November 2016

Print this page

IEPT20161130, Rb Zeeland-West-Brabant, PFB v CRT
Tussen partijen PFB en CRT is een distributieovereenkomst tot stand gekomen in 2008: blijkens e-mail 5 juni 2008 afspraken gemaakt over verkoop producten PFB door CRT in Europa, met uitzondering Engeland en Ierland en dat PFB op de hoogte zou worden gehouden van marketing en verkoop in Europa en gesproken over mogelijkheid tot exclusief distributeurschap na proefperiode. Geen schending postcontractuele verplichtingen door CRT: geen sprake van concurrentiebeding, geen mogelijkheid tot beroep op redelijkheid en billijkheid, nu tussen partijen geen rechtsverhouding meer bestaat na beëindiging distributieovereenkomst. Artikel uit vakblad Careality levert geen onrechtmatig handelen CRT jegens PFB op: Faco heeft bericht op eigen initiatief en zonder toestemming van CRT op haarklantenportaal geplaatst waardoor het bericht niet aan CRT is toe te rekenen. Geen ongeoorloofd vergelijkende reclame in advertorial in blad Careality ‘PFB Vanish wordt vervangen door Avoyd’: doelgroep begrijpt dat met woorden ‘wordt vervangen’ niet bedoeld is dat PFB-product geheel zou verdwijnen, niet gebleken dat overige mededelingen onjuist zouden zijn en door subjectieve karakter artikel enige overdrijving geoorloofd. Geen slaafse nabootsing verpakking PFB Vanish: voldoende afstand genomen. Onvoldoende gemotiveerd dat CRT op haar website ter ondersteuning van de verkoop van Avoyd marketingmateriaal heeft gebruikt van PFB: kort gebruik zelfde stock-foto als PFB niet onrechtmatig en zorgt niet voor merkbare verwarring en als voormalig distributeur van PFB Vanish mocht CRT oude voorraad verkopen met verwijzing naar PFB Vanish merk als promotionele ondersteuning.

IEPT20161130, Rb Den Haag, HP v Benson
Geen toegevoegde materie: toegestane intermediate generalisation nu geen sprake is van structureel en functioneel verband tussen in aanvrage ontbrekend besturingssignaal en kloksignaal. Ook overigens geen nieuwe technische informatie. Fundamentele koerswijziging Benson m.b.t. nieuwheid EP 669 in strijd met goede procesorde. Zelfs als stellingen Benson worden gevolgd is conclusie 1 EP 669 nieuw: kenmerken  (g), (h) (e) en (f) ontbreken in EP 898. Conclusie 12 nieuw. EP 669 inventief: combineren EP 898 met overige stand van techniek leidt niet zonder inventieve denkarbeid tot alle kenmerken van conclusie 1. Huismerk HP 300 van Benson maakt inbreuk op EP 669. Ook overige 15 cartridges Benson inbreukmakend: inbreuk als zodanig onvoldoende betwist en stelling dat sprake is van andere architectuur printerhoofden onvoldoende aannemelijk. Beslagen gebaseerd op EP 557 en EP 617, maar niet op EP 669. Afgiftebeslag en monsterneming opgeheven voor zover het cartridges betreft die niet onder EP 617 vallen: beslag voor cartridgetypen die niet (beweerdelijk) onder EP 617 of EP 557 vallen niet rechtmatig ten uitvoer gelegd en voorlopige maatregelen t.a.v. EP 557 vervallen wegens niet (tijdig) instellen hoofdvordering. Bewijsbeslag blijft in stand: betreft bescheiden die zowel cartridges betreffen die onder EP 617 vallen als andere cartridges en niet eenvoudig ‘deelbaar’ zijn.


IEPT20161130, Rb Noord-Holland, Bioworld Merchandising v Sunset

Rechtbank Den Haag niet exclusief bevoegd te oordelen over geschil: geen van partijen beschikt over Uniemerk voor teken BIOWORLD en tegen aanvragen door beide partijen oppositie gevoerd. Rb Noord-Holland internationaal en relatief bevoegd op grond van zowel herschikte EEX-Vo als BVIE. Aanhouding zaak afgewezen: niet in te zien dat eerst moet worden beslecht of Sunset geldig Uniemerk heeft en oppositieprocedures EUIPO aangehouden.


