In zaak T-105/25 bevestigt het Gerecht van de EU gedeeltelijk de oppositiebeslissing inzake het figuratieve merk “K.” van Klarna Bank tegenover oudere merken van Kutxabank. Het Gerecht oordeelt dat voor financiële diensten in klasse 36 verwarringsgevaar bestaat wegens de sterke visuele en auditieve overeenstemming tussen de tekens en de identiteit van de diensten. Voor diensten in de klassen 35, 39, 42 en 45 ontbreekt die samenhang. De weigering van de merkaanvraag blijft daarom beperkt tot financiële diensten.
MERKENRECHT
De procedure betreft een oppositie van Kutxabank tegen een aanvraag van Klarna Bank voor een figuratief Uniemerk bestaande uit de letter “K.”. De aanvraag zag op diensten in onder meer de klassen 35, 36, 39, 42 en 45. Kutxabank beriep zich op oudere Uniemerken met een gestileerde letter “k”, waaronder een merk voor financiële diensten in klasse 36 en een gecombineerd merk met de woorden “kutxabank kredit”. De Kamer van Beroep van het EUIPO had geoordeeld dat slechts voor de financiële diensten sprake was van verwarringsgevaar. Beide partijen stelden daarop beroep in bij het Gerecht.
Beoordelingskader van het Gerecht
Het Gerecht herhaalt dat het verwarringsgevaar moet worden beoordeeld aan de hand van een globale beoordeling waarin de overeenstemming tussen de tekens, de soortgelijkheid van de diensten en het onderscheidend vermogen van de oudere merken in onderlinge samenhang worden onderzocht. Daarbij is ook relevant hoe het relevante publiek de tekens waarneemt en met welke mate van aandacht het de betrokken diensten afneemt.
Vergelijking van de diensten
Ten aanzien van het oudere merk voor financiële diensten oordeelt het Gerecht dat de diensten in de klassen 35, 39, 42 en 45 onvoldoende soortgelijk zijn aan bancaire en financiële diensten in klasse 36. Het argument van Kutxabank dat digitale diensten, software en beveiligingsdiensten economisch samenhangen met bankdiensten wordt onvoldoende onderbouwd geacht. Alleen voor de financiële diensten in klasse 36 bestaat identiteit van diensten.
Vergelijking van de tekens
Voor het gecombineerde merk “kutxabank kredit” acht het Gerecht de overeenstemming beperkt. Hoewel beide tekens een gestileerde “k” bevatten, verschillen zij visueel door de grafische uitwerking en de prominente aanwezigheid van de woorden “kutxabank” en “kredit”. Auditief verwijst het oudere merk naar “Kutxabank”, terwijl het aangevraagde teken slechts als “k” wordt uitgesproken. Begripsmatig verwijst het oudere merk naar een bankinstelling, terwijl de letter “K.” geen zelfstandige betekenis heeft. Daardoor ontbreekt verwarringsgevaar voor klasse 35.
Voor het oudere beeldmerk met enkel een gestileerde “k” komt het Gerecht tot een andere conclusie. De tekens vertonen volgens het Gerecht een bovengemiddelde visuele gelijkenis, omdat beide in essentie bestaan uit een gestileerde letter “k” met een puntvormig element. Auditief zijn de tekens identiek, nu zij beide als “k” worden uitgesproken. Gezien de identiteit van de financiële diensten in klasse 36 leidt dit tot verwarringsgevaar, ondanks het verhoogde aandachtsniveau van het relevante publiek.
Conclusie
Het Gerecht verwerpt zowel het beroep van Kutxabank als de incidentele vordering van Klarna. Daarmee blijft de weigering van het merk “K.” beperkt tot financiële diensten.
ECLI:EU:T:2026:344, zaak T-105/25