November 2018

Print this page

IEPT20181130, HR, ITT v Karl Dungs

Degene die zich als domeinnaamhouder heeft laten registeren kan alleen gedwongen worden deze aan een ander over te dragen als hij daartoe rechtens verplicht is: deze plicht kan berusten op een overeenkomst of hieruit voortvloeien dat registratie of gebruik van de domeinnaam jegens die ander onrechtmatig is, zoals wanneer daardoor inbreuk wordt gemaakt op een merkrecht van die ander (vgl. IEPT20151211 HR Artiestenverloningen). Hof heeft ten onrechte geoordeeld dat eisers geen merkenrechtelijke beoordeling van hun vordering wensten en dat derhalve niet kon worden vastgesteld dat Karl Dungs door het aan zich doen overdragen van de domeinnaam op grond van beslissing van de WIPO-geschillenbeslechter onrechtmatig handelt of ongerechtvaardigd wordt verrijkt: eisers hebben zowel in dagvaarding als in hoger beroep gesteld dat gebruik van de domeinnaam geen merkinbreuk behelst.

 

IEPT20181130, HR, Maxims

Klacht tegen vaststelling dat auteursrecht op maancakeblikken bij verweerster rust, faalt: nu klachten niet nopen tot beantwoording rechtsvragen behoeft dit ex artikel 81 RO geen nadere motivering.

 

IEPT20181130, Rb Den Haag, Finext v Finaxe

Spoedeisend belang aangenomen ondanks verstrijken 6 maanden tussen reactie op sommatie en dagvaarding: voldoende voortvarend gehandeld nu  tussenliggende tijd actief is gebruikt om te onderzoeken of een procedure kans van slagen zou hebben. Finaxe maakt inbreuk op handelsnaam Finext: Finext is geen beschrijvende handelsnaam, grote mate van auditieve overeenstemming, beperktere visuele overeenstemming biedt hier onvoldoende tegenwicht aan, doordat aanbod deels complementair en deels concurrerend is en partijen zich mede door middel van hun websites met sterk gelijkende domeinnamen profileren in heel Nederland is verwarringsgevaar te duchten.

 

IEPT20181129, Rb Amsterdam, DBHI v Adidas

Licentienemer DBHI is bevoegd om Adidas in rechte te betrekken: bevoegdheid tot handhaven is opgenomen in licentieovereenkomst, niet in te zien waarom DBHI met deze volmacht niet op eigen naam kan optreden tegen de gestelde merkinbreuk. Adidas maakt door kleding te verkopen onder de lijn Falcon inbreuk op het voor kleding ingeschreven woordmerk FALCON ex artikel 2.20 lid 1 sub a BVIE. Adidas maakt door schoenen te verkopen onder de naam Falcon inbreuk op het voor kleding ingeschreven woordmerk FALCON ex artikel 2.20 lid 1 sub b BVIE: kleding en schoenen zijn soortgelijk, onderscheidend vermogen woordmerk FALCON niet verwaterd, mede door veelvuldig gebruik samenwerkingsverbanden Adidas is voldoende aannemelijk dat relevante publiek kan denken dat er een economische verbondenheid bestaat tussen DBHI en Adidas. Dat teken Falcon niet op de producten is aangebracht maakt niet dat geen sprake is van inbreuk, maar betekent wel dat deze onder een andere naam op de markt gebracht kunnen worden.

 

IEPT20181128, Rb Overijssel, MaRan

ebsitebeheerder handelt onrechtmatig door nepprofiel op sekssites niet terstond na brief advocaat te verwijderen en aanmaker te blokkeren: Beheerder beschikte over voldoende gegevens. Beheerder had eiseres NAW-gegevens en/of ip-adres aanmaker moeten verschaffen: in nepprofiel vervatte informatie jegens eiseres onrechtmatig en schadelijk, eiseres had reëel belang bij verkrijging van gegevens, geen minder ingrijpende mogelijkheid om gegevens te achterhalen, beheerder heeft geen zwaarwegende belangen aangevoerd tegenover evidente belang eiseres.