IEPT20161130, Rb Den Haag, Bacardi

Bacardi niet bevoegd m.b.t. gestelde inbreuk wegens leveringen aan niet in NL gevestigde partijen. Bacardi bevoegd jegens Shannon Brands m.b.t. levering aan Van Caem in Leiden. Bacardi niet bevoegd jegens aantal gedaagden: niet voorzienbaar dat zij samen met Kamstra Export voor NL rechter zouden worden gedaagd. Bacardi niet bevoegd jegens Corrig: gevestigd in Ierland en geen handelingen of schade plaatsgevonden in arrondissement Den Haag. Bacardi niet bevoegd jegens Hellwege: Rb Den Haag niet bevoegd gesteld inbreukmakende verkoop in Duitsland te onderzoeken. Bacardi bevoegd jegens Kritzky: ten aanzien van inbreuk Uniemerk op grond van artikel 97(5) UmeV en ten aanzien van inbreuk Beneluxmerk wegens verknochtheid met gestelde inbreuk op Uniemerk. Bacardi moet zekerheid stellen voor € 40.000 jegens Buitenlandse vennootschappen: niet gebleken dat Bacardi aan de hand van artikel 60 EVEX-verdrag in Zwitserland is gevestigd. te verwachten dat maximale bedrag volgens IE-indicatietarieven niet toereikend zal blijken. Bacardi moet zekerheid stellen jegens [B], [C] en [D] voor € 20.000: sluit aan bij IE-indicatietarieven. Vooralsnog aanhouding zaak i.v.m. vragen hof Arnhem-Leeuwarden aan Hoge Raad: deels beantwoord door Hoge Raad in IEPT20161118 en IEPT20151113, waarover buitenlandse vennootschappen zich kunnen uitlaten.


IEPT20161130, Rb Noord-Holland, De Vierjaargetijden
Architect kan zich niet verzetten tegen verbouwing noordgevel kantoorpand aan de Schepenmakersdijk: wijzigingen ingegeven door de gewijzigde functie van het gebouw en daarom niet onredelijk. Bij wijzigingen aan de zuidgevel is er sprake van “andere aantasting” in de zin van artikel 25 lid 1d Aw: verbouwing doet in vergaande mate afbreuk aan eigen, persoonlijk karakter gevel, maar geen sprake van totale vernietiging. Geen aantasting, die nadeel zou kunnen toebrengen aan de eer of de naam van architect of aan zijn waarde in zijn hoedanigheid van architect van het kantoorpand: Maker bouwwerk moet rekening mee houden dat in de loop van de tijd wegens functionele wijzigingen van bestemming veranderingen nodig zijn die tot (gedeeltelijke) aantasting werk kunnen leiden, aantasting in casu niet lichtvaardig tot stand gekomen en niet bedoeling eiser te benadelen, meest vergaande wijzingen vinden plaats op zuidgevel gelegen aan in beginsel niet toegankelijk voor andere dan bewoners binnenhof, werk goed gedocumenteerd, lange periode tussen realisatie kantoorpand en (functie)wijziging.

 

IEPT20161130, Rb Den Haag, Calvin Klein

Calvin Klein heeft belang bij vorderingen jegens verkoper namaakondergoed ondanks erkenning inbreuk en toezegging verkoop te staken: geen onthoudingsverklaring met boetebeding getekend. Schadevergoeding vastgesteld op door gedaagde gestelde winst van € 68,94.  Proceskostenveroordeling ex artikel 1019h Rv van € 4.916,67 niet gematigd: niet in strijd met redelijkheid en billijkheid.

IEPT20161129, Hof Amsterdam, Hearst Magazines
Artikel in tijdschrift Quote over geïntimeerde niet onrechtmatig: onvoldoende onderbouwd dat sprake is van een “hetze” en voldoende steun in het feitenmateriaal. Geen inbreuk op portretrecht (artikel 20 Aw) geïntimeerde: bewerkte foto van verdrietige geïntimeerde als illustratie aan te merken, doorslaggevend dat niet is aangevoerd dat en waarom plaatsen bewerkte foto eer en goede naam geïntimeerde aantast en niet onderbouwd dat foto ten onrechte in catalogus Hollandse Hoogte is opgenomen.

