HvJ EU: Nationale regeling mag billijke vergoeding en onderhandelingspositie aan persuitgevers geven
13-05-2026 Print this pageArtikel 15 DSM-auteursrechtrichtlijn verzet zich niet tegen nationale regeling over onlinegebruik van perspublicaties door platforms die: persuitgevers het recht geeft op een “billijke compensatie” in ruil voor toestemming voor het onlinegebruik van perspublicaties door platforms; Platforms verplicht om met persuitgevers te onderhandelen, informatie te verstrekken die nodig is om de vergoeding vast te stellen en tijdens die onderhandelingen de zichtbaarheid van perspublicaties in zoekresultaten niet te beperken; Een nationale toezichthouder bevoegd maakt om criteria vast te stellen voor de bepaling van de vergoeding, het bedrag daarvan vast te stellen wanneer partijen geen overeenstemming bereiken en administratieve geldboeten op te leggen bij niet-nakoming van informatieverplichtingen; Persuitgevers niet de mogelijkheid ontneemt om het gebruik van hun publicaties te verbieden of toestemming kosteloos te verlenen, onder meer via gratis niet-exclusieve licenties; Platforms geen betalingsverplichting oplegt wanneer zij perspublicaties niet gebruiken of niet voornemens zijn die te gebruiken; Derhalve verplichtingen en sancties oplegt die een beperking vormen van de vrijheid van ondernemerschap, maar die zijn gerechtvaardigd op de voorwaarde dat zij bijdragen aan de bescherming van intellectuele eigendom en de vrijheid en pluriformiteit van de media en het evenredigheidsbeginsel eerbiedigen.
Zaak C-797/23 Meta Platform Ireland
Uit de samenvatting minbuza.nl:
Verzoekende partij ‘Meta Platforms Ireland Limited’ biedt onlinediensten aan, waaronder Facebook. Verwerende partij, de nationale toezichthouder voor de communicatiesector (hierna: AGCom), heeft op grond van de nationale auteurswet een besluit genomen over de rechten omtrent perspublicaties. Dit besluit stelt criteria vast over de hoogte van een billijke vergoeding van perspublicaties en bevat verplichtingen voor het beschikbaar stellen van gegevens. Dit besluit raakt Meta Platforms omdat persuitgevers uittreksels van of links naar hun inhoud op hun Facebook pagina zetten, waardoor er extra webverkeer wordt gegenereerd naar de website van de uitgever. Meta Platforms gaat tegen het besluit in beroep en stelt dat de nationale auteurswet waarop het besluit is genomen in strijd is met artikel 15 van richtlijn 2019/790.
Artikel 15 van richtlijn 2019/790 laat de uitgevers van perspublicaties de contractuele vrijheid om een kosteloze licentie te weigeren of te verlenen. De nationale auteurswet daarentegen heeft het recht op een billijke vergoeding ingevoerd, welke de AGCom ambtshalve kan vaststellen. De verwijzende rechter stelt dat de vaststelling van een billijke vergoeding door de AGCom de onderhandelingsvrijheid van partijen beperkt, en dat dit afbreuk doet aan het beginsel van vrijheid van ondernemerschap.
Prejudiciële vragen:
1) Moet artikel 15 [van richtlijn 2019/7901 (auteursrechtrichtlijn)] aldus worden uitgelegd dat het in de weg staat aan de invoering van nationale bepalingen – zoals artikel 43-bis van de legge sul diritto d’autore (Italiaanse auteurswet) en besluit 3/23/CONS van de AGCom – voor zover daarbij:
1.a) in aanvulling op de in artikel 15 van richtlijn 2019/790 bedoelde uitsluitende rechten, [aanbieders van diensten van de informatiemaatschappij] worden verplicht om een billijke vergoeding aan uitgevers te betalen;
1.b) aanbieders van diensten van de informatiemaatschappij worden verplicht om:
– onderhandelingen aan te gaan met uitgevers,
– die uitgevers en de regelgevende instantie (AGCom) de informatie te verstrekken die nodig is om de billijke vergoeding vast te stellen,
– de zichtbaarheid van de inhoud van de uitgever in de zoekresultaten niet te beperken zolang de onderhandelingen niet zijn afgerond;
1.c) de volgende bevoegdheden worden toegekend aan de regelgevende instantie (AGCom):
– een toezichthoudende bevoegdheid en een sanctiebevoegdheid,
– de bevoegdheid om de criteria voor het bepalen van de billijke vergoeding vast te stellen,
– de bevoegdheid om, indien de partijen geen overeenstemming bereiken, de exacte hoogte van de billijke vergoeding vast te stellen?