 

IEPT20181127, Rb Den Haag, Global Factories v Blisterpartner

Deskundigenonderzoek inzake gestelde inbreuk op bedrijfsgeheimen afgewezen: abstracte beschrijving “concepten en (samenstelling van) ideeën die de grondgedachte vormen voor de broncode van de MDM-machine” onvoldoende concreet. Wel deskundigenonderzoek inzake gestelde inbreuk op auteursrechten: deskundige kan broncode(s) van de MDM-machine dient te vergelijken met de broncode van de Blisterpartner-machine en adviseren of sprake is van ontlening in de zin van het auteursrecht. Deskundigenbericht mogelijk, ondanks dat te verwachten is dat deskundige Global Factories informatie verschaft waarop zij nog geen recht heeft, omdat de inzageprocedure nog niet aanhangig is gemaakt: Global Factories doet afstand van recht om opmerkingen te maken en verzoeken te doen, te reageren op conceptrapportage en rapport van voorlopige deskundigenonderzoek te ontvangen. Rechtbank bepaalt dat deskundige aan Global Factories de enkele mededeling zal doen of er een redelijke kans aanwezig is dat er inbreuk wordt gemaakt op de auteursrechten van Global Factories.

 

IEPT20181127, Rb Midden-Nederland, Ribatutta

Geen handelsnaaminbreuk. Niet aannemelijk dat eiser [D] eerder gebruik heeft gemaakt van handelsnamen Ribattuta en Ribattuta Ensemble: niet gebruikt in periode vóór oprichting Stichting Ribattuta in 2004, stichting is volgens [D] geen onderneming en kan geen handelsnaam hebben gehad, niet aannemelijk dat tijdens samenwerking eenmanszaak [D] onder handelsnaam Ribatutta heeft gehandeld en website www.ribattuta.nl heeft gebruikt. Beeldmerk [V] maakt geen inbreuk “sub a” op woordmerk “Ribattuta Ensemble”: tekens niet gelijk. Geen inbreuk “sub b”: verweer dat depot woordmerk door [D] te kwader trouw is verricht wegens voorgebruik door [V] niet onaannemelijk, nader bewijs nodig waarvoor in kort geding geen ruimte is. Beroep op oneerlijke handelspraktijk door onderneming mogelijk. Geen oneerlijke handelspraktijk: misleiding publiek onvoldoende onderbouwd.

 

IEPT20181127, Hof Amsterdam, Nomenta v Nikki

Nomenta auteursrechthebbende van de speaker-lamp-wijnkoeler Asserbo: gelet op de stellingen van partijen en in rechtspraak en literatuur veel voorkomende opvatting wordt makerschap beoordeeld naar lex loci protectionis, stelling dat toezending vanuit fabriek als eerste openbaarmaking als bedoeld in artikel 8 Aw moet worden gezien miskent dat pas de openbaarmaking die leidt tot een min of meer ruime mate van kenbaarheid van het werk buiten de kring van de betrokkenen bij het creatie- en productieproces kan worden beschouwd als openbaarmaking, met het publiceren en rondmailen aan haar afnemers is Asserbo voor het eerste openbaar gemaakt als afkomstig van Gavefabrikken zodat het auteursrecht ex artikel 8 Aw bij haar is komen te liggen, rechtsgeldigheid overdracht auteursrecht aan Nomenta niet betwist. Lampion van Nikki maakt inbreuk op de Asserbo: Asserbo auteursrechtelijk beschermd nu vormgeving afwijkt van oudere producten, niet betwist dat Lampion en Asserbo identiek zijn.

 

IEPT20181127, Hof Den Haag, I-Mop v BBIE

Teken i-mop mist elk onderscheidend vermogen nu het louter beschrijvend is voor schoonmaakartikelen: “i” kan als voorvoegsel dienen om aan te duiden dat hetgeen er op volgt een intelligente/interactieve/internet-gerelateerde hoedanigheid heeft, “mop” heeft in het Nederlandse taalgebruik onder meer de betekenis “zwabber”, de combinatie verschilt niet merkbaar van de som van de bestanddelen.

 

