Bodemloze mand levert geldig model- en auteursrecht op, maar geen inbreuk door mand door bodem
09-06-2026 Print this page
Eiseres stelt dat sprake is van inbreuk op haar modelrechten of auteursrechten met betrekking tot een bodemloze mand van grijs rotan die is gevlochten rond een plastic binnenpot, althans dat sprake is van slaafse nabootsing. Gedaagde biedt een mand met een bodem aan, eveneens van grijs rotan en gevlochten rond een plastic binnenpot. Rechtbank oordeelt dat mand met bodem niet onder beschermingsomvang van model van mand zonder bodem valt . Mand zonder bodem is een werk in auteursrechtelijke zin, maar de auteursrechtelijk beschermde trekken zijn niet overgenomen door gedaagden. Geen slaafse nabootsing.
[eiseres] is gespecialiseerd in (interieur)accessoires, zoals manden, potten en meubels gemaakt van rotan. Zij verkoopt sinds 2013 ‘Drypot’-manden, samengesteld uit een plastic binnenpot en een gevlochten rotan buitenzijde; zij heeft Uniemodelregistraties. Gedaagde biedt vanaf 2022 'water baskets' aan. Er is na ontdekkingen op beurzen in Aalsmeer en Duitsland conservatoir beslag gelegd.
De rechtbank oordeelt dat de water baskets van [gedaagde] geen inbreuk maken op de Uniemodelrechten. De rechtbank gaat er van uit dat de geïnformeerde gebruiker een inkoper is van bloempotten en -manden, die als zodanig kennis heeft van manden en bloempotten die gemaakt zijn van gevlochten rotan en die verschillende rotan-vlechttechnieken kan onderscheiden. De Modellen zijn geldig, want zij zijn in stand gebleven bij een voor het EUIPO gevoerde nietigheidsprocedure.
Modellenrecht
[gedaagde] betwist dat genoemde kenmerken specifiek zijn voor de Drypot-Modellen en dat de vlechttechniek al sinds jaar en dag bekend is, zoals uit het vormgevingserfgoed (1909) blijkt. In het geval van de Drypot-Modellen heeft de ontwerper echter in zeer beperkte mate van de vrijheid gebruik gemaakt, hetgeen de beschermingsomvang van de Drypot-Modellen beperkt. De gekozen rotan-vlechtmethode kenmerkt zich door een eenvoudige, gebruikelijke manier van vlechten. Het meest onderscheidende element van de Drypot-Modellen ten opzichte van het vormgevingserfgoed is het ontbreken van een gevlochten rotan-bodem.
Geen inbreuk op Drypot-modellen
Anders dan in de Drypot-Modellen is in de water baskets van [gedaagde] een gevlochten bodem aangebracht. De geïnformeerde gebruiker zal dit verschil direct opvallen, temeer omdat ‘het zwevende effect’ van de Drypot-manden zich door dit verschil niet zal voordoen bij de water baskets. De water baskets verschillen daarmee niet van het vormgevingserfgoed, terwijl de beschermingsomvang van de Drypot-manden door het ontbreken van een bodem wordt bepaald.
Auteursrecht
Het feit dat de auteur van een voorwerp gebruik heeft gemaakt van reeds beschikbare vormen, sluit niet uit dat dit voorwerp oorspronkelijk kan zijn. De rechtbank oordeelt dat een ontwerper van [eiseres] bij het ontwerp van een rotan mand enige, zij het door functionele eisen beperkte vrijheid heeft om creatieve keuzes te maken. De ontwerper van de Drypot-manden heeft de creatieve, verrassende keuze gemaakt om gebruikelijke elementen te combineren met het weglaten van de rotan-bodem en juist een rand van de plastic binnenpot zichtbaar te maken. De rechtbank verwijst ter analogie naar de keuze van een beeldhouwer om (ruw) materiaal juist wel of niet te verwijderen.
Evenals bij haar verweer tegen de modelrechtelijke vorderingen heeft [gedaagde] zich erop beroepen dat in haar manden ‘Seline’, ‘Bridget’ en ‘Pauline’ de gebruikelijke rotan-bodem is gevlochten. Dat verweer slaagt.
Proceskosten
Gedaagde heeft proceskosten gespecificeerd op € 13.854,50. Bij de mondelinge behandeling heeft zij haar eis verminderd, dat zij een kostenveroordeling op basis van het liquidatietarief verzoekt: € 2.131 wordt toegewezen.
IEPT-versie volgt later