Gerecht EU: Onderzijde lego-blokje niet in model opgenomen

04-02-2026 Print this page
iIEPT20260114, GerechtEU, Lego v EUIPO

Lego stelde bij het Gerecht EU beroep in tegen de nietigverklaring van een geregistreerd EU-model voor een bouwblok, op verzoek van Qman Toys wegens gebrek aan individueel karakter. EUIPO oordeelde dat het ontwerp geen andere algemene indruk wekte dan een ouder model. Volgens het Gerecht waren verschillen in vorm en onderzijde, zoals een centraal cilindrisch element, onvoldoende om die conclusie te weerleggen. Het beroep werd verworpen en Lego werd in de kosten veroordeeld.
 

MODELLENRECHT
 

Lego heeft bij het Gerecht EU beroep ingesteld tegen een beslissing van het EUIPO waarin een geregistreerd EU-model van Lego ongeldig werd verklaard. Het betrof een geregistreerd ontwerp van een bouwblok voor een speelgoedset. Een Chinese fabrikant, Guangdong Qman Toys Industry Co. Ltd, had bij EUIPO een verzoek ingediend om dat model ongeldig te verklaren omdat het geen individueel karakter had. De basis voor die vordering was artikel 25(1)(b) in samenhang met artikel 6 van de toen geldende GModVo 6/2002.

 

De Invalidity Division van EUIPO oordeelde eerst dat het Lego-ontwerp inderdaad geen ander totaalindruk bij een ‘geïnformeerde gebruiker’ wekte dan een ouder ontwerp dat al bekend was, en verklaarde het ongeldig. Lego ging in beroep bij de Board of Appeal, maar deze bevestigde die beslissing: de overeenkomsten tussen de belangrijkste kenmerken van de ontwerpen (zoals een plaat met een cilindervormige nop en andere oppervlaktereliefs) zouden dezelfde algemene indruk geven op een geïnformeerde gebruiker.

 

Lego stelde dat er wél duidelijke zichtbare verschillen waren tussen de ontwerpen die onvoldoende door het EUIPO waren meegewogen, onder meer wat betreft vorm, configuratie en onderzijde van de blokken. Het Gerecht heeft deze juridische inzet beoordeeld, met toepassing van de criteria voor de toetsing van het individuele karakter van een model (o.a. de ‘informed user’ norm en de mate van ontwerpsvrijheid in de sector).

 

Voor zover het ingeroepen oudere model is weergegeven in één enkele afbeelding die de onderzijde niet toont, zodat het onmogelijk is om eventuele gestelde verschillen met zekerheid vast te stellen, was de kamer van beroep in elk geval van oordeel dat de aanwezigheid van een centraal cilindrisch element in het onderaanzicht van het betwiste model niet volstond om op te wegen tegen de talrijke overeenkomsten die tussen de betrokken modellen waren vastgesteld.

 

Uiteindelijk oordeelde het Gerecht dat de Board of Appeal terecht had vastgesteld dat de verschillen tussen de ontwerpen niet significant genoeg waren om bij een geïnformeerde gebruiker een andere algemene indruk te geven. De vordering van Lego werd daarom verworpen en de beslissing van EUIPO werd bevestigd. Verder werd Lego veroordeeld in de proceskosten.


ECLI:EU:T:2026:6