IEPT20181127, Hof Den Haag, Astrazeneca v Sandoz

EP 138 inventief. Geen incentive om McLeskey in aanmerking te nemen voor oplossing objectieve probleem (“Stap 2-Probleem”): de CS-Formulering met 250F/5C verhouding wordt daarin in wezenlijk ander kader gebruikt (in muizen) dan voor behandeling van borstkanker in mensen, niet (voldoende) specifiek gesteld dat testen met muizen voorspellende waarde hebben voor afgifteprofiel van oplossing met 250F/5C verhouding en mate van precipitatie in mensen, in McLeskey genoemde alcoholpercentage van 20 zo hoog dat vakman op prioriteitsdatum precipitatie zou verwachten, hetgeen contra-indicatie vormt. Dat in EP 138 vermelde gunstige effecten al bekend waren uit Howell vormt gelet op contra-indicatie geen enkele incentive om oplossing objectieve probleem te vinden in McLeskey, gelet op contra-indicatie. Door Sandoz voorgestelde “van scratch”-argument baat haar niet: gaat uit van aanvankelijk door Sandoz voorgestane probleem, incentive om McLeskey te gebruiken voor oplossing van dat probleem vormt daarom geen incentive voor oplossing van het objectieve probleem. Geen “try and see situation” ten opzichte van McLeskey: incentive ontbrak, er was zelfs sprake van contra-indicatie. Overige nietigheidsargumenten falen: EP 138 nieuw, nu aantal maatregelen niet in McLeskey zijn geopenbaard, EP 138 plausibel, omdat is geoordeeld dat konijnenproeven voorspellende waarde hebben voor optreden precipitatie en het afgifteprofiel in mensen. Ook EP 573 geldig: Sandoz gaat er vanuit dat verschillen tussen EP 138 en EP 573 niet relevant zijn voor beoordeling geldigheid. Fulvestrant Sandoz maakt inbreuk op EP 138, maar is in Nederland niet op de markt geweest: vordering tot doen van opgave afnemers en winst en schadevergoeding afgewezen.

 

IEPT20181121, Rb Amsterdam, BTSW Consultancy

Geen causaal verband tussen het door gedaagde plaatsen van een tweet waarin verwezen wordt naar het boek over sektarische organisaties en het artikel van De Telegraaf, waarin de BTSW wordt beschuldigd van sektarisme, en de gestelde schade: De Telegraaf heeft haar berichtgeving niet enkel gebaseerd op het boek maar ook andere bronnen en het boek is door de verdere ophef in de media rondom de vermeende belangenverstrengeling met de KNVB een beperkt onderdeel van de kritiek rondom BTSW geworden.

 

IEPT20181121, Rb Den Haag, CDVI v Impro

Octrooi EP 006 niet inventief in licht van stand van techniek weergegeven in figuur 1: toepassen van een smalle sleuf vanaf de rand van een metalen plaat om Eddy currents te verminderen is algemene vakkennis vakman op prioriteitsdatum. Hulpverzoek niet inventief: enige aanvullende onderscheidingskenmerk is ook algemene vakkennis en uit JP 123 bekend.

 

IEPT20181121, Rb Amsterdam, Esterel v Cobeco

Geen sprake van een duurovereenkomst voor onbepaalde tijd: enkele duur van relatie onvoldoende om duurovereenkomst aan te nemen nu het bestaan hiervan wordt betwist, niet nader toegelicht waarom sprake is van duurovereenkomst en geen andere omstandigheden waaruit duurovereenkomst blijkt, geen sprake van  exclusiviteitsafspraak. Geen tekortkoming in nakoming van Marketing overeenkomst: producten waren permanent uitgestald in showroom waardoor is voldaan aan promotieverplichting. Niet vast te stellen of sprake is van economische machtspositie en misbruik hiervan: onvoldoende inzicht gegeven in voor de beoordeling essentiële feiten en omstandigheden. Inbreuk op auteursrecht Esterel aangenomen: auteursrechten kunnen enkel worden overgedragen door middel van een daartoe bestemde akte, niet door overname van een bedrijf, geen sprake van auteursrecht op basis van opdracht tot productie, Cobeco-producten maken auteursrechtinbreuk op Esterel-producten.

 

