Ex parte toegewezen voor Coty parfummerken

08-07-2026 Print this page
IEPT20260619, Rb Den Haag, Coty Beauty (ex parte)

Ex parte verzoek gebaseerd op Uniemerk(en) en Uniemodel(len) met een bevoegdheid uitstrekkend tot de gehele EU. Geen reden aan de geldigheid van de ingeroepen rechten te twijfelen, voldoende aannemelijk gemaakt dat gerekwestreerden inbreuk maken althans dat ex 194 Rv een rechtsbetrekking bestaat om maatregelen te rechtvaardigen. Drempel om beslagverlof af te geven is relatief laag. Staking om binnen 6 uur genoemde parfummerken te staken.

Dwangsom van €50.000 voor ieder(e) dag(deel), dan wel een dwangsom van € 500 voor ieder inbreukmakend product met een maximum van € 1.000.000.

 

☒ 1.1. Voor zover het verzoek is gebaseerd op de gestelde inbreuk op (een) aan verzoekster toebehorend(e) Uniemerk(en) of Uniemodel(len) is de voorzieningenrechter internationaal (en relatief) bevoegd daarvan kennis te nemen nu gerekwestreerden gevestigd of woonachtig zijn in Nederland (artikel 123 lid 1, 124 onder a, 125 lid 1 en 131 lid 1 en lid 2 UMVo 20171 en artikel 3 van de Uitvoeringswet EG-verordening inzake het Gemeenschapsmerk respectievelijk artikel 80 lid 1, 81 onder a, 82 lid 1 en 90 lid 1 en lid 3 UModVo2 en artikel 3 van de Uitvoeringswet EG-verordening betreffende Gemeenschapsmodellen). De bevoegdheid strekt zich uit tot de gehele Europese Unie.


aannemelijkheid van de inbreuk

☒ 2.1. Voorshands oordelend bestaat geen reden aan de geldigheid van de door verzoekster ingeroepen rechten te twijfelen en is voldoende aannemelijk gemaakt dat gerekwestreerden inbreuk op die rechten maken, althans dat de voor artikel 194 lid 1 Rv vereiste rechtsbetrekking bestaat, om de toe te wijzen maatregelen te rechtvaardigen. Hierbij wordt opgemerkt dat dit voorlopige oordeel waar het een beslag, monsterneming en/of beschrijving betreft slechts na summier onderzoek tot stand is gekomen waarbij (in dit geval) alleen de verzoeker is gehoord. De drempel om een beslagverlof af te geven is in het algemeen relatief laag.

aannemelijkheid van de vereiste spoedeisendheid van het gevraagde bevel

☒ 2.2. Gelet op hetgeen in het verzoekschrift is aangevoerd ten aanzien van het spoedeisend belang van verzoekster en gelet op de mate van aannemelijkheid van de inbreuk, bestaat voldoende grond voor toewijzing van het gevraagde bevel tot staking van de inbreuk zonder gerekwestreerden voorafgaand te horen.


☒ 3.2. beveelt gerekwestreerden binnen zes uur na betekening van deze beschikking de in het verzoekschrift beschreven inbreuk op de in randnummer 5 van het verzoekschrift genoemde merken in de Europese Unie te staken en gestaakt te houden, meer specifiek door te staken en gestaakt te houden het faciliteren van, (doen) verhandelen, (doen) verkopen, (doen) leveren, (doen) aanbieden van de in randnummer 12 van het verzoekschrift bedoelde parfums;

☒ 3.4. veroordeelt gerekwestreerden tot betaling van een dwangsom van € 50.000 voor iedere dag, een gedeelte van een dag daaronder begrepen, dat zij in strijd handelen met dit bevel, dan wel een dwangsom van € 500 voor ieder inbreukmakend product dat zij in strijd met voormeld bevel verhandelen, zulks ter keuze van verzoekster, met een maximum van € 1.000.000;

☒ 3.26. bepaalt, voor zover nodig, de termijn voor het instellen van een eis in de hoofdzaak als bedoeld in artikel 700 lid 3 Rv op 14 dagen na het eerst gelegde beslag en de termijn als bedoeld in artikel 1019i Rv op zes maanden na heden.

☒ 3.27. verklaart deze beschikking voor zover nodig uitvoerbaar bij voorraad.


ECLI:NL:RBDHA:2026:17175