HvJ EU: Wederdoorgifte bejaardenhuis geen mededeling aan het publiek

08-05-2026 Print this page
IEPT20260430, HvJ EU, GEMA v VHC 2 Seniorenresidenz

Geen ‘mededeling aan het publiek’ bij wederdoorgifte van omroepprogramma’s via intern kabelnetwerk van bejaardenhuis. De gelijktijdige, volledige en ongewijzigde wederdoorgifte van televisie- en radioprogramma’s via het interne kabelnetwerk van een bejaardenhuis naar de kamers van bewoners vormt geen “mededeling aan het publiek” in de zin van artikel 3(1) Auteursrechtrichtlijn 2001. Geen sprake van een “specifieke technische werkwijze”, omdat de exploitant enkel het via een satellietantenne ontvangen signaal intern doorgeeft via het kabelnetwerk van het bejaardenhuis. Evenmin sprake van een “nieuw publiek”, omdat de bewoners permanent in het tehuis verblijven en als bezitters van ontvangsttoestellen uitzendingen in hun privésfeer ontvangen, zodat zij behoren tot het publiek waarmee rechthebbenden reeds rekening hielden bij de oorspronkelijke uitzending. Dat het bejaardenhuis met winstoogmerk wordt geëxploiteerd, is “niet bepalend” voor de kwalificatie als “mededeling aan het publiek”. Een dergelijke uitleg voorkomt dat auteursrechthebbenden een “onverschuldigde beloning” ontvangen, terwijl zij reeds een passende vergoeding hebben ontvangen voor de oorspronkelijke uitzending. 

 

NABURIGE RECHTEN

 

Zaak C‑127/24 GEMA v VHC 2 Seniorenresidenz

 

Uit MinBuza samenvatting (pdf):

Verzoekende partij is GEMA, een vereniging in het beheer van gebruikersrechten van componisten, tekstdichters en muziekuitgevers. Verwerende partij is een exploitant van een bejaarden- en verpleegcentrum. In dit tehuis worden radio en televisie ontvangen via een eigen satellietontvangstsysteem, waar de bewoners gebruik van maken. GEMA stelt dat verwerende partij een licentie moet hebben voor het doorgeven van radio en televisie aan de bewoners, en vordert een onthouding van het uitzenden van muziekwerken zonder de toestemming van GEMA.

Artikel 3 van richtlijn 2001/29 regelt het recht van mededeling van werken aan het publiek. Het gaat in casu om een mededeling van werken, maar het is de vraag of deze mededeling aan een ‘nieuw publiek’ wordt getoond in de zin van de richtlijn. Het publiek in kwestie is de kring van bewoners van het tehuis, die daar langdurig verblijven. Daarbij vraagt de verwijzende rechter of het verschil maakt als het tehuis met een commercieel oogmerk geëxploiteerd wordt. Tevens wil de verwijzende rechter weten of het voor de beoordeling verschil maakt dat de doorgifte van radio en televisie via het open internet gebeurt.

 

Gestelde vragen:

1. Vormen de bewoners van een commercieel geëxploiteerd bejaardenhuis die in hun kamers over een radio- en televisieaansluiting beschikken waaraan de exploitant van het bejaardenhuis via zijn kabelnet gelijktijdig, onveranderd en volledig omroepprogramma’s doorgeeft die hij via een eigen satellietontvangstsysteem heeft ontvangen, een „onbepaald aantal potentiële ontvangers” in de zin van de definitie van „mededeling aan het publiek” als bedoeld in artikel 3, lid 1, van richtlijn 2001/29/EG?

 

2. Is de tot dusver door het Hof gehanteerde definitie, volgens welke voor de kwalificatie als „mededeling aan het publiek” in de zin van artikel 3, lid 1, van richtlijn 2001/29/EG vereist is dat „de mededeling van een beschermd werk [plaatsvindt] volgens een specifieke technische werkwijze die verschilt van de werkwijzen die tot dan toe werden gebruikt, of, bij gebreke daarvan, gericht [is] tot een ‚nieuw publiek’, dat wil zeggen een publiek dat door de houder van het auteursrecht nog niet in aanmerking werd genomen toen hij toestemming verleende voor de oorspronkelijke mededeling van zijn werk aan het publiek”, nog steeds algemeen geldig, of is de gebruikte technische werkwijze alleen nog van belang bij wederdoorgifte op het open internet van inhoud die voorheen via de ether, satelliet of kabel is ontvangen?

 

3. Is er sprake van een „nieuw publiek” in de zin van de definitie van „mededeling aan het publiek” als bedoeld in artikel 3, lid 1, van richtlijn 2001/29/EG, wanneer een persoon die een bejaardenhuis met winstoogmerk exploiteert, via zijn kabelnet omroepprogramma’s die hij via een eigen satellietontvangstsysteem heeft ontvangen, gelijktijdig, onveranderd en volledig doorgeeft aan de aanwezige radio- en televisieaansluitingen in de kamers van de bewoners? Is het voor deze beoordeling van belang of de bewoners de radio- en televisieprogramma’s ook zonder kabeldoorgifte via de ether in hun kamers kunnen ontvangen? Is het voor deze beoordeling verder van belang of de rechthebbenden reeds een vergoeding ontvangen voor de toestemming die is gegeven voor de oorspronkelijke uitzending?

 

HvJEU:

Artikel 3, lid 1, [InfoSoc-richtlijn] moet aldus worden uitgelegd dat het in deze bepaling bedoelde begrip „mededeling aan het publiek” geen betrekking heeft op de gelijktijdige, volledige en ongewijzigde wederdoorgifte door de exploitant van een bejaardenhuis van omroepprogramma’s die worden ontvangen via een satellietontvangstinstallatie die door middel van het binnen het tehuis aangelegde kabelnetwerk verbonden is met de radio- en televisieaansluitingen in de kamers van de bewoners.

 


IEPT20260430, HvJEU, GEMA v VHC 2 Seniorenresidenz
ECLI:EU:C:2026:355 en zaak C-127/24