IEPT20181121, Rb Den Haag, Ancientgrain v Bakels

Teff-Bericht is onderdeel van stand van techniek: vóór de aanvraagdatum van de octrooien verspreid onder Teff-telers, geen sprake van (impliciet of expliciet) geheimhoudingsbeding. Technisch effect valgetal conclusie 1 hulpverzoek 977 niet-inventief in licht van Teff-Bericht:: openbaart dat het valgetal van het teff-meel van belang is voor de bakkwaliteit, en dat een mengsel van meel met een laag valgetal en meel met een hoog valgetal goed bakt. Specifieke voorkeursrange conclusies 1 van hulpverzoeken 977 en 978 niet inventief ten opzichte van Teff-Bericht: stelling dat onverwachts technisch effect zich over de gehele breedte van de voorkeursrange voordoet, na de betwisting door Bakels, niet onderbouwd. Bakwerkwijze niet inventief: zeer gangbare bakmethode die tot algemene vakkennis behoort. Conclusie 1 van hulpverzoek 978 dat zich onderscheid van hulpverzoek 977 door het mengen van Teff-meel met meel van ander gewas niet inventief: mengen van twee melen is algemene vakkennis. Ancientgrain veroordeeld tot betaling schadevergoeding omtrent het op teff-meel gelegde beslag: aannemelijk dat schade is geleden. Geen schadevergoeding voor bankgarantie die in plaats is getreden van beslag: indien Bakels de mogelijkheid had willen behouden om tussentijds teruggave of vermindering van de bankgarantie te bewerkstelligen, had zij dit moeten laten opnemen in de overeengekomen bankgarantie. Geen schadevergoeding voor onrechtmatig procederen: in licht van gemotiveerde betwisting door Ancientgrain onvoldoende gesteld over wetenschap Ancientgrain dat octrooien geen stand zouden houden.

 

IEPT20181120, Rb Midden-Nederland, Insulet v Ypsomed

Onderneming kan beroep doen op misleidende handelspraktijk (artikel 6:193(b) BW).  Onvoldoende aannemelijk dat in brief voormalig sub-distributeur aan Omnipod-gebruikers sprake is van misleidende mededelingen over verstrijken garantietermijn: niets wijst erop dat het voor benaderde Omnipod-gebruikers niet duidelijk was dat het verstrijken van de garantietermijn betrekking heeft op de PDM (waarna gebruikelijk is dat een nieuw apparaat wordt voorgeschreven) en niet op de POD’s. Onvoldoende aannemelijk dat brief voor gebruikers niet duidelijk is over vraag of gebruikers het Omnipod-systeem kunnen blijven gebruiken of verplicht zijn het Ypsopump-systeem te gaan gebruiken. Geen oneerlijke concurrentie, omdat onvoldoende aannemelijk is dat sprake is van duurzaam opgebouwd bedrijfsdebiet van de voormalig opdrachtgever (Insulet): Ypsomed heeft klantenbestand als exclusief distributeur in Nederland opgebouwd, niet aannemelijk dat klantenbestand aan Insulet toebehoort.

 

IEPT20181120, Hof Den Haag, 4 Every Ware v Guy Laroche

Merkenrecht op door 4 EW verhandelde producten van Laroche - een restpartij van een zegeltjesactie van Carrefour Frankrijk - uitgeput: Laroche heeft toestemming gegeven voor het gebruik van haar merken en de verhandeling van de merkproducten in de EER door licentiehouder, economische waarde van het merk gerealiseerd, alle producten verkocht aan Carrefour Frankrijk, dat Carrefour Frankrijk niet alle producten heeft weten te verkopen is niet relevant, ook indien de producten niet aan Carrefour Frankrijk zouden zijn verkocht is sprake van uitputting nu Carrefour Frankrijk in ieder geval over alle producten kon beschikken, indien merkrechten ten aanzien van de restvoorraad niet zijn uitgeput door de verkoop aan Carrefour Frankrijk omdat de restvoorraad niet “in de handel” is gebracht, zijn deze uitgeput door verkoop aan Boxter, beroep op Copad-uitzondering inzake afbreuk aan reputatie in strijd met de twee-conclusie-regel maar kan ook overigens niet slagen nu als er al sprake is van schade aan het vermeende luxueuze en prestigieuze karakter van het merk, dit (mede) het gevolg was van verkoop aan Carrefour Frankrijk.

 

IEPT20181120, Hof Den Haag, foto zonder toestemming

Gevorderde proceskosten volledig toegewezen: appellant heeft geen verweer gevoerd tegen kostenspecificatie geïntimeerde, gevorderde kosten liggen ruim onder indicatietarief dat gehanteerd wordt voor een eenvoudige bodemzaak terwijl zaak niet kan worden aangemerkt als een zeer eenvoudige, niet bewerkelijke zaak en zijn aldus redelijk en evenredig.

 

IEPT20181119, Rb Den Haag, TVS v Revo

Voorzieningenrechter rechtbank Den Haag ex artikel 7 lid 2 Brussel I bis bevoegd kennis te nemen van vorderingen inzake gestelde inbreuk op auteursrecht en databankrecht en onrechtmatig handelen door Engelse gedaagde: uit HvJEU Hejduk (IEPT20150122) volgt niet dat bevoegdheid op grond van de plaats waar de schade is ingetreden vereist dat de vermeend inbreukmakende software toegankelijk is voor het algemene publiek, voldoende dat website vanuit Nederland toegankelijke was voor dealer dealernetwerk. Eiser niet ontvankelijk: verkeerde rechtspersoon gedagvaard.

