Artikel 194 Rv geeft een partij in beginsel recht op inzage, afschrift of uittreksel van gegevens over een rechtsbetrekking, mits voldoende belang bestaat. Bever had echter eerder al een vergelijkbare procedure gevoerd, die werd afgewezen. Tegen die beslissing stond hoger beroep open, maar daarvan is geen gebruik gemaakt. De huidige verzoeken zijn nagenoeg gelijk en gestoeld op hetzelfde feitencomplex. Een opvolgend verzoek mag niet dienen als verkapt rechtsmiddel; nieuwe ontwikkelingen ontbreken. De verzoeken worden afgewezen.
Artikel 194 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) geeft een partij bij een rechtsbetrekking tegenover degene die beschikt over bepaalde gegevens over die rechtsbetrekking in beginsel recht op inzage, afschrift of uittreksel daarvan, mits die partij daarbij voldoende belang heeft.
Bever heeft echter in een eerder stadium ook al de procedure gevolgd, deze werden afgewezen. Tegen die beslissing stond ex 200 Rv hoger beroep open, maar die mogelijkheid is onbenut. De huidige verzoeken van Bever zijn nagenoeg hetzelfde en ook gestoeld op een vrijwel gelijk feitencomplex. De wet sluit niet uitdrukkelijk uit dat na een procedure op de voet van artikel 196 Rv ook een verzoek op grond van artikel 195 Rv kan worden ingediend, maar terecht wijst het verweer op het gesloten stelsel van rechtsmiddelen.
Een opvolgend verzoek mag inderdaad niet dienen als verkapt rechtsmiddel tegen een eerdere afwijzende beslissing. Een dergelijk verzoek kan daarmee in strijd zijn met de goede procesorde. Mogelijk kunnen nieuwe feitelijke of processuele ontwikkelingen onder omstandigheden aanleiding geven voor een opvolgend verzoek, maar daarvan is in dit geval geen sprake.
De verzoeken worden afgewezen.