zijn daardoor onderdeel geworden van een kwestie in de publieke belangstelling. Publicatie hierover is niet onrechtmatig. Tijdsverloop doet hier niet aan af; relevant is of het publiek recht heeft op deze informatie, wat het geval is.
Het 2026-artikel ziet op een exploitatievergunning ondanks een deels negatief Bibob-advies. Ook hier is vermelding van [eiser] gerechtvaardigd, omdat hij als ‘Bibob-relatie’ is gescreend, waarbij zijn antecedenten en familiebanden relevant zijn. Deze informatie maakt deel uit van het publieke debat. Het artikel legt bovendien geen direct verband tussen het negatieve advies en het verleden van [eiser].
Het noemen van de volledige naam is evenmin onrechtmatig. Gezien eerdere publicaties is [eiser] al algemeen bekend in deze context, zodat anonimiseren geen doel dient.
De voorzieningenrechter weigert de gevraagde voorzieningen en veroordeelt eiser inde proceskosten van €2.101.