 

IEPT20181115, Rb Rotterdam, Auteursrechtinbreuk op foto

Auteursrechtinbreuk door foto zonder toestemming op website gedaagde te plaatsen: vaststaat dat de foto enige tijd op de website van [naam gedaagde] heeft gestaan zonder toestemming van [naam eiseres], [naam vennootschap] of de fotograaf. € 322,50 schadevergoeding en € 177,50 vergoeding van de kosten ter vaststelling en invordering van de schade: hoogte schadevergoeding bepaald op 1,5x de economische waarde aan de hand van de tarieven van Stichting Foto Anoniem.

 

IEPT20181114, Rb Midden-Nederland, Google

Verzoek verwijderen persoonsgegevens uit zoekresultaten Google afgewezen. Bestreden zoekresultaten niet onjuist, irrelevant of bovenmatig: zoekresultaten verwijzen naar broninfromatie die betrekking heeft op verzoeker, resultaten zijn relevant nu deze verwijzen naar een pagina van dé internetencyclopedie, actuele berichtgeving van gerespecteerde kranten, een gespecialiseerd blog en een algemeen opinieblog, resultaten verwijzen naar afzonderlijke publicaties en maken ondergeschikt deel uit van de totale lijst zoekresultaten op naam van verzoeker, verwerking duurt niet langer dan noodzakelijk. Belangen Google en internetgebruiker die mogelijk toegang wil tot zoekresultaten prevaleren boven belang verzoeker op eerbiediging privéleven en op bescherming persoonsgegevens: inhoud bestreden zoekresultaten niet evident onjuist en dus relevant en actueel voor het publiek, verzoeker is publiek persoon en beschuldigingen maken deel uit van maatschappelijk debat.

 

IEPT20181114, Rb Den Haag, Dijkstra

Auteursrecht geschonden door publicatie foto op website: Dijkstra is ingevolge art. 7 AW auteursrechthebbende op de foto nu maker in dienst was bij Dijkstra, foto auteursrechtelijk beschermd, publicatie foto op website maakt inbreuk op auteursrecht en ontbreken naam bij foto maakt inbreuk op persoonlijkheidsrecht, omstandigheden dat websitebouwer foto heeft geplaatst neemt niet weg dat vof de foto op site heeft staan en aldus openbaar heeft gemaakt. Schadevergoeding gedeeltelijk toegewezen: Dijkstra heeft niet voldoende onderbouwd dat foto niet direct na sommatie van website is verwijderd. 

 

IEPT20181113, Rb Amsterdam, Trouw

Geen onrechtmatige daad door in strijd te handelen met toezegging tot verwijderen van artikel uit online-archief: rechtsvordering is verjaard. Plaatsen en geplaatst houden door Trouw van artikel in haar online archief niet onrechtmatig waardoor eiseres geen recht heeft op schadevergoeding: het publieke belang bij een volledige en integere online archivering weegt zwaarder dan de privacy redenen.

 

IEPT20181113, HvJEU, Levola v Smilde

De smaak van een voedingsmiddel niet kan worden aangemerkt als een auteursrechtelijk beschermd werk: het begrip werk impliceert noodzakelijkerwijs een uitdrukkingsvorm van het voorwerp van bescherming waardoor dit voorwerp voldoende nauwkeurig en objectief kan worden geïdentificeerd, de identificatie van de smaak van een voedingsmiddel berust echter hoofdzakelijk op subjectieve en variabele smaakbeleving en smaakervaring, het is volgens de huidige stand van de wetenschap bovendien niet mogelijk om met technische middelen de smaak van een voedingsmiddel nauwkeurig en objectief te identificeren.