IEPT20161129, Rb Amsterdam, Uitlatingen jegens wethouder
Facebookpost waarin gedaagde, de wethouder van de Gemeente ‘corrupt’ en ‘leugenachtig’ noemt onrechtmatig. Gedaagde kan de corruptie niet met bewijzen staven. De term ‘leugenachtig’ is op zichzelf niet onrechtmatig, maar in de Facebookpost zijn de termen ‘corrupt’ en ‘leugenachtig’ onverbrekelijk met elkaar verbonden. Geen verbod om wethouden “De Jos van Rey van [Gemeente]” te noemen: Gedaagde heeft dit niet in zijn Facebookpost genoemd, de wethouder moet tegen een stootje kunnen en Jos van Rey kan, gezien zijn eigen visie, nog niet één op één met een corrupt persoon gelijk gesteld worden. Geen rectificatie gedaagde: gedaagde heeft het bericht al verwijderd en een rectificatie zou mogelijk meer verwarring dan duidelijkheid scheppen.

IEPT20161129, Hof Den Haag, Spinlight v Biglight
Geen auteursrecht op lampenkappen Biglight: de repeterende vormen geven geen blijk van creatieve keuzes. Wel auteursrecht op renderings van de lampenkappen: de wijze waarop de lampenkappen in de renderings zijn weergegeven geeft voldoende blijk van het persoonlijk stempel van de maker. Biglight heeft schade geleden omdat Spinlight inbreuk op haar auteursrecht heeft gemaakt, het betoog dat partijen niet in hetzelfde marktsegment actief zijn is niet relevant voor auteursrechtinbreuk.

 

IEPT20161129, Rb Midden-Nederland, AvroTros

Uitzending ‘Opgelicht?!’ over schuldhulpverlener niet onrechtmatig: informatie waarop AvroTros uitzending baseert niet slechts afkomstig van één wraakzuchtige ex-werkneemster, niet weersproken dat R. van speciaal voor cliënten geopende bankrekeningen dubieuze betalingen heeft gedaan en hoor en wederhoor geboden.

 

IEPT20161129, Hof Amsterdam, JVANH Media

Wereldwijd concurrentiebeding gedeeltelijk geschorst waardoor ex-werknemer eigen onderneming mag starten op Aziatische markt; voor verdere inperking bestaat echter geen grond. Concurrentiebeding beperkt in tijd: in voldoende mate aan belang ex-werkgever tegemoetgekomen door beding met duur van één jaar.

IEPT20161125, Rb Rotterdam, Schutter
Concurrentiebeding in stand gebleven: geen nieuwe, aansluitende arbeidsovereenkomst gesloten zonder concurrentiebeding, concurrentiebeding geen geldigheid verloren door omzetting arbeidsovereenkomst naar arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd. Arbeidsverhouding gedaagde ingrijpend gewijzigd. Concurrentiebeding is aanmerkelijk zwaarder gaan drukken: voldoende aangetoond dat gedaagde, meer dan indien geen functiewijziging tot operationeel directeur had plaatsgevonden, door handhaving van het concurrentiebeding belemmerd wordt in het vinden van een gelijkwaardige functie. Concurrentiebeding geldig gebleven voor zover het ziet op werkzaamheden gedaagde als expediteur: dat deel is niet aanmerkelijk zwaarder gaan drukken. € 15.000 boete wegens schending resterend concurrentiebeding voor werkzaamheden bij BCI Rotterdam tussen 1 en 30 juni 2016. Geen matiging boete € 15.000: 3 werknemers overgestapt naar bedrijf gedaagde en substantiële schade Schutter door overstappen klanten naar dit bedrijf.


IEPT20161125, Rb Midden-Nederland, HII
Zinsneden “manipulatie”, “bedrog”, “gestolen”, “fraude” en “piramidespel” op website gedaagden onrechtmatig jegens eisers: onvoldoende steun in feitenmateriaal en schaden reputatie eisers. Inbreuk op beeldmerk eiser: nagenoeg identiek op website gedaagden afgebeeld.


