Oracle wint van Google in auteursrechtzaak met betrekking tot Fair Use van Java API’s

06-04-2018 Print this page
IPPT20180327, USCAFC, Oracle v Google

Gebruik Java API’s van Oracle door Google niet aan te merken als Fair Use: sprake van commercieel gebruik door Google, het gebruik van Google van de API’s is eerder repeterend dan transformerend te noemen en het effect op de (potentiële) markt is in die mate aanzienlijk dat het fair use van de API’s niet rechtvaardigt.

 

COPYRIGHT

 

Op 27 maart 2018, heeft de US Court of Appeals for the Federal Circuit geoordeeld dat het ongelicenseerd gebruik door Google van Java API’s van Oracle bij het ontwikkelen van haar Android systeem voor mobiele telefoons, niet gerechtvaardigd wordt door ‘Fair Use’. Google maakt inbreuk op het auteursrecht van Oracle. Het hof doet geen uitspraak over de schade en heeft dit vraagstuk naar een andere instantie verwezen.

 

In eerste aanleg had Google deze zaak gewonnen. De API’s zijn te beschouwen als een werk naar Amerikaans auteursrecht en Google heeft de API´s zonder toestemming van Oracle gebruikt bij het ontwikkelen van haar Androidsysteem, maar mocht dit doen naar het oordeel van een jury op grond van ‘Fair Use’. 

Of het gebruik van een auteursrechtelijk beschermd werk aan te merken kan worden als ‘fair use’ hangt af van een afweging van vier factoren, karakter en doel van het gebruik van het  werk (1), de aard van het gekopieerde werk (2), de mate en de aard van het gebruikte deel van het gekopieerde werk (3) en de schade die het gebruik de markt toebrengt.  In hoger beroep komt de Court of Appeals na een afweging van deze vier factoren tot het oordeel dat het beroep van Google op grond van Fair Use faalt. Google had niet zonder toestemming (licentie) grote delen van Oracle’s Java API’s mogen gebruiken bij de ontwikkeling van Android. Bij deze afweging wegen de factoren 1 en 4 zwaarder dan factor 2 en 3.

 

Factor 1: Anders dan de jury is het hof van beroep van oordeel dat het gebruik van Google van de Java API’s van commerciële aard is. Google  profiteert wel degelijk (behoorlijk) van het gebruik van het werk van Oracle zonder daar de gebruikelijke kosten voor te betalen. Transformatief gebruik kan een teken zijn dat gebruik van een (deel van een) werk fair is. Bij transformatief gebruik wordt het originele werk in een nieuw werk op een andere manier of met een ander doel gebruikt. In casu is er geen sprake van een transformatie: Google gebruikt de API’s voor hetzelfde doel als waar ze voor ontworpen zijn, Google heeft geen aanpassingen aan de API’s gedaan en smartphones zijn geen nieuwe functionaliteit.

Factor 2: de beoordeling van de tweede factor valt wel ten gunste van de fair use uit. De API’s zijn wel min of meer creatief te noemen, maar een groot deel van die API’s heeft een puur functioneel karakter. Er wordt echter bij een afweging van alle factoren aan factor 2 minder waarde toegekend.

Factor 3: de beoordeling valt niet uit ten nadele of ten voordele uit van fair use. Google heeft veel software gekopieerd en dit was belangrijk bij de ontwikkeling van Android, maar haar argument dat zij deze API’s zelf ook op een andere manier konden ontwerpen, maar dat zij juist de de bestaande community van ontwikkelaars wilde inzetten om de toevoer van nieuw materiaal te minimaliseren en de bestaande kennis juist te vergroten, vindt enige grond.

Factor 4: De belangenafweging met betrekking tot de vierde factor valt uit in het nadeel van fair use. Het gaat bij het bepalen van het effect op de markt, ook om de potentiële markt. Want hoewel Oracle nu geen smartphone-platform heeft, zou de fair use van de API’s door Google een toekomstig platform van Oracle wel kunnen schaden.

Bij een afweging van factoren wegen de 1e en de 4e factor zwaarder en dat resulteert in een oordeel ten nadele van de fair use en dus van Google.

 

De IPPT-versie volgt.

 

3:10-cv-03561-WHA