 

IEPT20181112, Rb Gelderland, Libema v Teka

Teken AVIODOME maakt geen inbreuk op woordmerk AVIODROME (sub a) nu geen sprake is van dezelfde waren of diensten: teken gebruikt voor exploitatie van evenementenlocaties, terwijl dat bij woordmerk beduidend minder het geval is (circa 30%), Teka richt zich enkel op zeer bijzondere locaties. Verwarringsgevaar tussen het woordmerk AVIODROME en het teken Aviodome (sub b): soortgelijke diensten, nu beide partijen zich op exploitatie van evenementenlocaties, auditieve en visuele overeenstemming doordat verschil enkel uit letter R bestaat. Voldoende aannemelijk dat Teka naam Aviodome als handelsnaam voor haar nieuwste evenementenlocatie in Amsterdam Sloterdijk gaat gebruiken: gebruik naam in domeinnaamregistraties en websites met informatie over nieuwe locatie duiden erop hierop, naam begin 2018 in handelsregister ingeschreven (en na sommatie daaruit verwijderd). Verwarringsgevaar tussen handelsnamen Aviodrome en Aviodome: uit beoordeling merkinbreuk volgt dat sprake is van geringe mate van afwijking, handelsnamen Aviodrome en Aviodome niet louter beschrijvend voor aangeboden diensten (exploitatie evenementenlocaties), aard ondernemingen nauw verwant, ondernemingen actief in zelfde geografische gebied en actief in heel Nederland door gebruik websites op internet, voldoende aannemelijk dat het publiek de handelsnamen kan en zal verwarren.

 

IEPT20181109, HR, Curatoren v Verhuurder

Actieve schending door de curator van een voortdurende verplichting van de schuldenaar is een handelen van de curator in strijd met een in hoedanigheid na te leven verplichting: sprake van een boedelschuld. In HR 23 maart 2018, ECLI:NL:HR:2018:424 (Credit Suisse/Jongepier q.q.) is overwogen dat de faillissementstoestand de curator niet de bevoegdheid geeft om een voortdurende prestatie van de schuldenaar die bestaat uit een dulden of nalaten, ‘actief’ te beëindigen (rov. 3.5.3). Het hof heeft in rov. 3.5, in cassatie onbestreden, geoordeeld dat de ingebruikgeving door de curator van de bedrijfsruimte aan [B] in strijd was met de verplichting om het gehuurde niet in gebruik te geven aan een derde. Het gaat hier om ‘actieve’ schending door de curator van een voortdurende verplichting van de schuldenaar tot nalaten als hiervoor bedoeld. Deze schending moet worden gelijkgesteld aan een ‘actieve’ beëindiging als bedoeld in het arrest Credit Suisse/Jongepier q.q. Nu de curator daartoe niet bevoegd was, is sprake van een handelen van de curator in strijd met een in hoedanigheid na te leven verplichting als bedoeld in rov. 3.7.1 van HR 19 april 2013, ECLI:NL:HR:2013:BY6108 (Koot Beheer/Tideman q.q.). In dat geval is sprake van een boedelschuld. Enkel niet naleven door curator van tot de curator gerichte regel leid niet steeds tot persoonlijke aansprakelijke aansprakelijkheid. Vraag of curator tevens een persoonlijk verwijt treft.

 

IEPT20181109, Rb Amsterdam, Foto zonder toestemming

Auteursrechtinbreuk aangenomen: foto is een auteursrechtelijk werk en foto is zonder toestemming van fotograaf op een website geplaatst. Omstandigheid dat foto slechts korte tijd online stond en wellicht alleen beschikbaar was voor werknemers doet niet af aan inbreuk. Onbewuste auteursrechtinbreuk komt voor rekening en risico van inbreukmaker. Gedaagde gehouden tot vergoeding schade: gederfde licentievergoeding voldoende onderbouwd. Voldoende toegelicht dat schade is geleden  vanwege het ontbreken van naamsvermelding, het ontbreken van toestemming voor gebruik van de foto en het zelf moeten constateren van de inbreuk op het auteursrecht. Gevorderde schadevergoeding komt kantonrechter redelijk voor. Gevorderde proceskosten van ruim twee duizend euro in hoogte niet redelijk en evenredig: gedaagde voerde eerder soortgelijke procedures waardoor aangenomen wordt dat voorbereidende werk reeds was gedaan en hoogte bedrag door rechter naar billijkheid wordt vastgesteld op € 400.