IEPT20161125, HR, Pretium v Vara
Cassatiemiddel faalt: op grond van art. 81 lid 1 RO behoeft dit geen motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

IEPT20161123, Rb Den Haag, Brite Strike

Rb Den Haag op grond van artikel 4.6 BVIE onbevoegd om in de hoofdzaak kennis te nemen van vorderingen Brite Strike Inc. (Gedaagde heeft woonplaats Luxemburg): uit arrest HvJEU (IEPT20160714) volgt dat EEX-Vo niet in de weg staat aan toepassing artikel 4.6 BVIE)


IEPT20161123, Rb Den Haag, Eurest en Compass v Stichting Reprorecht

Vorderingen tot terugbetaling reprorechtvergoedingen afgewezen: uit door Eurest en Compass overgelegd rapport blijkt niet dat door hen betaalde reprorechten onverschuldigd zijn betaald en onvoldoende onderbouwd dat aard werkzaamheden werknemers Eurest en Compass meebrengt dat geen auteursrechtelijk beschermde kopieën worden gemaakt.


IEPT20161123, Rb Noord-Holland, Diwar v 4Udesigned
Diwar maker van de stoel hoewel openbaargemaakt door zusterbedrijf. Diwar kan in Nederland beroep doen op bescherming van de stoel, ondanks betoog 4Udesigned dat de stoel in Italië de toets van oorspronkelijkheid niet kan doorstaan. Stoel Diwar is een auteursrechtelijk beschermd werk. Geen inbreuk op auteursrechten Diwar:  4Udesigned bij vormgeving van kuip, poten en bevestiging poten andere keuzes gemaakt. Geen slaafse nabootsing.

IEPT20161123, HvJEU, Nelsons v Ayonnax Nutripharm en Bachblütentreff
Op een van een handelsmerk of merknaam voorzien levensmiddel is de overgangsmaatregel van artikel 28, lid 2, eerste zinsdeel, van verordening (EG) nr. 1924/2006 inzake voedings- en gezondheidsclaims voor levensmiddelen van toepassing, wanneer dat product vóór 1 januari 2005 als geneesmiddel werd verkocht en sindsdien – met dezelfde materiële kenmerken en onder hetzelfde handelsmerk of dezelfde merknaam – als levensmiddel wordt verkocht.

IEPT20161123, Rb Den Haag, MVSA v Invert
NL rechter bevoegd jegens bestuurder [A]: woonachtig in Nederland, zodat Nederlandse rechter bevoegd is op grond van artikel 4(2) EEX II-Vo. NL rechter bevoegd jegens Invert voor zover dit niet reeds het geval is op grond van artikel 63(1) sub b EEX II-Vo: nauwe band tussen vorderingen die gelijktijdige behandeling vereist (artikel 8 EEX II-Vo).


IEPT20161122, Hof Amsterdam, Pearson
Tabellen met normgegevens psychologische tests niet auteursrechtelijk beschermd: verzameling onderzoeksresultaten, bij de vorm van weergave geen creatieve keuzes gemaakt, gebruik van namen/aanduidingen triviaal. Afzonderlijke normgegevens niet auteursrechtelijk beschermd: individuele feitelijke gegevens waarin qua presentatie niets creatiefs valt te ontwaren. Geen databankenrecht door gebrek aan substantiële investeringen: kosten zien met name op het ontwikkelen  en controleren toetsingsmateriaal dat in de normtabellen wordt weergegeven en niet op de wijze van ontsluiting van het materiaal. Geen wanprestatie: passage testhandleiding dat passage dat “geen delen uit de handleiding zonder toestemming mag worden gekopieerd of verveelvoudigd” mocht in redelijkheid worden begrepen als dat dit enkel op auteursrecht eventueel auteursrecht ziet. Onrechtmatige daad onvoldoende onderbouwd.

IEPT20161122, Rb Noord-Nederland, Belasting Royalty's Auteursrechten

Niet aannemelijk dat auteursrecht eiser op werken waarvoor royalty’s zijn betaald aan stichting heeft overgedragen of dat hij werknemer van die stichting was. Royalty’s uit auteursrechten aangemerkt als bron van inkomsten voor eiser die moeten worden belast als “resultaat uit overige werkzaamheden”. Verplichting eiser om inkomsten aan stichting af te dragen geen kosten voor aftrek: geen kosten gemaakt in verband met behalen inkomsten c.q. uitwinnen auteursrecht.