2) Staat artikel 15 van richtlijn 2019/790 in de weg aan nationale bepalingen als die bedoeld in vraag 1), waarbij aan aanbieders van diensten van de informatiemaatschappij een verplichting tot openbaarmaking van gegevens wordt opgelegd, daarop toezicht wordt uitgeoefend door de nationale regelgevende instantie en bestuurlijke sancties worden opgelegd bij niet-nakoming van die verplichting?
3) Staan het beginsel van vrijheid van ondernemerschap als bedoeld in de artikelen 16 en 52 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, het beginsel van vrije mededinging als bedoeld in artikel 109 VWEU en het evenredigheidsbeginsel als bedoeld in artikel 52 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie in de weg aan nationale bepalingen als de hierboven vermelde bepalingen, waarbij:
3.a) in aanvulling op de in artikel 15 van richtlijn 2019/790 bedoelde uitsluitende rechten een recht op vergoeding is ingevoerd, waarvan de uitoefening gepaard gaat met de voormelde verplichting voor aanbieders van diensten van de informatiemaatschappij om onderhandelingen aan te gaan met uitgevers, om uitgevers en/of de nationale regelgevende instantie de informatie te verstrekken die nodig is om een billijke vergoeding vast te stellen, en om in zoekresultaten de zichtbaarheid van de inhoud van de uitgever niet te beperken zolang deze onderhandelingen niet zijn afgerond;
3.b) aan deze instantie de volgende bevoegdheden zijn toegekend:
– een toezichthoudende bevoegdheid en een sanctiebevoegdheid,
– de bevoegdheid om de criteria voor het bepalen van de billijke vergoeding vast te stellen,
– de bevoegdheid om, indien de partijen geen overeenstemming bereiken, de exacte hoogte van de billijke vergoeding vast te stellen?
Antwoord HvJEU:
Artikel 15 van [DSM-richtlijn] en de artikelen 16 en 52 van het [Handvest] moeten aldus worden uitgelegd dat zij zich niet verzetten tegen een nationale regeling die:
– uitgevers van perspublicaties het recht toekent op een billijke vergoeding in ruil voor de toestemming die aan aanbieders van diensten van de informatiemaatschappij wordt gegeven om hun publicaties te gebruiken;
– deze aanbieders, die dergelijke publicaties gebruiken of voornemens zijn te gebruiken, de verplichting oplegt om onderhandelingen met die uitgevers aan te gaan, om tijdens de onderhandelingen de zichtbaarheid van de content van deze uitgevers in de zoekresultaten niet te beperken en om deze uitgevers en een overheidsinstantie de informatie te verstrekken die nodig is om het bedrag van die billijke vergoeding vast te stellen;
– deze instantie machtigt om de criteria vast te stellen die moeten worden gebruikt om die vergoeding te bepalen, om het bedrag ervan vast te stellen wanneer de partijen voor haar geen overeenstemming hebben bereikt, om toezicht te houden op de naleving van de op die aanbieders rustende informatieplicht en om hun administratieve geldboeten op te leggen in geval van niet-nakoming van die verplichting,
op voorwaarde dat deze regeling de uitgevers van perspublicaties niet de mogelijkheid ontneemt om een dergelijke toestemming te weigeren of kosteloos te verlenen, dat zij aan de aanbieders van diensten van de informatiemaatschappij geen betalingsverplichting oplegt die geen verband houdt met enig gebruik van die publicaties en dat de aan die aanbieders opgelegde verplichtingen en eventuele sancties het evenredigheidsbeginsel eerbiedigen.
IEPT20260512, HvJEU, Meta Platforms Ireland
ECLI:EU:C:2026:395 in Zaak C-797/23