 

IEPT20181109, Rb Noord-Holland, Nomenta v Nikki

Kennelijke rekenfout in vonnis van 5 november 2018 (IEPT20181105): verbeurde dwangsom wegens doen van afbrekende mededelingen over producten Nikki gewijzigd van € 10.000 (4x € 2.500) naar € 12.500 (5x € 2.500)

 

IEPT20181108, Rb Amsterdam, Joris No Smell v Pet Bedding

Met vaststellingsovereenkomst overeengekomen dat [B] aandelen in Sunshine overdraagt aan eisers. Vaststellingsovereenkomst geschonden. Geen dwaling bij aangaan vaststellingsovereenkomst: overige uit vaststellingsovereenkomst voorgekomen overeenkomsten getekend, niet onderbouwd dat wilsovereenstemming ontbrak. Eisers mochten erop vertrouwen dat [B] met vaststellingsovereenkomst de IE-rechten op naam “Joris no smell”, logo konijn en afbeeldingen verpakking heeft ingebracht in Sunshine of de C.V. en met de vaststellingsovereenkomst aan hen overdroeg. Aannemelijk dat auteursrecht op konijn en afbeeldingen andere dieren ex art. 8 Aw bij Sunshine berustte en niet bij [B] in privé. Indien concurrentiebeding nietig is baat dit [B] niet: in vaststellingsovereenkomst bepaald dat ongeldige bepaling wordt vervangen door geldige bepaling, concurrentiebeding van 3 jaar zou aanvaardbaar zijn, binnen die periode is door [B] gehandeld. Merkdepots door Pet Bedding te kwader trouw gelet op voorgebruik door Sunshine en de C.V.. Voor-voorgebruik merken door Pet Bedding niet aannemelijk.

 

IEPT20181107, Rb Limburg, Foto zonder toestemming

Gedaagde maakt inbreuk op auteursrecht eiser: foto geplaatst op website zonder toestemming en betaling van vergoeding aan eiser. € 322,50 schadevergoeding en € 177,50 vergoeding van de kosten ter vaststelling en invordering van de schade: hoogte schadevergoeding in samenspraak met tarieven van Stichting Foto Anoniem en niet door gedaagde betwist en vergoeding van kosten niet gemotiveerd betwist.

 

IEPT20181106, Hof Den Haag, Maxnet v BlackBerry

Oppositie BLACKBERRY tegen depot BERRYBOOT ook voor zover sprake is van identieke waren en diensten afgewezen: onvoldoende onderbouwd dat het relevante publiek het bestanddeel BOOT minder onderscheidend zal achten omdat het verwijst naar ‘to boot’, slechts beperkte mate van visuele en auditieve overeenstemming door duidelijke verschillen tussen elementen BLACK en BOOT en verschillende plaatsing BERRY, begripsmatig verschil neutraliseert deze toch al beperkte overeenstemming, bekendheid BLACKBERRY sterk afgenomen zodat het merk hooguit nog enig door gebruik verhoogd onderscheidend vermogen geniet.

 

IEPT20181106, Hof Arnhem-Leeuwarden, Verkoop domeinnamen via Marktplaats

Koopovereenkomst domeinnamen incl. bedrijfsactiviteit en internetplatforms niet vernietigbaar: appellant niet voldaan aan onderzoeksplicht ten aanzien van de mededeling “omzet nog te factureren van circa € 11.000” en dus geen sprake van dwaling. Koopovereenkomst gedeeltelijk ontbonden wegens non-conformiteit: geïntimeerde niet (meer) in staat om de domeinnaam RijschoolVinden.nl over te dragen. €100,- Verlaging koopprijs als gevolg van partiële ontbinding koopovereenkomst: overgrote deel van de koopprijs van € 7500 heeft betrekking op het internetplatform gekoppeld aan de domeinnaam StukadoorVinden.nl.

 

IEPT20181106, Rb Den Haag, Australian Gold v Consumentenbond

Publicatie waarin o.m. is gesteld dat zonnebrand Australian Gold lagere beschermingsfactor bood dan aangegeven niet onrechtmatig. Niet onrechtmatig dat Consumentenbond niet eerder de inmiddels verstrekte informatie over wijze van uitvoering onderzoek heeft gedeeld. Verstrekking naam van labaratorium dat onderzoek heeft verricht op grond van artikel 843a Rv afgewezen bij gebrek aan rechtmatig belang: niet geconcretiseerd waarom gebruikte onderzoeksmethodieken en normen ondeugdelijk zouden zijn, geen concrete punten uit rapport genoemd die rapport ondeugdelijk zouden maken, onvoldoende gesteld om te twijfelen over verklaring Consumentenbond omtrent uitgevoerde onderzoek en deskundigheid laboratorium. Consumentenbond in beginsel niet gehouden om onderzoeken die marktpartij zelf heeft laten verrichten te gebruiken bij haar onderzoek of te melden bij publicatie: onderzoeken AG van vóór en na de publicatie kunnen niet leiden tot conclusie dat onderzoek Consumentenbond ondeugdelijk was.