IEPT20161122, Rb Den Haag, De Staat

Tussen OM en documentairemakers gesloten mediacontract geeft OM niet de bevoegdheid om uitzending van met hun medewerking gemaakte beeld- en geluidopnamen te verbieden: mediacontract geeft OM de bevoegdheid om uitzending van bepaalde beeld- en geluidsopnamen tegen te houden maar niet om medewerking aan de documentaire in zijn geheel te staken zonder toetsing van de individuele opnamen. Belang nabestaanden slachtoffers onvoldoende om uitzending van de beelden in zijn geheel te verbieden.

 

IEPT20161118, HR, Synthon v Astellas
Bij vordering van inzage, afschrift of uittreksel op grond van artikel 843 Rv jo art. 392 Rv dient als maatsstaf voor de aannemelijkheid van de rechtsbtrekking dat (a) voldoende aannemelijk moet zijn dat inbreuk op een recht van intellectuele eigendom is of dreigt te worden gemaakt, dat (b) daarbij de stellingen en verweren van partijen en de overtuigingskracht van het eventueel reeds overgelegde bewijsmateriaal dienen te worden betrokken en dat (c) uitgangspunt is dat niet behoeft te zijn voldaan aan de mate van aannemelijkheid die is vereist voor toewijzing in kort geding van een op een (dreigende) inbreuk gebaseerde vordering. Met betrekking tot de exhibitievordering op grond van artikel 6 Handhavingsrichtlijn worden er twee vragen aan het HvJEU gesteld.


IEPT20161116, Rb Gelderland, FSN v Accon

Proceskostenveroordeling ingetrokken incident conform liquidatietarief: te ver verwijderd verband met IE-recht voor veroordeling ex artikel 1019h Rv. Eiswijziging vooralsnog toegestaan: FSN c.s.  preciseren enkel stellingen en grondslagen.


IEPT20161116, HvJEU, Soulier en Doke v Premier ministre

Franse regeling die auteursrechtorganisatie belast met uitoefening recht om “niet meer verkrijgbare“ boeken die vóór 1 januari 2001 in Frankrijk zijn gepubliceerd en niet langer in de handel worden gebracht of in gedrukte of digitale vorm worden gepubliceerd digitaal te toegankelijk te maken en commercieel te exploiteren en auteurs of rechthebbende van deze boeken de mogelijkheid geeft zich onder bepaalde voorwaarden hiertegen te verzetten of hieraan een einde te maken in strijd met Auteursrechtrichtlijn.


IEPT20161116, Rb Den Haag, HBM

Geen spoedeisend belang bij vorderingen m.b.t. inbreuk op tulpenras Royal Virgin: ondanks dat HBM sinds januari 2013 op de hoogte was van inbreuk pas in maart 2016 actie ondernomen. Geen reden om te twijfelen aan verklaring gedaagden dat alle bloembollen One Direction zijn vernietigd, onthoudingsverklaringen getekend met boetebeding en blijkens onthoudingsverklaring opgave gedaan van vermeerderde, verkochte en geleverde bollen.

IEPT20161116, Rb Amsterdam, Bontje
Verzoek X om beheersregeling voor gesteld gezamenlijk goed Pikapay afgewezen: gezamenlijk auteursrecht staat niet vast en procedure ex artikel 3:168 lid 2 bij kantonrechter leent zich niet voor beantwoording vraag of sprake is van gezamenlijk auteursrecht.

 

IEPT20161116, Rb Noord-Holland, Albert Heijn Franchising

Principe van eerlijk delen is geen zelfstandige grondslag voor vorderingen franchisenemers Albert Heijn: franchiserelatie is relatie tussen zelfstandige ondernemingen die voor eigen rekening en risico handelen.

IEPT20161115, Rb Den Haag, Dasty v Fangoo
Ex parte bevel tot het staken van inbreuk en tot het verlof verlenen van bewijsbeslag tegen een groothandel die inbreuk maakt op de intellectuele rechten van Dasty: dwangsom van € 5000 voor iedere dag of een gedeelte van de dag dat in strijd met het inbreukverbod wordt gehandeld, met een maximum van € 50.000.

