Voornemen prejudiciële vraag aan HR: Is 'de zaak' ex 197 Rv ook tussen verzoeker en derde?
04-06-2026 Print this page
Volkswagen heeft door Duitse douane diverse autosleutels laten tegenhouden en verzoek om informatie. Ex 197 Rv moet het verzoek worden gedaan bij rechter die bevoegd is van de zaak kennis te nemen. Of 'de zaak' tussen verzoeker en wederpartij of tegen een derde is, is de parlementaire geschiedenis niet eenduidig over. Voornemen tot het stellen van een prejudiciële vraag.
Volkswagen is houdster van diverse modelregistraties (voor autosleutels). De Duitse douane heeft Volkswagen ingelicht over een zending van 350 autosleutels. Ex 194 Rv is een informatieverzoek gedaan om gegeven waarmee de identiteit van de betrokkenen bij de zending met de Producten kan vaststellen. DHL heeft deze afgewezen.
Volkswagen heeft informatie nodig om haar in staat te stellen effectief haar IE-rechten te handhaven. Die informatie heeft zij echter nodig om haar in staat te stellen effectief haar intellectuele eigendomsrechten te handhaven. DHL beschikt over die gegevens.
In artikel 197 lid 1, eerste volzin Rv is bepaald aan welke rechter de verzoeken van de diverse voorlopige bewijsverrichtingen moeten worden gedaan, te weten: Het verzoek wordt gedaan aan de rechter die vermoedelijk bevoegd zal zijn van de zaak kennis te nemen als deze aanhangig wordt gemaakt.
Bij een inzageverzoek tegen een derde rijst echter de vraag of “de zaak” in artikel 197 Rv ziet op de bodemzaak tussen verzoeker en de (beoogde) wederpartij, of op de verhouding tussen verzoeker en de derde. De parlementaire geschiedenis biedt geen eenduidig antwoord. Omdat deze rechtsvraag bepalend is voor de rechtsmacht en van belang is voor talrijke vergelijkbare zaken, is de rechtbank voornemens hierover een prejudiciële vraag aan de Hoge Raad te stellen en partijen gelegenheid te geven zich daarover uit te laten.
Prejudiciële vragen aan de Hoge Raad:
Dient – in geval van een verzoek ex artikel 195a Rv – ‘de zaak’ in artikel 197 lid 1, eerste volzin Rv te worden uitgelegd als de zaak tussen verzoeker en de (beoogde) wederpartij van verzoeker in de bodemprocedure of de zaak tussen verzoeker en de derde?
De rechtbank houdt de zaak aan om partijen in de gelegenheid te stellen zich uit te laten over voornemen de prejudiciële vraag te stellen aan de Hoge Raad.