Minimumgarantie advertentieverkoop Paramount-kanalen op basis van ongewijzigde CIM-cijfers

18-06-2026 Print this page
IEPT20260610, Rb Amsterdam, Paramount v Ads
(Met dank aan Rogier de Vrey en Susanne Bijvank, CMS)

Partijen hebben een exclusieve overeenkomst voor advertentieverkoop op de zenders van Paramount, met een minimumgarantie van € 2.040.000, gebaseerd op de Break Rating “as measured by institute CIM”. Kern van het geschil is of deze gegevens mogen worden gecorrigeerd vanwege statistische afwijkingen 'outliers'. Toepassing van het Haviltex-criterium leidt tot een groter gewicht voor de taalkundige betekenis van de zorgvuldig gekozen bewoordingen. Verweren gebaseerd op wederzijdse dwaling en onvoorziene omstandigheden worden verworpen. Ads moet de overeenkomst nakomen, € 297.699,25 betalen en toekomstige berekeningen baseren op de ongewijzigde door CIM gerapporteerde cijfers. Proceskosten: € 12.939,40.


EXPLOITATIEOVEREENKOMST


Paramount exploiteert MTC en Comedy Central. Ads verkoopt advertentieruimte op diverse Belgische mediakanalen. Partijen hebben een exclusieve overeenkomst om zendtijd te gebruiken voor advertentieverkoop, met als tegenprestatie een minimumbedrag (minimumgarantie). Partijen spreken af dat het CIM-instituut de Break Rating cijfers aanlevert; er is een minimumgarantie €2.040.000.


Paramount en Ads verschillen van mening over het antwoord op de vraag of de average break rating gegevens as mneasnredbt institute CIM verwijst naar de ruwe data die het CIM verstrekt of dat partijen die ruwe data naar eigen inzicht analyseren en dcLiden en indien nodig corrigeren naar een realistische break rating.


Toepassing van Haviltex: Er wordt een groter gewicht toegekend aan de taalkundige betekenis van gekozen bewoordingen, "as measured by institute CIM", nu deze onder juridisch deskundige bijstand zorgvuldig tot stand is gekozen.


Geen sprake van (wederzijdse) dwaling: Ads doelt op de zogenaamde outliers in de CIM-data, waardoor zowel Ads als Paramount van een verkeerde voorstelling van zaken zouden zijn uitgegaan omtrent de betrouwbaarheid en de geschiktheid van de relevante CIM-data. Dat was op het moment van het aangaan van de Overeenkomst voor partijen dus niet kenbaar.


Geen sprake van onvoorziene omstandigheid: 
In de Overeenkomst zouden partijen niet voorzien hebben in de situatie dat extreem kijkgedrag van enkele panelleden een zodanig effect zouden hebben op de Break Rating en dus op de minimumgarantie. Het exclusieve recht van Ads om de zendtijd van Paramount te verkopen staat daarmee niet meer in verhouding tot de inspanning die Ads moet leveren voor enig nettoresultaat. Het kijkgedrag van de outliers, de twee heavy’-viewers kan volgens Paramount ook niet worden bestempeld als ‘extreem’ of ‘abnormaal’.

 

Ads moet de overeenkomst nakomen en wordt veroordeeld om een bedrag van € 297.699,25 te betalen en verklaart voor recht dat Ads gehouden is om de berekening van de minimumgarantie 2025 te baseren op de door het CIM gerapporteerde cijfers zonder eenzijdige correctie. Proceskostenveroordeling: € 12.939,40.

 

Kopie oorspronkelijke uitspraak