IEPT20161115, Rb Den Haag, Eazie v Easy Wok

Geen spoedeisend belang bij vorderingen franchiseketen Eazie jegens restaurant Easy Wok: Eazie was gedurende lange tijd op de hoogte van de vermeende inbreuk zonder hier tegen op te treden waardoor het feit dat de gestelde inbreuk voortduurt niet langer voldoende is om spoedeisend belang aan te nemen.


IEPT20161114, Rb Limburg, MGL

Publicatie artikel over advocaat die van het tableau is geschrapt niet onrechtmatig: informatie al openbaar, betreft informatie over beroepsuitoefening eiser en niet zijn privéleven, publiek heeft belang over beslissing hof van discipline te worden geïnformeerd en vermelding naam eiser voorkomt verwarring over persoon op wie beslissing hof van discipline betrekking heeft.


IEPT20161111, HR, Foralways v Quilate
Cassatiemiddel faalt: op grond van art. 81 lid 1 RO behoeft dit geen motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

IEPT20161110, HvJEU, Simba Toys v EUIPO

Bij het onderzoek naar het functionele karakter van het betrokken teken, hadden het EUIPO en het Gerecht ook rekening moeten houden met functionele elementen die niet zichtbaar zijn, zoals het draaivermogen ervan.

IEPT20161110, HvJEU, Ferring v Orifarm
Merkhouder kan zich niet verzetten tegen verhandeling omgepakt geneesmiddel wanneer a) het geneesmiddel in het EER-land van invoer niet kan worden verhandeld in dezelfde verpakking als in het EER-land van uitvoer en b) de importeur heeft aangetoond dat het ingevoerde product zonder ompakking slechts op een beperkt deel van de markt van het invoerland kan worden verhandeld.

IEPT20161110, HvJEU, VOB v Stichting Leenrecht
Uitlening in de zin van artikel 6 lid 1 Verhuurrichtlijn omvat mede de uitlening van een digitale kopie van een boek: conform one copy - one user. Lidstaat mag voorwaarde stellen dat de digitale kopie van het boek in het verkeer is gebracht door eerste verkoop of andere eigendomsovergang door of met toestemming van de houder. Geen toelaatbare uitlening van een kopie uit illegale bron.

 

IEPT20161110, Rb Amsterdam, E-Medvertise v CCCP

Aflevering Rambam over online doktersdienst maakt minimale inbreuk op persoonlijke levenssfeer betrokkenen waardoor onvoldoende aanleiding is voor een zeer vergaande maatregel als het verbieden van deel uitzending. Vraag of andere middelen beschikbaar waren om relevante informatie te vergaren niet behandeld in dit geding: inbreuk te gering om preventief ingrijpen te rechtvaardigen.

IEPT20161109, Rb Den Haag, GEU v Snappet
Op leerlijnen ‘Rekenrijk’ en ‘Spelling in Beeld’ rust geen auteursrecht: de keuzes die zijn gemaakt betreffen enkel keuzes die op didactische en/of praktische inzichten zijn gebaseerd en omvatten geen vrije en creatieve keuzes. Snappet handelt niet onrechtmatig jegens GEU: van gestelde verwarringsgevaar is niets gebleken. GEU veroordeeld tot schadevergoeding voor onrechtmatig beslag.

IEPT20161109, Rb Oost-Brabant, Klemans v Kythera

Geen sprake van uitputting "Libido7"-pillen: uit overlegde facturen blijkt niet dat alle de betreffende potjes door Klemans zelf rechtmatig in het verkeer zijn gebracht. Schadevergoeding afgewezen: Klemans onvoldoende onderbouwd dat schade 35 EUR per potje bedraagt. Gevorderde accountantsverklaring afgewezen: toewijzing leidt tot executieproblemen en een "rapport van feitelijke bevindingen" biedt de merkhouder geen extra zekerheid ten aanzien van de juistheid van de opgave.

IEPT20161109, Rb Amsterdam, DeclaCare v NControl
Geen kwader trouw DeclaCare bij depot OVIS. NControl heeft het merk normaal gebruikt in de drie jaar voor depot DeclCare en DeclaCare had van dit gebruik behoren te weten. Toch niet aangenomen dat DeclaCare ten tijde van depot het oogmerk tot benadeling NControl had omdat van een langdurig gebruik door NControl van OVIS en als gevolg daarvan grotere mate van rechtsbescherming geen sprake is. Merk OVIS van DeclaCare niet nietig. Beroep DeclaCare op handelsnaam eveneens toewijsbaar.