 

IEPT20181106, Rb Gelderland, Adwords Medische Zoektermen

Door gebruik te maken van Google Adwords op medische termen om te adverteren dienden de producten zich aan als geneesmiddelen zodat de Geneesmiddelenwet is overtreden: producten dienen zich als geneesmiddel aan, niet vereist dat de producten werking hebben.

 

IEPT20181102, Rb Midden-Nederland, Tomra v Kiremko

Rb Midden-Nederland bevoegd ten aanzien van exhibitievordering in octrooizaak: naar letter van de wet valt zelfstandige exhibitievordering niet onder artikel 80 ROW maar onder artikel 83(1) ROW, Haagse rechter is als rechter-plaatsvervanger ingezet. Exhibitie m.b.t. Strata Invicta inzake gestelde inbreuk op EP 385 toegewezen. EP 385 nieuw in licht van GB 119, US 506 en FR 422. EP 385 inventief  ten opzichte van FR 422: “partial problems benadering” Kiremko niet juist, omdat genoemde maatregelen functioneel samenhangen, niet aangegeven waarom deze vormgevingsmaatregelen ook in een geïntegreerde benadering voor de hand liggen. EP 385 inventief in licht van EP 385 of GB 119 in combinatie met FR 422:  FR 422 openbaart niet technische leer dat met hefvoorziening het effect wordt bereikt dat de te stomen aardappelen/groenten gelijkmatiger en met minder verlies van vruchtvlees van hun schil worden ontdaan. Redelijk vermoeden van inbreuk: overgelegde computersimulatie van tussenstadium in productie Strata Invicta sluit niet uit dat het vat voldoet aan kenmerk dat het afgevlakte zijvlakken heeft in de zin van EP 385. Exhibitie m.b.t. Magma Valve inzake gestelde inbreuk op EP 379 toegewezen. Inventiviteitsaanval onvoldoende onderbouwd c.q. te laat (ter zitting) uitgewerkt. Redelijk vermoeden van inbreuk: onvoldoende onderbouwd dat Magma Valve door een actuator gesloten wordt gehouden (in plaats van door stoomdruk, zoals genoemd in het octrooi), Magma Valve voldoet aan overige kenmerken EP 379. Rechtmatig belang bij exhibitie vorm van Strata Invicta drukvat en technisch functioneren afsluiter Magma Valve. Sprake van bepaalde bescheiden: exhibitie betreft documenten die informatie bevatten over technische specificaties en werking Strata Invicta en Magma Valve. Vooralsnog geen rechtmatig belang ten aanzien van inzage in bedienings- en onderhoudshandleidingen en verkoop- en/of trainingsmaterialen: evt. bewijs kan ook uit technische tekeningen/specificaties worden verkregen. Vertrouwelijkheidsregime (artikel 1019i Rv) toegepast. Gevorderde proceskostenvergoeding van € 214.853,50 gematigd naar € 150.000: kosten zeer hoog voor exhibitie, ook als 2 octrooien beoordeeld moeten worden, kosten voor inlezen door nieuwe advocaten moeten voor rekening Tomra komen.

 

IEPT20181102, HR, Spin Master v High5

Cassatie in het belang der wet. Prejudiciële vraag: moet artikel 90 GMoV zo worden uitgelegd dat het een dwingende toekenning van bevoegdheid inhoudt aan alle rechtelijke instanties van een lidstaat om voorlopige en beschermende maatregelen te bevelen of laat het lidstaten vrij om deze bevoegdheid exclusief aan rechtbanken voor het Gemeenschapsmodel toe wijzen?

 

IEPT20181101, Rb Den Haag, Searle v Sandoz

Provisioneel inbreukverbod op ABC van Searle in kortgeding toegewezen: vorderingen komen geenszins zonder grond voor en aanzienlijke belangen bij handhaving status quo (zonder verhandeling generiek geneesmiddel) totdat vonnis in hoofdzaak in kort geding zal worden gewezen, om prijsbederf te voorkomen. Meegewogen dat in parallelle Engelse bodemprocedure door High Court vernietiging ABC is afgewezen en de Court of Appeal vooralsnog niet in het voordeel van Sandoz heeft beslist, terwijl Sandoz daar de inbreuk niet met andere (nietigheids)argumenten dan in onderhavige procedure heeft bestreden.