 

IEPT20161109, Rb Noord-Holland, Pols v Bakker

Beroep Bakker op rechtsverwerking bij vermeende auteursrechtinbreuk slaagt: gerechtvaardigd vertrouwen Bakker dat eiseres geen procedure tegen haar aanhangig zou maken. Veronderstellenderwijs wordt ontvankelijkheid aangenomen en auteursrechtinbreuk onderzocht. Boek “Bereik je ideale gewicht” maakt geen auteursrechtinbreuk op boek “Ontwikkel weer liefde & Respect voor je lichaam”: totaal andere totaalindrukken en onvoldoende onderbouwd dat bepaalde zinsdelen, recepten of oefeningen zijn overgenomen.


IEPT20161109, Rb Den Haag, NVJ v De Staat

NVJ c.s. niet ontvankelijk t.a.v. vordering omtrent schadevergoeding voor individuele journalisten wegens drone regelingen: vorderingen onvoldoende veralgemeniseerd waardoor zij niet onder artikel 3:305a BW vallen. NVJ c.s. wel ontvankelijk t.a.v. regelingen waarbij vergunning zou moeten worden aangevraagd of strafvervolging zou moeten worden uitgelokt om regeling door rechter te laten toetsen. Aantal vorderingen ziet op besluiten waartegen bezwaar/beroep kon worden ingesteld. Vorderingen die zien op intrekking/verbod op handhaving voorschriften AmvB’s en ministeriële regelingen niet-ontvankelijk op grond van artikel 81 Gw. Gevorderde verklaring voor recht dat uitvaardigen AmvB’s jegens eiser onrechtmatig is wel mogelijk. Drone regelingen geen ongerechtvaardigde inmenging op recht van vrije nieuwsgaring (artikel 10 EVRM): bij minidrone-regeling en opdrachten die vooraf bekend zijn geen inmenging in grondrecht. Bij onverwachtse nieuwsfeiten sprake van “pressing social need”: drones die buiten minidrone-regeling vallen meest risicovol en luchtruim voor hulpdiensten nodig bij calamiteiten. Geen inbreuk op artikel 14 EVRM: regelgeving van tijdelijke aard en als al sprake is van discriminatoir onderscheid is wegnemen daarvan reeds onderhanden genomen. Veronderstellenderwijs ervan uitgaande dat sprake is van ongelijkheid is er geen “verdachte grond” en wordt aan proportionaliteitstoets voldaan. Schadevorderingen Oudshoorn afgewezen.


IEPT20161108, Hof Arnhem-Leeuwarden, USG 

Concurrentiebeding terecht per 1 december 2016 geschorst: wezenlijk belang geïntimeerde bij overstap naar Olympia voldoende aannemelijk, Olympia geen grote en overwegend directe concurrent van USG, geïntimeerde houdt zich aan geheimhoudingsbeding en relatiebeding, kennis die niet onder geheimhoudings/relatiebeding valt raakt niet bedrijfsdebiet USG, niet aannemelijk dat geïntimeerde op de hoogte is van alle relevante aspecten van strategie USG en in recent verleden is concurrentiebeding bij vertrek zeven collega’s geïntimeerde gematigd.

 

IEPT20161108, Rb Den Haag, Aliter Curari v Dr Rath

Spoedeisend belang bij bezwaar tegen informatiebrief die aan klanten eiser is gestuurd door gedaagde volgt uit belang om vermeend onrechtmatige mededelingen zo spoedig mogelijk te rectificeren. Informatiebrief moet worden aangemerkt als vergelijkende reclame: brief verwijst naar producten eisers en is bedoeld om eigen afzet te bevorderen. Bepaalde passages informatiebrief aan te merken als onrechtmatige vergelijkende reclame: suggestie dat sprake is van imitatieproducten naar voorlopig oordeel onjuist en objectieve onderbouwing voor uitspraken omtrent kwaliteitsverschil ontbreekt. Passages over bëindiging distributieovereenkomst en overeenstemming ingrediëntenlijst feitelijk juist en derhalve niet onrechtmatig.

 

IEPT20161108, HvJEU, BSH v EUIPO

​​​​​​​Gerecht heeft geen blijk gegeven van een onjuiste rechtsopvatting door te oordelen dat het zwakke onderscheidend vermogen van de oudere nationale woordmerken KOMPRESSOR PLUS en KOMPRESSOR niet kon afdoen aan het bestaan van verwarringsgevaar met het aangevraagde Uniebeeldmerk met het woordelement “compressor technology”: onderscheidend vermogen is slechts één van de factoren die in aanmerking genomen dient te worden bij de globale beoordeling van het bestaan van verwarringsgevaar, verwarringsgevaar niet uitgesloten wanneer het oudere merk een zwak onderscheidend vermogen heeft, de geldigheid van nationale merken kan niet worden betwist in het kader van een oppositieprocedure tegen een Uniemerkaanvraag zodat een zekere mate van onderscheidend vermogen moet worden toegekend aan een nationaal merk waarop een oppositie tegen de inschrijving van een Uniemerk is gebaseerd.


IEPT20161107, Rb Rotterdam, Brein v handelaar R4 geheugenkaarten
Ex parte bevel ex 1019h Rv tegen een handelaar in R4 geheugenkaarten die meer dan honderd illegale games bevatten: dwangsom van € 2.000 voor iedere dag of gedeelte van een dag dat in strijd met het inbreukverbod wordt gehandeld met een maximum van € 50.000.

IEPT20161102, Rb Den Haag, Zhengte v Leen Bakker
Spoedeisend belang bij vorderingen omtrent inbreuk partytent ondanks onthoudingsverklaring Leen Bakker c.s.: verklaring omvat niet alle modelrechtelijk relevante handelingen. Zhengte model voor partytent nieuw: niet identiek aan vormgevingserfgoed. Zhengte model heeft eigen karakter t.o.v. vormgevingserfgoed door afwijkende kenmerken. Le Sud paviljoen Grimaud tent maakt inbreuk op Zhengte model: geen andere algemene indruk. Opgave door accountant afgewezen: registeraccountant kan, zeker indien deze niet de huisaccountant is, gevorderde vorm van assurance niet geven.
 

IEPT20161102, Rb Midden-Nederland, Panoramafoto

Sprake van inbreuk op auteurs- en persoonlijkheidsrechten fotograaf bij het op een website plaatsen van een panoramafoto door gedaagde: panoramafoto zonder toestemming en naamsvermelding fotograaf bewerkt en openbaar gemaakt. Schadevergoeding van € 625: Naast gederfde licentievergoeding ook vergoeding voor misgelopen exposure als gevolg van ontbreken naamsvermelding en voor aangebrachte wijzigingen.

IEPT20161101, Hof Amsterdam, PostNL

Hof komt terug op beslissing om deskundigenbericht te gelasten. Inbreuk op auteursrecht PostNL nu vast is komen te staan dat door appellant verkochte postzegels vals zijn. Sprake van onrechtmatig handelen en bestuurdersaansprakelijkheid appellant. Voorschot schadevergoeding van € 90.000 toegewezen (in plaats van € 2.6 miljoen door de rechtbank), zaak verder verwezen naar schadestaat.

IEPT20161101, Hof Den Bosch, De Gemeente
Artikel van 14 maart 2012 in Parelnieuws met passage “Tenminste als de [appellant] -clan dit niet met juridische procedures dusdanig vertraagt dat partijen alsnog gaan afhaken” niet onrechtmatig: Gebruik van woord “clan” betekent niet “bende”, appellant niet bij naam genoemd en artikel stelt niet dat [appellant] uit eigen belang procedures tegen gemeente voert. Ook overige artikelen in Limburgs Dagblad niet onrechtmatig: enkele onjuiste suggestie dat [appellant] cliënten in hun bezwaarprocedure tegen gemeentelijke plannen zou hebben bijgestaan met als gevolg vertraging van de uitvoering van die plannen kan niet worden gezien als een uitlating die de reputatie van [appellant] schendt en evenmin als een beschuldiging of suggestie van niet-integer handelen.